De vertaalmethode die gebruikt is bij de totstandkoming van De Nieuwe Bijbelvertaling is nieuw.

Deskundigen van de talen waarin de oorspronkelijke tekst van de Bijbel geschreven is (Hebreeuws, Aramees en Grieks) hebben intensief samengewerkt met kenners van de Nederlandse taal en literatuur. Ieder bijbelboek afzonderlijk werd vertaald door een koppel dat bestond uit een oud- of nieuwtestamenticus met een neerlandicus, vertaalwetenschapper of dichter.
De vertaling kwam tot stand volgens een zorgvuldig gekozen procedure, waarin een wetenschappelijk verantwoorde methode werd gebruikt. Deze eerste vertaling van de tekst werd door vertaalcollega's van commentaar voorzien. Daarnaast werd ook geluisterd naar commentaar van andere meelezers uit kerkelijke, wetenschappelijke en literaire wereld.
Er is veel aandacht besteed aan een analyse van het bijbelboek, waarbij vooral gekeken werd naar het genre en de consequenties hiervan voor de vertaling. Met deze aanpak kon het specifieke karakter van diverse bijbelboeken recht worden gedaan. Het streven was om poëzie ook echt poëzie te laten zijn en eenvoudige teksten niet te verfraaien.

De vertalers hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheden die de Nederlandse taal biedt, met nadruk op het Nederlands uit de laatste decennia van de twintigste eeuw en de eerste jaren van de eenentwintigste eeuw. Echter modieuze woorden en uitdrukking zijn vermeden. De bijbelse termen en begrippen zijn gehandhaafd voorzover ze geen barrières opwerpen voor lezers die niet vertrouwd zijn met oudere bijbelvertalingen.

Er is veel aandacht gegeven aan de mogelijkheid om de tekst voor te lezen, zodat de toehoorders de tekst kunnen volgen zonder zelf mee te lezen. Gestreefd is naar een zo getrouw mogelijke weergave van de betekenis van de bijbelteksten, waarbij bijzondere vormkenmerken zoveel mogelijk zijn behouden, met inachtneming van de conventies van het Nederlands.

Een bijzonder probleem bij de vertaling van het oude testament uit het Hebreeuws is de weergave van de naam God, die in de Hebreeuwsde tekst vermeld staat als JHWH. Het Hebreeuws kent geen klinkers, zoals het Nederlands. Hoe deze naam dus uitgesproken zou moeten worden is hierdoor niet met zekerheid te zeggen. Bovendien is bij de Joden in de loop van de geschiedenis een zodanige eerbied voor deze naam ontstaat dat men de naam niet in de mond nam. In plaats daarvan gebruikte men veelal het woord 'Adonai', dat 'heer' of 'gebieder' betekent. De vraag is natuurlijk of dit de oorspronkelijke betekenis is van JHWH.
Velen zijn van mening dat de gebruikte medeklinkers in JHWH behoren te zijn de 'a' en 'e', waardoor de naam zou worden "Jahwe".
Tot op heden is 'Heer' naast 'Eeuwige' in bijbelvertalingen de meest gekozen aanduiding als vertaling van de naam van God. Voor veel mensen is 'Heer' ook als naam gaan functioneren, net zoals de Joden over Adonai gingen spreken.

De vertaling of weergave van JHWH in De Nieuwe Bijbelvertaling is lange tijd een punt van discussie geweest. Tegen de vertaling met 'Heer' is ingebracht dat die een uitsluitend mannelijke godsvoorstelling versterkt en dat 'Heer' feitelijk geen eigennaam is. Aan alternatieven bleken ook bezwaren te kleven: 'JHWH' kan zonder klinkers niet gelezen worden, 'Eeuwige' en andere bijvoeglijke naamwoorden zijn geen eigennamen en zijn niet erg gebruikelijk in het christendom, wat ook geldt voor werkwoordelijke vervangingen als 'Ik-ben-er'. Uiteindelijk is gekozen voor aansluiting bij de traditie. JHWH wordt weergegeven met 'HEER', in een lay-out die duidelijk maakt dat in de Hebreeuwse tekst de godsnaam gebruikt is. Waar 'Heer' in gewone letters voorkomt, is het geen weergave van de godsnaam. In plaats van HEER kan ook een alternatief gelezen worden, bijvoorbeeld Eeuwige, Aanwezige, De Naam, He(e)re, God, Onnoembare, Enige, Levende.