H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof
start inhoud inleiding achtergrond trefwoorden levensvragen reageren cd-rom help

 

Ga naar het vorige studiedeel  Ga naar het begin van dit studiedeel  Ga naar het volgende studiedeel

2.

Schepping


Ga naar het vorige hoofdstuk  Ga naar het begin van dit hoofdstuk  Ga naar het volgende hoofdstuk

6.
Mens geschapen als man en vrouw

Ga naar de vorige pagina  Niet geactiveerd  Ga naar de volgende pagina

5.
Leiderschap voor mannen en vrouwen?

 

Het vorige onderwerp "Gelijkwaardigheid man en vrouw" wordt nu verder uitgewerkt en toespitst op de bekende vraag: in hoeverre geldt het leiderschap voor mannen en in hoeverre staat het open voor vrouwen.

Leiderschap binnen het huwelijk

De Bijbelse richtlijn voor het huwelijk is dat aan man het leiderschap heeft (Ef.5:22-33). In dit gedeelte wordt het dienende leiderschap heel mooi en duidelijk uitgelegd: 

"Vrouwen weest aan uw mannen onderdanig ... Mannen, hebt uw vrouwen lief, evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft." (Efeziërs 5:22,25)

De vrouw respecteert het leiderschap van de man, en de man zet zich in voor het welzijn van zijn vrouw. 

Verder moeten we de vraag over het leiderschap ook weer niet te veel gewicht geven. Het partnerschap binnen het huwelijk is veel belangrijker dan het leiderschap. In een goed huwelijk zal de vraag "wie is hier de baas" niet of nauwelijks gesteld hoeven te worden. Als de man en de vrouw elkaar liefhebben in de ware zin van het woord, dan zijn ze er allebei op uit om elkaar gelukkig te maken. Zo trekken ze naast elkaar op als gelijkwaardige partners. Maar één zal de leiding moeten hebben, en de Schepper heeft in zijn wijsheid bepaald dat dit de man hoort te zijn, onafhankelijk van de vraag wie de beste capaciteiten voor het leiderschap heeft.

Leiderschap binnen de kerkelijke gemeente

Het Nieuwe Testament laat zien dat leiderschap van een kerkelijke gemeente aan mannen wordt toegekend. Dat geldt dan voor apostelen, oudsten (of ouderlingen) of anderen die deel uitmaken van een kerkelijk bestuur (1Tim.3). Behalve de besturende taken binnen de gemeente kunnen naar mijn mening alle andere taken door zowel mannen als vrouwen worden uitgevoerd. Iets moeilijker ligt het als het gaat om woordbediening. Ik denk dat Paulus' woorden over de verplichting van vrouwen om te zwijgen in de gemeente (1Kor.14:34-36) meer te maken hebben met orde en goede stijl binnen de gemeente te Korinte dan met een algemeen verbod om bijbeluitleg te geven of zoiets. Het is vrouwen immers ook toegestaan om te profeteren (1Kor.11:5). Daarom zie ik geen bijbelse grond om vrouwen niet toe te staan bijbeluitleg te geven en om bijvoorbeeld op grond van de Bijbel mensen op te roepen om Jezus te gehoorzamen. 

Toch roept dit alles wel vragen op. Om enkele te noemen:

  1. Waar ligt de grens tussen bijbeluitleg en spreken met gezag? 
  2. Is prediking spreken met gezag of bijbeluitleg? 
  3. Tot welk niveau is gedelegeerd leiderschap voor vrouwen toegestaan? 

Het is niet te verwachten dat alle gelovigen dezelfde antwoorden op die vragen geven. Belangrijker nog dan de antwoorden op die vragen is de achterliggende houding:

Gavenmodel en leiderschap

Er zijn gelovigen die zeggen het "gavenmodel" te hanteren. Hun uitgangspunt is dat mannen en vrouwen in Gods koninkrijk gelijkwaardig zijn (Gal.3:28) en DUS alle gaven mogen gebruiken die ze hebben ontvangen. Dat betekent naar hun mening ook dat alle leiderschapstaken openstaan voor vrouwen met leidinggevende capaciteiten. Op grond van wat ik hiervoor heb geschreven vind ik deze argumentatie niet alleen flinterdun, maar zelfs onjuist. Hier wordt de eerder genoemde WERELDSE filosofie over ongelijkwaardig leiderschap gehanteerd, in plaats van de BIJBELSE filosofie over dienend leiderschap. Kerken die alle leiderschapsposities voor vrouwen hebben opengesteld, hebben naar mijn mening een compromis gesloten met het wereldse denken. Voor deze kerken zal dit ook niet het láátste compromis zijn...

Zoals eerder gezegd wordt het leiderschap van de nieuwtestamentische gemeente door Gods Woord uitsluitend aan mannen toegekend. Verder wijzen ALLE indirecte bijbelse lijnen naar mannelijk leiderschap en GEEN ENKELE lijn naar leiderschap voor mannen óf vrouwen. Voorbeelden:

Jezus heeft het meerdere malen voor vrouwen opgenomen wanneer zij aan de kant geschoven dreigden te worden door mannen. Toch heeft Hij niets gedaan om leidende posities ook aan vrouwen te geven. Jezus liet Zich daarin niet beperken door de heersende gedachten over de positie van de vrouw, want Jezus trad de gevestigde orde wel vaker met voeten. 

Als binnen een huwelijk de vrouw meer leidinggevende capaciteiten heeft dan haar man, dan geldt natuurlijk nog steeds de bijbelse richtlijn van het mannelijke leiderschap. Door daar aan vast te houden kan zo’n echtpaar best tot een goed werkbare situatie komen, ook al zal het meer moeite kosten dan bij andere echtparen. 

De toepassing van het gavenmodel voor vrouwelijk leiderschap in de gemeente klopt ook niet. Er zijn geen bijbelse aanwijzingen dat gaven de boventoon voeren, boven bijbelse inzettingen over het leiderschap. Onder het oude verbond had God alleen Mozes aangewezen als leider. Misschien had Mirjam wel meer leidinggevende gaven dan Mozes, maar toen zij zichzelf naast Aäron opwierp als kandidaat-leider, strafte God haar met melaatsheid (Num.12). Alléén Israëlieten van de stam van Levi mochten priesterdienst verrichten. Ook mensen uit andere stammen zouden het kunnen, maar God stond dat niet toe. Koning Uzzia meende als niet-leviet ook priesterdiensten te kunnen verrichten en wilde een brandoffer in de tempel aansteken. Ook hij werd gestraft met melaatsheid (2Kron.26:16-21). Het principe wordt duidelijk geïllustreerd dat we NIET de mens met zijn gaven (en verlangens om die te gebruiken) centraal mogen stellen, maar binnen Gods richtlijnen moeten blijven ook al gaan die tegen ons gevoel in.

Plan A of plan B?

Er zijn natuurlijk "noodsituaties" denkbaar waarbij vrouwelijk leiderschap noodzakelijk is. Als een man ernstig ziek is of overlijdt, neemt zijn vrouw vanzelfsprekend het roer van hem over. Ook als er in een plaatselijke kerk geen mannelijk leiderschap aanwezig is, is vrouwelijk leiderschap te verkiezen boven het ontbreken van leiderschap. Maar dit zijn voorbeelden van "plan B" voor noodgevallen. Het is onjuist om de gedragswijze voor noodgevallen gelijk te stellen aan "plan A", het oorspronkelijk door God bedoelde plan.

Andere benadering

Laten we ons liever bezighouden met de vraag: "Waartoe heeft God mij als man of als vrouw gemaakt? Hoe kan ik Hem het meeste eren en een beeld van Hem zijn als man of als vrouw?" Zowel mannen als vrouwen zullen zich dan opnieuw moeten beraden over hun positie. Mannen leren dan om als beelddragers van God iets van Gods heiligheid af te stralen. Zij doen er goed aan om hun verantwoordelijkheden serieus te nemen en om krachtig maar dienend leiderschap uit te oefenen. Vrouwen leren dan om als beelddragers van God iets van de liefde van God uit te stralen. Zij doen er goed aan om vooral warmte, mensgerichtheid en zorgzaamheid uit te stralen. Op zo'n manier wordt onze Schepper het meest geëerd en komen we als mannen en vrouwen binnen het huwelijk en binnen de gemeente het beste tot ons recht. Daarbij mogen we naast elkaar alle mogelijke taken uitvoeren als gelijkwaardige "erfgenamen van Gods genade". We moeten binnen de richtlijnen blijven die het Woord aanreikt.

Over allerlei andere rollenpatronen van mannen en vrouwen binnen het huwelijk en in de maatschappij wil ik niet veel zeggen. Die kunnen sterk variëren zowel door de tijd heen als per land. We moeten oppassen om niet onze eigen gevestigde ideeën over rolpatronen aan anderen op te leggen wanneer de Bijbel zich daarover niet uitspreekt. Laten we de grote lijnen vanuit de Bijbel maar vasthouden en de eigenschappen die bij ons geslacht horen voldoende ontwikkelen. Vanuit die grondgedachte acht ik gelovigen in staat om dit op een persoonlijke manier zo goed mogelijk in te vullen.