|
H E R S C H E P P I N G
- VERSIE 1.1 bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof |
||||||||
| start | inhoud | inleiding | achtergrond | trefwoorden | levensvragen | reageren | cd-rom | help |
In deze inleiding worden de verbanden tussen alle behandelde onderwerpen zo goed mogelijk uitgelegd, zodat je bij het bestuderen ervan de "rode draad" blijft zien.
Hierna worden de 14 studiedelen in vogelvlucht doorgenomen. Diverse links maken het mogelijk om in de website naar de betreffende studiedelen (en hoofdstukken) te gaan voor meer details.
De eerste twee studiedelen vormen als het ware de springplank voor de daarop volgende studiedelen.
Dit gaat over het wezen van de Schepper en zijn unieke persoonlijkheid als Vader, Zoon en Heilige Geest (drie-eenheid). Aan de hand van de vier cherubs, die we onder meer in Openbaring 4 tegenkomen, krijgen we zicht op Gods karakter. Deze vier cherubs laten vier hoofdeigenschappen van God zien, die we in deze studie kortweg "godsaspecten" noemen.
|
het uiterlijk van de cherubs |
heeft te maken met... | dus met Gods |
karaktereigenschap of godsaspect |
|
adelaar |
wat God (BE)DENKT met betrekking tot zijn schepping | verstand | |
|
mens |
wat God VOELT voor zijn schepping | gevoel | |
|
leeuw |
wat God WIL met betrekking tot zijn schepping | wil | |
|
rund |
wat God DOET voor zijn schepping | handelen |
Deze vier godsaspecten blijken een geschikt uitgangspunt te zijn om Gods karaktereigenschappen op een gestructureerde wijze te beschrijven. Deze eigenschappen blijken op een wonderlijke manier met elkaar in balans te zijn.
Hierin gaat het over de oorspronkelijke schepping die bestaat uit een geestelijke wereld en een stoffelijke wereld. Het kroonjuweel van de schepping is de mens die in verrassend veel opzichten het evenbeeld van zijn Schepper is. Ook in het wezen van de mens zien we een soort drie-eenheid (geest, ziel en lichaam). Bij de ziel van de mens denken we vooral aan de vier aspecten verstand, gevoel, wil en verstand. Deze zielsaspecten vertonen duidelijke overeenkomsten met de eerder genoemde vier godsaspecten.
God heeft vele soorten planten en dieren gemaakt, maar slechts één mensensoort. De mensen onderscheiden zich door ieders unieke karakter. We onderscheiden vier karaktertypen, die elk gerelateerd zijn aan een zielsaspect dat het meeste op de voorgrond treedt. Elk karaktertype laat een aspect zien van Gods volmaakte karakter. Elk mens laat op een unieke manier iets zien van het karakter van zijn Schepper en dat is een adembenemende gedachte.
|
|
godsaspect |
karaktertype |
|
verstand |
||
|
gevoel |
||
|
wil |
||
|
gedrag |
De mens is geschapen als man en vrouw. Ook in het man-zijn of vrouw-zijn zijn we op een speciale manier evenbeelden van God.
Bij de zondeval van de mens is Gods volmaakte schepping op een dramatische manier ontluisterd. God heeft een geweldig plan uitgewerkt voor de herschepping van de schepping en vooral voor die van de mens...
De woeste, lege, duistere aarde, die bedekt was met water, is in zes dagen herschapen tot een prachtige paradijsachtige wereld. De zes scheppingsdagen, zoals beschreven in Genesis 1, vertonen een bepaalde structuur. Ze vormen twee aparte fasen van elk drie dagen: een voorbereidingsfase en een vervullingsfase:
|
1. voorbereidingsfase |
2. vervullingsfase |
||
|
1 |
licht |
4 |
zon (+ maan + sterren) |
|
2a |
atmosfeer |
5a |
vogels |
|
2b |
zeeën |
5b |
vissen |
|
3a |
vasteland |
6a |
landdieren |
|
3b |
eerste leven: planten |
6b |
hoogste leven: mens |
De eerste drie dagen hebben te maken met het wegdoen van de duisternis en het opruimen van de chaos, kortom met het klaarmaken van de aarde om bewoond te worden. Tijdens de tweede serie van drie dagen wordt het land, de zee en de lucht gevuld met allerlei soorten levende wezens.
De manier waarop God de puinhoop-aarde in zes dagen tot iets moois heeft geschapen of herschapen, is een afbeelding van de manier waarop God een ontluisterd mensenleven wil herscheppen tot een nieuwe schepping.
De voorbereidingsfase bij de herschepping van de aarde (scheppingsdagen 1-3) is in geestelijke zin een afbeelding van de jeugdfase van de geloofsontwikkeling. De chaos van het oude leven wordt opgeruimd, het nieuwe leven ontstaat en krijgt steeds meer vorm. Voor pasbekeerde gelovigen gaat het vooral om hun wedergeboorte, hun eerste groeistappen, hun zegeningen, het oplossen van hun problemen, enzovoort. Hierin wordt het verstand, het gevoel, de wil en het gedrag gevormd door Gods Geest. Dit doet denken aan de ontwikkeling van een pasgeboren kind tot aan zijn volwassen leeftijd.
Op scheppingsdag 1 heeft God het licht geschapen. Jezus, het levenslicht voor de wereld, is op aarde gekomen om te sterven aan het kruis. Daardoor is voor de mensheid de weg tot God heropend. Licht is een beeld van het geestelijke licht van God dat doordringt in het hart van de mens, die door de zonde is gedegenereerd. De schepping van het licht is in de eerste plaats een beeld van bekering en wedergeboorte, waardoor een mens nieuw leven van God ontvangt. Ieder wedergeboren mens (in deze studie "gelovige" genoemd) treedt toe tot het nieuwe verbond met God. Daarmee komt hij aan het begin van een levenslang groeiproces. Het nieuwe leven brengt echter ook innerlijke strijd met zich mee, zoals we bij dag 2 en 3 zullen zien...
Op scheppingsdag 2a heeft God de atmosfeer gevormd en dat is een beeld van het menselijke verstand. Dit studiedeel gaat over het verstandsaspect van het geloof. De gelovige leert zijn verstand te laten leiden door Gods Woord: de Bijbel. Hij leert het onderscheid tussen waarheid en leugen en ondergaat een vernieuwing van denken. Ook krijgt hij zicht op Gods wet, die ook voor nieuwtestamentische gelovigen geldt, hoewel anders dan voor de gelovigen onder het oude verbond. Een gelovige moet afstand nemen van de zonden en zich oefenen in het houden van een rein geweten. Door dit alles groeit zijn geloofszekerheid als een fundament voor zijn geloofsleven.
Op scheppingsdag 2b heeft God het water op aarde zijn plaats gegeven. Water is een beeld van het menselijke gevoel. Dit studiedeel gaat over het gevoelsaspect van het geloof. Daarbij denken we aan ervaringen en geloofsbeleving en ook aan de relationele kant: het omgaan met andere gelovigen, vooral als deel van een plaatselijke gemeente. De gelovige leert ook omgaan met beproevingen, moeilijke levensomstandigheden van buitenaf die een mens van zijn stuk kunnen brengen. Ook moet hij leren omgaan met verlangens van binnenuit, die hem kunnen afhouden van het leven met God. Het gevolg is dat zijn geloofsvertrouwen groeit en dat hij het overvloedige levensgeluk steeds meer ervaart, dat God beloofd heeft.
Op scheppingsdag 3a heeft God scheiding gemaakt tussen vasteland en water. Dit studiedeel gaat over het wilsaspect van het geloof. Het oprijzen van het vasteland boven het water is een beeld van kracht ontvangen voor de overwinning in de innerlijke strijd door het geloof, waardoor het geloof vaste grond krijgt. Daardoor leert de gelovige wat bevrijding is en om in vrijheid te blijven leven. De gelovige groeit in toewijding aan God en praktisch discipelschap. Het geheim van overwinning ligt in de geloofsovergave, het wilsaspect van het geloof.
Op scheppingsdag 3b heeft God de eerste vorm van leven geschapen: plantengroei. Dit studiedeel gaat over het gedragsaspect van het geloof. Plantengroei en bomen die allerlei vruchten dragen doen namelijk denken aan de resultaten van gehoorzaamheid aan God en een gedrag dat voortvloeit uit een levend geloof. Daardoor groeien veranderingen in levensstijl en karakter, waarbij ieders persoonlijke karakter een belangrijke rol speelt. Daarbij leert men omgaan met zowel sterke als zwakke karaktereigenschappen. Een en ander wordt uitvoerig uitgewerkt voor elk van de karaktertypen verstandelijk, gevoelsmatig, wilskrachtig en gelijkmatig, zodat iedere lezer zichzelf duidelijk tegenkomt. Ook leert de gelovige om te gaan met karakters van andere mensen. Het resultaat van dit alles is: geestelijk vrucht dragen, het directe gevolg van een leven vanuit geloofsgehoorzaamheid.
Na de voorbereidingsfase komt de vervullingsfase, de tweede serie van drie scheppingsdagen (4-6). Hierin krijgen het verstand, het gevoel, de wil en het gedrag van de gerijpte gelovige een verdere invulling door de krachtige werking van Gods Geest. De gelovige is niet meer zozeer gericht op zijn zegeningen, maar op de Heer en verlangt ernaar om Gods zegen door te geven aan andere mensen.
Op scheppingsdag 4 heeft God zon, maan en sterren geschapen. De zon is een beeld van Jezus als Koning. Geestelijke volwassenheid betekent in de eerste plaats: niet zozeer eigen welzijn en zegeningen nastreven, maar gericht zijn op Jezus (de zon). Vol zijn van Jezus betekent ook: vol van de Heilige Geest zijn. Het gevolg van vervulling met de Heilige Geest kan zijn dat de gelovige een of meer bijzondere gaven van de Heilige Geest ontvangt om daarmee anderen te dienen. De onderwerpen van dit studiedeel liggen in het verlengde van die uit studiedeel 3 ("Nieuw leven").
De maan is te vergelijken met de wereldwijde Gemeente, die het licht van de zon weerkaatst oftewel Jezus laat zien in de wereld. Sterren zijn dan de individuele gelovigen die als zodanig ook het licht in hun leefomgeving laten schijnen. Geestelijke volwassenheid betekent in de tweede plaats: het leven van Jezus doorgeven aan anderen. Dit wordt in de volgende studiedelen uitgewerkt.
Op scheppingsdag 5a heeft God de vogels geschapen. Vogels zijn een beeld van een verdere vervulling van het verstand in verbondenheid met Jezus. Daarbij gaat het om een volwassen inzicht in de dingen van God, en een verlangen om Gods leiding te verstaan en op te volgen. De onderwerpen van dit studiedeel liggen in het verlengde van die uit studiedeel 4 ("Verlicht verstand").
Op scheppingsdag 5b heeft God de vissen geschapen. Vissen zijn een beeld van een verdere vervulling van het gevoel in de verbondenheid met Jezus: een intieme relatie met Hem onderhouden. Vooral het gebed speelt daarbij een belangrijke rol. Daarbij denken we niet alleen aan bidden en ontvangen, maar vooral ook aan de ontmoeting met God, waardoor we ons hart eerst afstemmen op God. Ook staan we stil bij de verschillende gebedsvormen. De onderwerpen van dit studiedeel liggen in het verlengde van die uit studiedeel 5 ("Groeiend vertrouwen").
Op scheppingsdag 6a heeft God de landdieren geschapen. Landdieren zijn een beeld van een verdere toewijding van de wil in het volgen van Jezus. Om het leven van God aan anderen door te kunnen geven leert de gelovige zich in te zetten voor de uitbreiding van Gods Koninkrijk en de geestelijke strijd. De onderwerpen van dit studiedeel liggen in het verlengde van die uit studiedeel 6 ("Overwinnend geloof").
Op scheppingsdag 6b heeft God de mens geschapen als de hoogste scheppingsvorm en het meest gelijkende evenbeeld van God. Dit is een beeld van een levensstijl van zegenen, echte liefde en offerbereidheid. Daarmee wordt het beeld van God in de mens het duidelijkst zichtbaar. De onderwerpen van dit studiedeel liggen in het verlengde van die uit studiedeel 7 ("Veranderd gedrag").
Iemands geestelijke ontwikkeling gaat niet in een strakke volgorde van de eerste tot en met de zesde scheppingsdag. Het zit toch iets complexer in elkaar, want alle groeiaspecten zijn met elkaar verweven. "Volwassen" gelovigen die iets meemaken van scheppingsdagen 4-6 zijn bijvoorbeeld nog niet klaar met scheppingsdagen 2-3 uit de "jeugdfase". Integendeel. Die processen blijven gewoon doorgaan, maar de volwassen processen krijgen steeds meer overwicht. Natuurlijk blijven volwassen gelovigen doorgroeien op het gebied van inzicht in Gods Woord, reiniging en heiliging, leren op God vertrouwen onder alle omstandigheden, omgaan met innerlijke verlangens, enzovoort. Ze blijven ook fouten maken op die gebieden, maar de nadruk komt steeds meer te liggen op het gericht zijn op Jezus en op het dienen van God en de medemens in de kracht van Gods Geest.
Zo kan een volwassen gelovige enerzijds goed bezig zijn om met kracht Jezus uit te dragen (dag 6) en tegelijk worstelen met een innerlijk probleem (dag 2b). Andersom ook. Een pas wedergeboren gelovige kan in sommige opzichten al helder zicht op Jezus als zijn Koning hebben (dag 4) en een actief gebedsleven (dag 5b).
In het volgende schema kun je zien hoe een en ander met elkaar samenhangt. De pijlen geven aan hoe iemands geestelijke ontwikkeling globaal kan plaatsvinden, maar blijf ervan doordrongen dat alles met elkaar samenhangt. Beschouw het maar als een kapstok, waarop je alle basisconcepten van geestelijke groei op een ordelijke manier kunt ophangen.

Deze studiedelen kunnen dus zowel van boven naar beneden (3, 4, 5, ... , 12) als van links naar rechts (3, 8, 4, 9, ... , 12) worden doorgenomen.
De laatste twee studiedelen hebben vooral betrekking op de toekomstige herschepping.
Deze dag was voor God een dag van rust. De innerlijke rust in Christus is Gods uiteindelijke bedoeling voor het leven van de christen. Rustdagen en christelijke feestdagen kunnen helpen om deze rust te beleven. Toch wordt de echte rust pas volledig gerealiseerd bij het bereiken van de eeuwige bestemming in het hiernamaals. Als de gelovige sterft, gaat hij over vanuit de stoffelijke naar de geestelijke wereld oftewel naar de hemel. Dat is zijn toekomstige thuis, een plaats om intens naar te verlangen en waar meer over te vertellen is dan de meeste gelovigen zich realiseren. Daarnaast is het goed te weten dat er een hel is, de toekomstige verblijfplaats waar Jezus ons voor wil bewaren.
De Bijbel bevat veel profetieën over de toekomst. We denken dan in de eerste plaats aan de terugkeer van Jezus voor Israël, de Gemeente en de overige volken. Daarna kunnen we een Messiaans vrederijk op aarde verwachten. Bij de schepping van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zal het scheppingswerk en herscheppingswerk van God beëindigd zijn, althans dat is het laatste waar de Bijbel over spreekt.