H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof
start inhoud inleiding achtergrond trefwoorden levensvragen reageren cd-rom help

 

Dit is het eerste studiedeel  Ga naar het begin van dit studiedeel  Ga naar het volgende studiedeel

1.

Schepper


Ga naar het vorige hoofdstuk  Ga naar het begin van dit hoofdstuk  Ga naar het volgende hoofdstuk

5.
Gods vriendelijkheid (mens-aspect)

Ga naar de vorige pagina  Niet geactiveerd  Ga naar de volgende pagina

1.
Mens als beeld van Gods vriendelijkheid

Gods vriendelijkheid

Een van de cherubs heeft een menselijke gezicht. Let op dat in Openbaring 4:7 niet de mens als geheel genoemd wordt, maar alleen het gezicht van een mens. God heeft als het ware een menselijk gezicht, is bewogen met mensen en wil met mensen omgaan. Het mens-aspect heeft dus te maken met Gods vriendelijkheid ten opzichte van de mensen.

Bij Gods vriendelijkheid kunnen we denken aan drie hoofdeigenschappen, die min of meer in elkaar overvloeien: God is gevoelvol, relatiegericht en ruimhartig.

Gevoelvol

Het gezicht van een mens is het belangrijkste instrument waarmee hij zich naar onze omgeving kan uitdrukken. Iemands gelaatsuitdrukking laat meestal veel zien van de gevoelens die de persoon heeft. Zodoende spreekt Gods mens-aspect van Gods gevoelskant en het uitdrukking geven aan zijn gevoelens.

Relatiegericht

Het menselijke gezicht speelt ook de hoofdrol bij het communiceren met anderen: door het spreken met de mond, door de uitdrukking in de ogen en met het gezicht dat we erbij trekken. Het mens-aspect laat iets zien van de manier waarop God communiceert met de mensen en relaties met mensen wil onderhouden. 

Ruimhartig

Het mens-aspect gaat ook over Gods bewogenheid met de mensen en zijn genadigheid. In Ezechiël 1:8 lezen we dat de cherubs mensenhanden hadden, een detail dat niet in Openbaring 4:7 wordt genoemd. Dat gegeven past ook heel goed in het mens-aspect en kan gezien worden als een symbool van Gods genadigheid. In de priesterlijke zegen uit Numeri 26 komen we de bekende woorden tegen: "de Here doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig" (vers 25). In die uitdrukking zien we een relatie tussen het gezicht van God en zijn genadigheid.