|
H E R S C H E P P I N G
- VERSIE 1.1 bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof |
||||||||
| start | inhoud | inleiding | achtergrond | trefwoorden | levensvragen | reageren | cd-rom | help |
|
|||
1. |
Schepper |
||
5. |
Gods vriendelijkheid (mens-aspect) |
4. |
God is ruimhartig |
Deze weinig begrepen eigenschap van God omvat de begrippen vergevingsgezindheid en milde goedgeefsheid. Gods genade komt in het kort hierop neer:
God heeft er geen behagen in om straffen uit te delen als mensen zich hebben misdragen. Hij laat zijn ruime hart ook spreken en vergeeft van harte (Num.14:18). God is zeer royaal in zijn vergeving. Eenmaal vergeven zonden komen niet meer bij Hem op en God doet ze zover weg dat Hij zelf er niet meer bij kan (Micha 7:18-19; Ps.103:12). God is veel ruimhartiger dan de mensen en niemand is zo vergevingsgezind als God. Jezus heeft Gods genade op aarde getoond door in onze plaats te sterven, om daarmee de straf op zich te nemen, die wij verdiend hadden. Gods genadigheid houdt ook in dat Hij rekening houdt met ieders beperkingen. Hij laat Zijn rechtvaardige oordelen niet tot het uiterste gaan (Jes.57:16; Ps.103:10,14).
God is buitengewoon royaal in het geven van zegeningen (Rom.8:32). De Bijbel staat vol met voorbeelden van onverdiende goedheid, die God aan zijn volk belooft en uitdeelt. Jezus laat iets van de warme menslievendheid van God zien als Hij kinderen bij zich laat komen en hen spontaan omarmt en zegent.
Verwant aan het begrip genadigheid is het begrip barmhartigheid, in de Bijbel ook wel innerlijke ontferming genoemd. Dit begrip is verwant aan het Hebreeuwse woord voor baarmoeder, waarmee dus een zeer diep ervaren warmte wordt uitgedrukt. Barmhartigheid is een belangrijke eigenschap van God, want als Hij zijn Naam uitroept tegenover Mozes, zegt Hij:
"Ik zal genadig zijn, wie ik genadig ben, en Mij ontfermen, over wie Ik mij ontferm." (Exodus 33:19)
God is barmhartig en bewogen met de mensen in nood, die hulp van buitenaf nodig hebben. Hij is een Vader voor weduwen en wezen. God luistert naar de "verbrokenen van hart". Zie ook Psalm 116:5 en Joël.2:13. Hij richt zwakken op. Aan verachte buitenstaanders geeft Hij ruimhartig een plek temidden van zijn volk (Jes.56:3-5). In Exodus 19:4 lezen we dat Hij zijn volk Israël als op adelaarsvleugels gedragen heeft. God zorgt voor de zijnen als een vader (Ps.103:13) of als een moeder (Jes.66:23).