H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof
start inhoud inleiding achtergrond trefwoorden levensvragen reageren cd-rom help

 

Dit is het eerste studiedeel  Ga naar het begin van dit studiedeel  Ga naar het volgende studiedeel

1.

Schepper


Ga naar het vorige hoofdstuk  Ga naar het begin van dit hoofdstuk  Ga naar het volgende hoofdstuk

3.
Gods karakter

Ga naar de vorige pagina  Niet geactiveerd  Ga naar de volgende pagina

2.
Cherubs tonen Gods karakter

 

De grote vraag is: kunnen we een zuiver beeld van God krijgen?  Kunnen we vanuit de Bijbel een objectief, voldoende gebalanceerd godsbeeld samenstellen, dat recht doet aan al Gods eigenschappen? Ik denk dat de Bijbel een bruikbaar antwoord heeft op die vraag, waarmee we een flink eind in de goede richting komen. Lees dus maar verder...

De cherubs

In het bijbelboek Openbaring lezen we:

    "... En midden in de troon en rondom de troon waren vier dieren, vol ogen van voren en van achteren. En het eerste dier was een leeuw gelijk, en het tweede dier een rund gelijk, en het derde dier had een gelaat als van een mens, en het vierde dier was een vliegende adelaar gelijk. En de vier dieren hadden elk voor zich zes vleugels en waren rondom en van binnen vol ogen en zij hadden dag noch nacht rust, zeggende: "Heilig, heilig, heilig is de Here God, de Almachtige, die was en is en die komt." (Openbaring 4:6-7)

Bij het woord troon moeten we overigens niet alleen denken aan een soort zetel, vanwaar God zijn heerschappij uitvoert. We kunnen ook denken aan een troongebíéd, het centrum van de goddelijke macht en glorie, de omgeving waar alleen de allerheiligste God vertoeft. Deze cherubs bevinden zich volgens de aangehaalde passage in en rondom de troon. We hebben hier een beschrijving van iets in de geestelijke wereld, waar andere ruimtelijke begrippen gelden, zodat iemand tegelijk binnen en buiten kan zijn. Deze passage gaat over een viertal bijzondere hemelwezens, die ook in Ezechiël 1 op een vergelijkbare manier beschreven zijn en verderop in het bijbelboek cherubs worden genoemd (Ez.10:14). 

In diverse bijbelgedeelten (zoals Ps.99:1; 1Sam.4:4) lezen we dat God op de cherubs troont. Cherubs zijn zeer hoog geplaatste wezens in de hogere, hemelse sferen die de troon van God bewaken. Zo komen we ook cherubs tegen bij de ark van het verbond, die als het ware een aardse verschijningsvorm was van de hemelse troon van God. Verder zijn er afbeeldingen van cherubs op het gordijn in de tabernakel of tempel, dat de troon van God afschermt van de buitenwereld. Ook in de hof van Eden was er een cherub die de toegang tot de levensboom bewaakte, die bijzondere boom, die een raakpunt tussen Gods troon en de aarde vormde. In het bijbelboek Ezechiël wordt ook een uitvoerige beschrijving van de cherubs gegeven, die veel overeenkomsten vertoont met die uit Openbaring 4.

Zicht op God

In Openbaring 4 lezen we dat de cherubs een groot aantal ogen hebben, "van voren, van achteren, rondom en van binnen". Dat wil zeggen dat ze allerlei zintuigen hebben om alle mogelijke aspecten van Gods karakter te kunnen onderscheiden. Met deze zintuigen kunnen ze niet alleen zien hoe Gods glorie zich naar buiten openbaart, maar ook wat er in het diepste innerlijk van God omgaat. Door wat de cherubs zien zijn ze voortdurend buiten zichzelf van verwondering en verbazing. Daarom roepen ze als maar uit: "Heilig, heilig, heilig is de Here God!" (Op.4:8). God is ontzagwekkend en altijd weer anders, verrassend veelzijdig, en ver uitstijgend boven het niveau van mensen en engelen. Hoe meer je van Hem ontdekt, hoe verbaasder je wordt over zijn eigenschappen. Je gaat jezelf dan steeds kleiner voelen in vergelijking met God. Je gaat steeds meer beseffen dat Hij je begrip te boven gaat. Doordat de cherubs dichter bij God vertoeven dan enig ander schepsel, hebben zij het meest heldere zicht op God. Geen wonder dat ze iets van Gods wonderbaarlijke karakter afstralen. En deze cherubs geven ons de sleutel tot het leren kennen van Gods karakter.

Weerspiegeling van Gods karakter

Johannes schrijft dat de cherubs alle vier een verschillend uiterlijk hebben (Op.4:7). De een ziet er uit als een leeuw, de ander als een rund, de derde als een mens en de vierde als een adelaar. In Ezechiël 1:10 staat dat elk van de cherubs alle vier de aspecten weerspiegelen. De beschreven details verschillen, maar de essentie blijft dezelfde. De vier cherubs zijn een afstraling van Gods karakter, oftewel van de manier waarop God zich openbaart aan zijn schepping. Dit is in tegenstelling tot wat vrij algemeen beweerd wordt, namelijk dat de vier cherubs vertegenwoordigers zouden zijn van Gods schepping. Ik vind dit een onlogische gedachte, omdat in de Bijbel aan cherubs nergens zo'n soort rol wordt toegeschreven. Het ligt naar mijn mening erg voor de hand dat de cherubs in hun uiterlijk iets van Gods karakter afstralen in wiens tegenwoordigheid ze verkeren. Gelovigen die dicht bij Jezus leven, stralen immers ook iets van Gods persoonlijkheid af? Paulus spreekt daarbij over "leesbare brieven van Christus" (2Kor.3:3). Zo spreekt het uiterlijk van de cherubs boekdelen over de God, die zij op zo'n bijzondere wijze mogen dienen...