|
H E R S C H E P P I N G
- VERSIE 1.1 bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof |
||||||||
| start | inhoud | inleiding | achtergrond | trefwoorden | levensvragen | reageren | cd-rom | help |
|
|||
2. |
Schepping |
||
4. |
Menselijk wezen |
2. |
Menselijke drie-eenheid |
Meer dan enig ander schepsel lijkt de mens in zijn wezen op God. De Bijbel noemt dat: geschapen als Gods evenbeeld:
"God zei toen: Laat Ons mensen maken die op Ons lijken ..." (Genesis 1:26 HET BOEK)
De woorden "wij" en "ons" doen ons denken aan de verschillende personen van de goddelijke Drie-eenheid. De drie-enige God heeft zichzelf afgebeeld in een menselijke drie-eenheid. Zoals God een drie-eenheid is van Vader, Zoon en Heilige Geest, zo is de mens een drie-eenheid van ziel, geest en lichaam (zie 1Tess.5:23). Dit is een belangrijk aspect van het "beelddrager van God" zijn. Zie ook "God is drie-enig" in studiedeel "Schepper".
In deze bijbelstudie wordt ook onderscheid gemaakt tussen ziel en hart. Het lijkt erop dat deze termen in de Bijbel vaak willekeurig worden gebruikt, maar in deze studie gebruiken we ze als aparte begrippen: de ziel als ons bewustzijn, het hart als het diepere deel van ons innerlijk, waarvan we ons veel minder bewust zijn.
| God | Mens | ||
| Vader | voornaamste Persoon van de Godheid; omvat de geestelijke en de stoffelijke wereld | Ziel/hart | kern van de menselijke persoonlijkheid, met raakvlakken naar lichaam en geest. |
| Zoon | manifesteert zich vooral in de stoffelijke wereld. | Lichaam | manifesteert zich uitsluitend in de stoffelijke wereld. |
| Heilige Geest | manifesteert zich vooral in de geestelijke wereld. | Geest | manifesteert zich uitsluitend in de geestelijke wereld. |
Als we proberen onderscheid te maken tussen de hoedanigheden van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, dan bemerken we dat zoiets niet eenvoudig is. Een en ander loopt nogal eens door elkaar. Zo zijn de grenzen tussen lichaam en ziel heel moeilijk te bepalen, evenals de grenzen tussen ziel en geest, omdat alles in ons innerlijk met elkaar verweven is. Alleen God kan het allemaal goed uit elkaar houden (Heb.4:12). Verderop in dit hoofdstuk zullen we een aantal menselijke functies van geest, ziel/hart en lichaam apart benoemen. Dat helpt om een veel beter begrip krijgen van het functioneren van het geloofsleven. Bij dit alles moeten we steeds beseffen dat de werkelijkheid veel complexer dan het model dat we in deze bijbelstudie hanteren.
Onze ziel is onstoffelijk en neemt de centrale plaats in tussen lichaam en geest. Zolang we op aarde leven is het bewustzijn van de ziel voornamelijk op de stoffelijke wereld gericht. Daarentegen, als ons aardse lichaam gestorven is, gaat alles precies andersom. Het lichaam bestaat dan niet meer en de ziel richt zich dan voornamelijk op de geestelijke wereld. De Bijbel spreekt wel over een geestelijk, hemels lichaam in de hemel (1Kor.15:40).
Het lijkt er dus op dat onze ziel dubbel uitgevoerd is, met zowel een geestelijke als een stoffelijke oriëntatie. Deze indruk wordt versterkt doordat we vanuit de Bijbel weten dat we in het hiernamaals onze aardse herinneringen tot op zekere hoogte behouden, want er zal bijvoorbeeld herkenning zijn (Luc.16:23), en ook de vruchten van onze daden gaan mee (Op.14:13). Als we sterven, houden onze hersenen op te functioneren, dus ook onze stoffelijke geheugenfunctie. Kennelijk hebben we ook een geestelijk geheugen, waarvan we op aarde niet bewust zijn, maar dat in de hemel gewoon doorgaat. Het is een beetje te vergelijken met een computer, die twee processors heeft: als de ene processor uitvalt neemt de andere het onmiddellijk over.