|
H E R S C H E P P I N G
- VERSIE 1.1 bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof |
||||||||
| start | inhoud | inleiding | achtergrond | trefwoorden | levensvragen | reageren | cd-rom | help |
|
|||
2. |
Schepping |
||
7. |
Zondeval van de mens |
1. |
Oorspronkelijke roeping van de mens |
Al op de eerste bladzijde van de Bijbel lezen we dat God aan de mens de opdracht gaf de aarde te onderwerpen en over de aarde te heersen (Gen.1:28). De mens is bestemd om namens God verantwoordelijkheid te dragen voor de schepping. God heeft de mens enorme mogelijkheden gegeven om creatief om te gaan met de natuur, het houden van vee, verbouwen van gewassen, bouwen van huizen, enzovoort. Het was Gods uitdrukkelijke bedoeling dat de mensen goed zouden omgaan met zijn schepping, vanuit een vanzelfsprekend respect voor het werk van hun Schepper.
Als Jezus terugkomt zal Hij Koning zijn over de hele aarde. In het Nieuwe Testament zien we op verschillende plaatsen dat gelovigen na de terugkeer van Christus zullen regeren over de aarde, dat wil natuurlijk zeggen: onder Christus. Dit is de uiterste vervulling van de opdracht aan de mens om te heersen over de aarde. Reden genoeg overigens om het onderwerp rentmeesterschap over de natuur serieuzer te nemen dan we gewend zijn. Het is een goede voorbereiding op onze uiteindelijke taak!
Leven in gemeenschap met God en in liefdevolle toewijding aan Hem is de hoogste roeping van de mens. In het paradijs betekende dat in eerste instantie: eten van de levensboom, zoals bij de volgende onderwerpen uitvoerig wordt beschreven. In het Nieuwe Testament zien we dat als volgt verwoord:
"God is getrouw, door wie gij zijt geroepen tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus, onze Here." (1 Korintiërs 1:9)
Materiële dingen hebben betrekkelijk weinig waarde voor God: in een oogwenk kan hij nieuwe werelden maken. Maar er is één ding dat zelfs de Schepper niet kan maken en wat voor God van onschatbare waarde is: de vrijwillige toewijding en liefdevolle aanbidding van de mens. Laten we nooit vergeten dat we God daar onnoemelijk blij mee kunnen maken...
God heeft de mens zo gemaakt dat hij alleen goed functioneert als de toewijding van zijn hart in de eerste plaats op God is gericht en in de tweede plaats op andere mensen. Dat komt overeen met de samenvatting van Gods leefregels, zoals Jezus die als volgt heeft verwoord:
"... Het eerste (gebod) is: Hoor, Israël, de Here onze God, de Here is één, en gij zult de Here, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel en uit geheel uw verstand en uit geheel uw kracht. Het tweede (gebod) is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. ..." (Marcus 12:29-31)
De mens vindt dan ook zijn hoogste geluk in het liefhebben en dienen van God en zijn medemensen.
Gelovigen hebben de eer om aan hun omgeving te laten zien wie Jezus is. Natuurlijk zijn we vanwege ons mens-zijn al beelddragers van God, maar we bedoelen natuurlijk dat we iets van het innerlijk van God communiceren naar de mensen om ons heen. Dat kan bijvoorbeeld door onze liefdevolle daden tegenover onze medemens en door een oprechte en zuivere levenshouding. Naarmate de gelovige meer leeft vanuit de verbondenheid met God, zal zijn karakter veranderen en steeds meer van Gods karakter laten zien. Dat bedoelde Paulus toen hij schreef over levende brieven van Christus te zijn (2Kor.3:3). Het enige evangelie dat de meeste mensen ooit lezen is ... wat gelovigen uitstralen van Jezus.