H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof
start inhoud inleiding achtergrond trefwoorden levensvragen reageren cd-rom help

 

Dit is het eerste studiedeel  Ga naar het begin van dit studiedeel  Ga naar het volgende studiedeel

1.

Schepper


Ga naar het vorige hoofdstuk  Ga naar het begin van dit hoofdstuk  Ga naar het volgende hoofdstuk

7.
Gods zorgzaamheid (rund-aspect)

Ga naar de vorige pagina  Niet geactiveerd  Ga naar de volgende pagina

3.
God is dienstbaar

Gods geeft wat we nodig hebben en nog meer

God heeft het volk Israël op wonderlijke wijze van voedsel en water voorzien terwijl het door de woestijn trok (Deut.2:7). Denk eens in hoeveel voorzieningen er in deze tijd nodig zouden zijn om een miljoenenvolk veertig jaar in de woestijn te onderhouden. Iets dergelijks is nooit eerder en nooit daarna vertoond. God voorzag Elia van voedsel bij de beek Kerit en gebruikte daar zelfs raven voor, dieren die zoiets nooit uit zichzelf zouden doen (1Kon.17:2-6). Later zorgde Hij voor krachtvoer voor Elia, zodat deze helemaal naar de Sinaï kon lopen zonder onderweg "bij te hoeven tanken" (1Kon.19:4-8).

In de allerbekendste Psalm beschreef David Gods zorgzaamheid kort en krachtig: 

"De Here is mijn Herder. Mij ontbreekt niets." (Psalm 23:1)

Ook in het Nieuwe Testament wordt ons voorgehouden dat God "in Christus" ons geeft wat we nodig hebben, in de eerste plaats in geestelijke zin (Ef.1:3) maar ook alle andere opzichten (1Petr.5:7; Rom.8:32). Doordat God zijn Zoon aan ons gegeven heeft, zijn al die andere zegeningen daarbij vergeleken gewoon peanuts, dus daar kunnen we rustig op rekenen. Paulus, die veel ervaring had met Gods zorg voor hem, drukte het zo uit: 

"Mijn God zal in al uw behoeften naar zijn rijkdom heerlijk voorzien." (Filippenzen 4:19) 

Dit heeft betrekking op zowel stoffelijke als geestelijke behoeften. Tot in eeuwigheid zal Hij voorzien in alles.

God geeft leven

De kostbaarste zegen die God aan zijn schepselen heeft gegeven is het leven. We denken dan enerzijds aan het fysieke leven met alle bijbehorende mogelijkheden, maar ook aan het geestelijke leven dat God mensen geeft die zich tot Hem bekeren (wedergeboorte). God heeft beloften gegeven over eeuwig leven na het leven op aarde. Daarbij kunnen we denken aan leven in de hemel, opstanding uit de doden en leven op de nieuwe aarde.

God doet goed aan iedereen

Gods daden zijn weldaden. Toen Jezus op aarde was, sprak Hij over het Koninkrijk van de hemel. Tegelijk deed Hij veel praktische dingen voor de mensen om hen te bevrijden van demonische banden en allerlei narigheid. Hij genas de zieken, gaf hongerige mensen te eten, bemoedigde de mensen aan de rand van de samenleving en had een vriendelijk woord voor iedereen.

God is bescheiden

De allerhoogste God zou het volste recht hebben om Zich te laten eren met indrukwekkende ceremonies, imponerende tempels en allerlei andere pracht en praal. Toch komt God erg bescheiden over. Het eerste heiligdom (de tabernakel in de woestijn) was niet meer dan een uitneembare tent met wat spullen, die door de priesters gedragen moesten worden. Toen later koning David het voornemen uitte om die oude tabernakel te vervangen door een prachtige tempel, kreeg hij via de profeet Natan te horen dat het voor God eigenlijk niet hoefde. God vond een eenvoudige tabernakel genoeg. God stelde Davids plan ongetwijfeld op prijs, maar liet hem weten dat God juist een huis voor David wilde bouwen, in figuurlijke zin: een eeuwigdurend koningshuis. Als je dat leest in 2 Samuël 7:4-17 kom je onder de indruk van Gods bescheiden opstelling. En als we lezen over de nieuwe aarde, dan lezen we weer zoiets simpels: 

"...Zie de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen en zij zullen zijn volken zijn en God zal zelf bij hen zijn..." (Openbaring 21:3)

De eenvoud van onze allerhoogste God is een van zijn meest indrukwekkende sieraden! God zit niet op show te wachten. Het liefst woont Hij eenvoudigweg in mensenharten waar Hij welkom is. God houdt er andere waarden op na dan de mensen! 

God is nederig

God stelt zich tegenover zijn schepping niet alleen op als Heerser, maar ook als een nederige Dienaar. Jezus heeft dat laten zien tijdens zijn werk op aarde: 

"Wie onder u groot (leeuw-aspect) wil worden, zal uw dienaar (rund-aspect) zijn. Gelijk de Zoon des Mensen niet gekomen is om zich te laten dienen (leeuw-aspect), maar om te dienen (rund-aspect) en zijn leven te geven als losprijs voor velen." (Matteüs 2:26-28)

Gods nederige dienstbaarheid is vooral uitgedrukt in de persoon van Jezus, die zijn Vader diende. Hij toonde dat door enerzijds Gods wet in alle opzichten na te leven en anderzijds het ultieme offer aan de Vader te brengen: zijn leven. Typerend waren zijn woorden die Hij in Getsemane tegen zijn Vader zei: "Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede."

Jezus had Zich bereid getoond om zijn hemelse glorie af te leggen en vrijwillig een menselijk lichaam aan te nemen en heeft zich dieper vernederd dan wie ook: tot de kruisdood (Fil.2:6-8). Jezus, de Leeuw van Juda (Op.5:5) werd het Lam van God (Op.5:6). Van de allerhoogste positie tot de allerlaagste positie. In Johannes 12 lezen we hoe Jezus bij het laatste Pascha (oftewel het EERSTE Avondmaal!) zijn kleren (=waardigheid) aflegde, en de voeten van zijn discipelen ging wassen om dit te illustreren.

God brengt het hoogste offer

Gods oneindige offerbereidheid is wellicht een van zijn minst begrepen eigenschappen. God heeft bewezen dat Hij het meest kostbaarste, namelijk zijn Zoon over had voor het welzijn van zijn schepping. Dit is een van de meest onbegrijpelijke waarheden over God. God had besloten om maar één Zoon te hebben en daarin alles van Hem zelf te investeren. Die ene Zoon heeft Hij gegeven en daarmee heeft Hij alles gegeven wat er te geven was. Omdat de Zoon niet losstaat van de Vader en er een geheel mee vormt, kunnen we rustig stellen dat God zichzelf gaf. Onbegrijpelijk.