H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof
start inhoud inleiding achtergrond trefwoorden levensvragen reageren cd-rom help

 

Dit is het eerste studiedeel  Ga naar het begin van dit studiedeel  Ga naar het volgende studiedeel

1.

Schepper


Ga naar het vorige hoofdstuk  Ga naar het begin van dit hoofdstuk  Ga naar het volgende hoofdstuk

5.
Gods vriendelijkheid (mens-aspect)

Ga naar de vorige pagina  Niet geactiveerd  Ga naar de volgende pagina

3.
God is relatiegericht

God verbindt zich met mensen

Vanaf het moment dat er mensen op aarde woonden heeft God alles gedaan om goede en diepgaande relaties met de mensen te hebben. Hij wandelde geregeld met Adam (en later met Adam en Eva) door de paradijstuin. God had vrienden als Henoch, Noach en Abraham. Onze Schepper verbond Zich later op een bijzondere wijze aan het volk Israël (oude verbond) en later aan de Gemeente (nieuwe verbond). Het nieuwe verbond houdt in dat God met zijn Heilige Geest in de harten van wedergeboren gelovigen woont. Dezen zijn geroepen om "één te zijn met Jezus" (1Kor.1:9) en dat is de hoogst denkbare roeping.

De relatie tussen God en zijn gelovigen wordt in de Bijbel met allerlei beelden beschreven. Zo zijn gelovigen Gods collega's (1Kor.3:9) binnen zijn Koninkrijk, en tegelijk zijn kinderen en erfgenamen (Rom.8:17).  God gebruikt dikwijls het huwelijk om zijn relatie met zijn volk te illustreren. Dat toont aan dat God verlangt naar een hartsverbondenheid die erg diep gaat. Op aarde is het huwelijk immers de diepste uitdrukking van gemeenschap tussen twee mensen. Het aardse huwelijk is een voorafschaduwing van die megabruiloft die eens in de hemel zal plaatsvinden: de bruiloft van het Lam (Op.19:7). Kortom: de relatie die God met zijn schepselen wil hebben gaat ons voorstellingsvermogen ver te boven, zowel voor het hier en nu als voor de toekomst.

God houdt van veel relaties

Uit de hele Bijbel blijkt dat het God relaties wil hebben met heel veel de mensen. In de gelijkenis van de uitnodigingen zegt de Heer: "Mijn huis moet vol worden." (Luc.14:23). Jezus spreekt over de vele woonplekken in de hemel (Joh.14:1-2) en Johannes zag in Openbaring 7:9 een ontelbare menigte mensen die voor Gods troon in de hemel stonden. De nieuwe aarde, die God uiteindelijk gaat scheppen, zal dan ook ruim bemeten zijn om al die mensen te bevatten, die God eeuwig bij Zich wil hebben.

Jezus trekt op met zijn vrienden

Gedurende de drie jaar van Jezus' goddelijke bediening op aarde, is Hij heel intensief met mensen omgegaan. Hij had heel veel en heel uiteenlopende sociale contacten, variërend van hooggeplaatsten zoals Jozef van Arimatea en rijke belastinginners tot prostituees, van intellectuele schriftgeleerden zoals Nicodemus tot eenvoudige vissers. Hele groepen mensen volgden Jezus als Hij door het land trok. Veel intensiever trok Hij op met de twaalf discipelen en bij heel bijzondere gelegenheden nam Hij slechts drie van de twaalf discipelen mee: Petrus, Johannes en Jakobus. Ten slotte noemt Johannes zichzelf vier maal als de discipel, waar Jezus het meest op gesteld was. Zo zien we hoeveel belang Jezus stelde in persoonlijke vriendschappen. Jezus stond midden tussen de mensen en deed alles samen met zijn vrienden: eten, slapen, over het meer varen, sabbatswandelingen maken, mensen bezoeken, uitrusten, en ook de vele alledaagse dingen die niet in de Bijbel vermeld staan.

God woont bij de mensen

God verlangt ernaar onder de mensen te wonen. 

  1. In het Oude Testament lezen we dat God min of meer zichtbaar temidden van zijn volk woonde en troonde: eerst in de tabernakel in de woestijn, later in de tempel in Jeruzalem. Toch is Hij ook heel dichtbij ieder individueel persoon, die Hem aanroept (Ps.145:18)
  2. In het Nieuwe Testament zien we dat God nog dichter bij de zijnen wil wonen: in hun hart door de voortdurende inwoning van de Heilige Geest. 
  3. Jezus heeft gesproken over de hemel als het huis van de Vader, waar veel mensen welkom zijn (Joh.14:2). God wil dat zijn huis boordevol met mensen zal zijn (Luc.14:23)
  4. Later, op de nieuwe aarde, zal God op een ongekend nieuwe manier voor altijd onder de mensen zal wonen (Op.21:3). 

God communiceert met mensen

De soevereine God is onafhankelijk en heeft niemand nodig om "compleet" te zijn. Toch ligt het in Zijn aard om contact te willen hebben met de mensen die Hij heeft geschapen. Daarom heeft Hij de mens ook mogelijkheden gegeven met Hem te communiceren. God geniet er van als zijn kinderen tijd voor Hem nemen in gebed. Hij verlangt naar gesprekken met ons, zoals Hij die kon hebben met Henoch, Abraham en Mozes. Met hen had God een diepe vriendschapsrelatie die ontstond door veel met elkaar op te trekken.

God heeft ons de Bijbel gegeven, om daarin uitvoerig en duidelijk met ons te communiceren. Ook door profetieën, visioenen, dromen, en rechtstreekse boodschappen spreekt God tot de zijnen. Wie zien daar talloze voorbeelden van in de Bijbel en vandaag de dag leidt God gelovigen op allerlei praktische manieren, tenminste als ze er voor openstaan. Hij is de levende God, de God die spreekt.