|
H E R S C H E P P I N G
- VERSIE 1.1 bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof |
||||||||
| start | inhoud | inleiding | achtergrond | trefwoorden | levensvragen | reageren | cd-rom | help |
|
|||
1. |
Schepper |
||
6. |
Gods soevereiniteit (leeuw-aspect) |
3. |
God is gezagvol |
"De Here is Koning. Met majesteit heeft Hij Zich bekleed... Uw troon staat vast van oudsher..." (Psalm 93:1-2)
God is verheven boven al wat leeft en troont in het hoogste gedeelte van de hemelse sfeer in een "ontoegankelijk licht" (1Tim.6:16). Alle namen, waarmee God in de Bijbel genoemd wordt, hebben iets in zich dat aangeeft dat Hij boven alles en iedereen verheven is.
Gods glorie is oneindig en kan op zich door niemand worden vergroot. Toch betekent het veel voor de Schepper wanneer zijn schepselen Hem eren door daden van liefdevolle toewijding en gehoorzaamheid.
God regeert met onbetwist gezag over alles wat Hij geschapen heeft (Ps.47:7-8). Hij is de God der goden en de Here der heren (Deut.10:17) oftewel het absolute toppunt van autoriteit en gezag. Zijn troon, gebouwd op gerechtigheid en recht (Ps.89:15), is dan ook onaantastbaar en zal nooit en te nimmer wankelen.
Ook Jezus wordt onze Koning genoemd. Hij stierf aan het kruis als de "Koning van de Joden". Nadat Jezus zijn taak op aarde volledig had vervuld, ontving Hij welverdiend een zeer hoge positie in de hemelse gewesten. Hij zit aan de rechterhand van de Vader en dat betekent dat Jezus de uitvoerende macht heeft onder het oppergezag van de Vader. Ook zal Hij terugkomen om als de lang verwachte Vredevorst over de aarde te regeren en zijn koningschap zal voor eeuwig zijn.
Gods absolute heerschappij houdt in dat zijn wil wet is in het heelal. Gods besluiten staan vast en Zijn wil wordt uitgevoerd:
"Mijn raadsbesluit zal volbracht worden en Ik zal mijn welbehagen doen." (Jesaja 46:10)
Dat mogen we als gelovigen ook beamen in het "onze Vader":
"...Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde." (Matteüs 16:10)
God heerst over de geschiedenis. Zijn Woord is voldoende om alles te doen gebeuren wat Hem goeddunkt. Vooral in het scheppingsverhaal lezen we dat God sprak en alles ontstond zoals God het bedacht had. God heeft alles onder controle en er is nooit paniek in de hemel. Het is een geweldige bemoediging voor ons om te weten dat Gods heerschappij geen grenzen kent.
God wil graag dat de schepping zich vrijwillig en uit liefdevolle toewijding onderwerpt aan zijn gezag (Mar.12:30). God is geen zelfzuchtige, hardvochtige tiran, maar Hij weet zich als gezagdrager ook volledig verantwoordelijk voor ons welzijn.
Onze Koning is tot het uiterste gegaan om Zich aan ons te geven door te sterven aan het kruis. Zo'n Koning is het toppunt van edelmoedigheid en voor de volle 100% betrouwbaar. Daarom is het een voorrecht, een eer en een vreugde om zo'n Koning te dienen en te gehoorzamen.
Gods heerschappij en koningschap houdt ook in dat Hij de hoogste Rechter is (Ps.75:7; 2Tim.4:8). Dat betekent dat Hij zijn wetten handhaaft op een rechtvaardige en tegelijk genadige wijze. Tenslotte beslist God wat ieders eindbestemming zal zijn: eeuwig leven of de eeuwige dood. Bij het "laatste oordeel" (Op.20:11-15) zal God het laatste woord hebben.
In de lange geschiedenis van het volk Israël kunnen we talloze malen zien hoe God zijn volk steeds stimuleert om het goede te doen en de zonde na te laten. Als een goede opvoeder beloont Hij zijn volk met zegeningen als het Hem gehoorzaamt, en laat Hij tegenslagen toe als ze zondigen. Denk aan de toezegging van zegen en vloek aan het volk Israël in Deuteronomium 28. Ook in het Nieuwe Testament lezen we hierover:
"Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet gering ... want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Here, en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt." (Hebreeën 12:5-6)
God is geen slappe Vader, die zijn kinderen laat aanmodderen met het risico dat ze verkeerd terechtkomen. God gaat zorgvuldig met ons om en laat zo nodig moeilijke levensomstandigheden toe als die tot ons welzijn dienen. Daarom heeft God bijvoorbeeld de ballingschap van het volk Israël toegelaten om te voorkomen dat het zou ondergaan in totale goddeloosheid. In de gelijkenis van de verloren zoon zien we hoe God zijn jongste zoon vrijuit liet gaan omdat er geen betere manier was om een indringende levensles te leren (Luc.15:11-24). Let wel, het gaat hier niet om vergeldingsstraffen, want die horen niet in een opvoeding thuis. Gods opvoedmethoden getuigen van grote wijsheid, bedachtzaamheid en zorgzaamheid. Ze zijn gericht op het allerbeste resultaat op de lange termijn.