De Dode-Zeerollen

De grotten van Qumran

De Dode-Zeerollen omvatten een collectie handschriften van circa 850 documenten, waarvan bijna een derde deel bestond uit verschillende handschriften van de Tenach. Deze handschriften zijn ontdekt tussen 1947 en 1956 in een elftal grotten in de buurt van Qumran, een plaats ten noorden van de Dode Zee en ongeveer 12 kilometer ten zuid-westen van Jericho.
De handschriften zijn geschreven in de Hebreeuwse, Aramese en Griekse taal. De handschriften dateren uit de periode van 200 voor Christus tot ongeveer 200 na Christus. De handschriften zijn erg belangrijk, omdat het vrijwel de enige geschreven bronnen zijn over de joodse wereld uit die tijd. Ook laten de handschriften licht vallen op de politieke en religieuze context van die dagen. De handschriften zijn vooral van groot belang voor het onderzoek naar de oorspronkelijke tekst van het oude testament. Ook bieden zij een beeld, van het tot dan toe vrijwel onbekende, zogenoemde intertestementaire tijdvak. Het blijkt dat de beschikbare handschriften uit de 9e eeuw (de massoretentekst) vrij nauwkeurig aansluiten bij de handschriften die in Qumran zijn gevonden.

De ontdekking van de Dode-Zeerollen

In 1947 ontdekten bedoe´enen bij Qumran, een plaats ten zuiden van Jericho, in een grot enkele rollen met handschriften van de Hebreeuwse Bijbel. De eerste rollen zijn bij toeval ontdekt. Zij kwamen via de bedoe´enen in handen van A.Y. Samuel, aartsbisschop van de Syrisch-orthodoxe kerk, en Eleazar Sukenik, het toenmalige hoofd van de archeologische faculteit van de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. Vooral door toedoen van Sukenik werd bekend dat er in Qumran belangrijke handschriften waren van de Tenach, het oude testament. In 1949 werd het gebied rond Qumran nauwkeurig onderzocht door de Franse pater R. de Vaux van de Ecole Biblique en het hoofd van het departement van antiquiteiten in JordaniŰ, G. Lankaster Harding. Zij ontdekten in de grot nog meer rollen en fragmenten van bijbelhandschriften. In de jaren daarna is het hele gebied nauwkeurig doorzocht. Er werden elf grotten ontdekt die alle belangrijke handschriften bevatten van de bijbel. De handschriften zijn tot stand gekomen tussen 160 voor Chr. tot 230 na Chr. Vooral in de eerst ontdekte grot (Qumran I) en de vierde grot (Qumran IV) zijn belangrijke handschriften ontdekt. In de eerste grot vond men zelfs een complete rol met het handschrift van Jesaja die ontstaan is in de eerste eeuw voor Christus. Het oudste op dat moment beschikbare handschrift stamde uit de 9e eeuw na Christus.

Het belang van de Dode-Zeerollen

De Dode-Zeerollen zijn vooral van betekenis omdat ze de betrouwbaarheid hebben aangetoond van latere handschriften van de Tenach. Tot voor deze vondst dateerden de oudste bekende handschriften uit de 9de eeuw. Deze blijken nu w oordelijk overeen te stemmen met die van de bijna duizend jaar oudere Dode-Zeerollen.
Door de vondsten kon de kennis van diverse aspecten van de Hebreeuwse bijbeltekst enorm toenemen. Tot 1947 golden de middeleeuwse handschriften als de oudste Hebreeuwse bronnen; het enige oudere handschrift was een stuk papyrus uit de eerste of tweede eeuw v.Chr. dat in 1902 in Egypte was ontdekt en waarop een versie van de Tien Geboden stond. Met de eerste publicaties van de Dode Zeerollen beschikten bijbelwetenschappers en -vertalers over teksten die in sommige gevallen wel 1200 jaar ouder waren dan het oudste volledige handschrift van het Oude Testament uit 1006/1008 n.Chr. Daardoor konden veel vragen over het kopiŰren en overleveren van de Hebreeuwse bijbeltekst beter worden beantwoord dan voor 1947.

De Dode-Zeerollen en De Nieuwe Bijbelvertaling

De literaire editie van de Nieuwe Bijbelvertaling

Bij de totstandkoming van De Nieuwe Bijbelvertaling is regelmatig gebruik gemaakt van inzichten die te danken zijn aan een bijbelhandschrift van de Dode-Zeerollen. In de vertaling van het boek Jesaja zijn zo'n vijftien keer alternatieve lezingen gekozen die gesteund worden door Qumranteksten. In de NBG-vertaling van 1951 kon men nog niet gebruik maken van de Qumranvondsten.

 
Bijvoorbeeld: Jesaja 33:8 (NBV):

'De wegen liggen verlaten,
op de paden bevindt zich niemand meer.
Verdragen worden verbroken,
getuigen niet meer geloofd,
geen mens staat nog in achting.'

In de NBG-vertaling 1951 staat hier:

'De heerbanen zijn verlaten, de reizigers verdwenen. Hij heeft het verbond gebroken, steden veracht, mensen niet geteld.'

Het verschil tussen getuigen en steden is in het Hebreeuws het verschil tussen de letter voor een d en de letter voor een r. De lezing van de Qumran-Jesajarol geniet in vele moderne bijbelvertalingen de voorkeur.

Op de plaatsen waar De Nieuwe Bijbelvertaling de tekst van de Dode-Zeerollen heeft gevolgd is dit verantwoord in een voetnoot. De tekst van de Dode-Zeerollen is niet klakkeloos gevolgd. Oudere handschriften behoeven niet per se beter te zijn. Ook de oude handschriften kunnen een fout bevatten. Sommige oude handschriften kunnen bewaard gebleven zijn, omdat ze nooit gebruikt werden en daardoor minder aan slijtage onderhevig waren. De reden dat ze niet gebruikt werden kan zijn, omdat men wist dat er schrijffouten in stonden. Ook bij de Nieuwe Bijbelvertaling zijn alleen oudere handschriften gevolgd als daar een goede wetenschappelijke onderbouwing voor was.