|
H E R S C H E P P I N G
- VERSIE 1.1 bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof |
||||||||
| start | inhoud | inleiding | achtergrond | trefwoorden | levensvragen | reageren | cd-rom | help |
|
|||
2. |
Schepping |
||
4. |
Menselijk wezen |
5. |
Menselijk hart |
In de Bijbel komen we vaak het woord "hart" tegen. Die term geeft aan dat het gaat om het diepste wat in de mens ligt, om de diepste motivaties voor onze gedragingen. In de Bijbel wordt het woord "hart" op uiteenlopende manieren gebruikt. In het Oude Testament wordt het woord meestal gebruikt in de betekenis van "het totale innerlijk van de mens". In de Nieuwe Testament in de betekenis van "kern van de ziel".
Ook in het algemene spraakgebruik heeft het woord "hart" een ruime betekenis. Kijk maar naar de volgende voorbeelden:
Kortom, het woord "hart" wordt voor van alles gebruikt, maar in alle gevallen heeft het te maken met datgene, wat diep in je persoonlijk verankerd ligt en met je diepste motivaties van waaruit je leeft en waardoor de gedrag bepaald wordt. Ieder mens is verantwoordelijk om zijn hart zuiver te houden en op God te richten:
"Behoed uw HART boven al wat te bewaren is, want daarin zijn de oorsprongen des levens." (Spreuken 4:23)
"Zalig de reinen van HART, want zij zullen God zien." (Matteüs 6:8)
Je hart is de kern van je leven en kan een schatkamer van je ziel zijn en een bron van levensvreugde. Bij wie zijn hart niet "bewaart" is het hart een puinhoop, die een bron is van verwarring en innerlijke verdeeldheid. De een heeft een hart van goud, de ander een hart van steen.
Hart en ziel liggen in elkaars verlengde en vloeien als het ware in elkaar over. Het hart is als het ware de bron, waaruit de ziel kan putten. Het hart is het diepere, minder bewuste deel van ons innerlijk, dat raakvlakken heeft met onze geest:
"... ieder binnenste en HART is ondoorgrondelijk" (Psalm 64:7)
Dit terwijl de ziel het meer bewuste deel is, dat zich meer op de buitenkant van ons bestaan richt en raakvlakken heeft met ons lichaam. De termen "hart" en "geest" worden in de Bijbel soms naast elkaar genoemd:
"Een blij HART maakt het aangezicht vrolijk, maar door hartenleed wordt de GEEST verslagen. (Spreuken 15:13)
Ook vinden er "overleggingen" plaats, waarin diepere gevoelens, gedachten en motivaties een rol spelen.
"Waarom overlegt gij deze dingen in uw HARTEN?" (Marcus 2:8)
Evenals de ziel maakt ook het hart gebruik van het geheugen, waarin een veelheid van (meestal onbewuste) ervaringen, impressies, woorden, gedachten, gevoelens, gedragingen, enzovoort, zijn opgeslagen.
Het geweten is het diepere denkvermogen en tegelijk de bewakingsdienst van de ziel. Het beoordeelt alles wat in je zielenleven omgaat en geeft zijn goedkeuring of afkeuring. Die beoordeling wordt uitgevoerd op grond van normen, principes en idealen. Als je bijvoorbeeld overweegt om iets te gaan doen, zegt het geweten je van tevoren of het akkoord is volgens je normen en idealen of juist niet. Ook nadat je iets gedaan hebt spreekt het geweten zich uit. Het geweten beoordeelt ook jezelf als totale persoon. In 1 Johannes 3:19-20 kun je lezen dat het hart een veroordeling kan uitspreken over je gedrag. Iemand die zijn geweten het zwijgen oplegt of ontoegankelijk maakt voor Gods boodschap "verhardt zijn hart" (Ex.8:15; Mar.6:32; Heb.3:8) en dat is een zeer gevaarlijke conditie.
Goedkeuring door het geweten resulteert vaak in een tevreden gevoel. Afkeuring zorgt voor schuldbesef in je verstand, en vaak ook gevoelens van schuld en schaamte. Je geweten kan ook de zetel van goed en kwaad worden genoemd (Jer.31:33; Mat.15:18-19). Het maakt duidelijk of iets goed of slecht is en geeft ook een indicatie over hoe goed en hoe slecht iets is. Je geweten wordt sterk gevormd tijdens je opvoeding. Bij gelovigen spelen bijbelse normen uiteraard een belangrijke rol, maar er is ook sprake van allerlei menselijke normen en regels die de omgeving je oplegt. Ook kun je jezelf bepaalde normen opleggen door vast te stellen aan welke eisen je moet voldoen. Je belangrijkste normen zijn gekoppeld aan je idealen. Als je bijvoorbeeld een ideaalbeeld hebt op het gebied van heldhaftigheid of schoonheid, wil je daar zelf graag aan voldoen en dat is een aansporing tot een bepaald gedrag.
Meer over de rol van het geweten in het geestelijke groeiproces: zie hoofdstuk "Rein geweten" in studiedeel "Verlicht verstand".
Het hart is ook de plaats waar de diepste gevoelens zich afspelen (bijv. Joh.16:6,22). Deze diepere gevoelens zijn het meest kwetsbare deel van de menselijke persoonlijkheid. Dat diepere deel van het gevoel wordt in deze bijbelstudie aangeduid met de term "waardering", hoewel deze term niet alles dekt wat het inhoudt. Zoals het geweten een hulpfunctie voor het verstand is, zo is de waardering een hulpfunctie voor het gevoel. In onze waardering spelen naast waarden ook behoeften, verlangens en hartstochten een rol.
Geweten en waardering voeren allebei een beoordeling uit en liggen als zodanig in elkaars verlengde. Terwijl je geweten bepaalt in hoeverre iets goed of slecht is volgens je normen en idealen, zo bepaalt je waardering welke gevoelswaarde je hecht aan wat je bedenkt of ervaart. Zodoende voel je aan of je iets fijn of vervelend, belangrijk of onbelangrijk, mooi of lelijk vindt. Met je waardering kleur je alles in naar eigen smaak of gevoel. Twee vrouwen zien dezelfde jas in een etalage. De een vindt hem prachtig, de ander afschuwelijk. Twee mensen zijn getuige van een bepaald gesprek. De een "hoort" andere dingen dan de ander, omdat elk het gesprek op zijn eigen wijze inkleurt, afhankelijk van welke spreker ze het sympathiekst vinden.
Je waardering beoordeelt alles volgens je persoonlijke (gevoels)waarden en geeft daar een waardeoordeel over. Je waarden hebben te maken met je behoeften (wat je meent nodig te hebben om je gelukkig te voelen), je smaak en je interessen. Je waarden ontwikkelen zich vooral tot op de jongvolwassene leeftijd en veranderen daarna in de regel niet zo veel meer. Als het goed is lopen normen en waarden zoveel mogelijk parallel, anders ontstaan er conflicten. Als je geweten zegt dat chocolade slecht voor je is, maar je waardering zegt dat het lekker is, wat dan?
Meer over de rol van de waardering in het geestelijke groeiproces: zie hoofdstuk "Omgaan met verlangens" in studiedeel "Groeiend vertrouwen".
Je toewijding is de hulpfunctie van je wil en regelt de aansturing van je wil met betrekking tot de belangrijkste keuzen en beslissingen.
"Neemt u daarom in uw HART voor, niet vooraf te bedenken, hoe gij u zult verdedigen" (Lucas 21:14)
Ook de geloofskeuzen en beslissingen om daadwerkelijk lief te hebben vinden hun oorsprong in dit "gedeelte" van het menselijke hart:
"... want met het HART gelooft met tot gerechtigheid..." (Romeinen 10:10)
"... en gij zult de Here, uw God, liefhebben uit geheel uw HART en uit geheel uw ziel ... en uw naasten ... als uzelf."(Marcus 12:30-31)
De toewijding geeft in grote lijnen aan waardoor je je leven laat beheersen, wat je meest fundamentele doelstellingen en prioriteiten van je leven zijn en waar je loyaliteit ligt. Je toewijding bepaalt de koers van je leven. Je toewijding bepaalt ook welke diepgaande relaties je wil hebben met God en mensen oftewel aan wie je je hart wilt geven. Niet het gevoel, maar de toewijding speelt de belangrijkste rol bij ware liefde.
Zowel geweten als waardering zijn onderworpen aan de toewijding. Zowel je normen als je waarden liggen in het verlengde van datgene waardoor je je leven laat beheersen. Wie bijvoorbeeld van harte (niet opgelegd dus) God wil dienen, kiest voor Gods normen en hecht de hoogste waarde aan wat belangrijk is binnen Gods Koninkrijk. Wie zonder God wil leven, is in de eerste plaats toegewijd aan zichzelf en dat wordt weerspiegeld in zijn normen en waarden. Veel innerlijke strijd ontstaat door een verdeeld hart dat gedeeltelijk aan God en gedeeltelijk aan zichzelf is toegewijd. Elke oprechte gelovige weet daarvan mee te praten.
Meer over de rol van de toewijding in het geestelijke groeiproces: zie hoofdstuk "Toewijding aan God" in studiedeel "Overwinnend geloof".
Je levensstijl is een hulpfunctie voor het gedrag en is bepalend voor het totale voorkeursgedrag als een reflectie van wat in je hart leeft. Je gevoelswaarden spelen daarin een belangrijke rol, kortom alles wat je van groot belang acht (waardering), maar ook je normen, principes en idealen (geweten) en wat je leven beheerst en wat de belangrijkste doelstellingen van je leven zijn (toewijding).
Er is een relatie tussen levensstijl en routine. Routine is vooral een voorkeursgedrag is voor min of meer automatisch en herhaald uitgevoerde handelingen. Alle dingen die je in je leven ooit meemaakt zijn bouwstenen voor je levenservaring die allemaal worden opgeslagen in je geheugen. Door herhaaldelijk hetzelfde te doen, ontstaan standaard gedragspatronen oftewel gewoonten. Van veel van die gedragspatronen zijn ben je niet bewust, maar toch bepalen ze de meerderheid van je gedragingen. Je levensstijl bestaat ook uit gewoonten, maar heeft meer te maken met de morele kant van je leven en met de manier waarop je bewust uiting geeft van wat in je hart leeft. Je levensstijl is bepalend voor je geestelijke uitstraling en hoort bij je karakter.
Meer over de rol van het karakter en de levensstijl in het geestelijke groeiproces: zie hoofdstuk "Menselijk karakter" en studiedeel "Veranderd gedrag".
We onderscheiden dus de volgende aspecten van het menselijke hart die parallel lopen met de functies van de ziel, en die de bijbehorende aspecten van de ziel ondersteunen:
| zielsaspect | hartsaspect | ||
|
naast het gevoel: |
"overleggingen" van het hart: |
diepste gevoelens |
waardering (gevoelswaarden) |
|
naast het verstand: |
diepste gedachten |
geweten (normen, principes, idealen) |
|
|
naast de wil: |
diepste voornemens |
toewijding (geloof; doelstellingen; datgene waardoor je je leven laat beheersen) |
|
|
naast het gedrag: |
|
levensstijl (karakteristieke gedragspatronen; voorkeursgedrag) |
|
Een en ander kan als volgt in een schema worden samengevat:

De pijlen in dit schema geven de belangrijkste onderlinge beïnvloedingen weer, maar in werkelijkheid staat natuurlijk alles met alles in verbinding. Uit dit schema blijkt de centrale plaats van de toewijding als het motivatiecentrum van je innerlijk. Wat er in je toewijding gebeurt is dan ook de kern van je leven. Daarin wordt bepaald wie je bent ten opzichte van God en je medemensen.