H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof
start inhoud inleiding achtergrond trefwoorden levensvragen reageren cd-rom help

 

Ga naar het vorige studiedeel  Ga naar het begin van dit studiedeel  Ga naar het volgende studiedeel

2.

Schepping


Ga naar het vorige hoofdstuk  Ga naar het begin van dit hoofdstuk  Ga naar het volgende hoofdstuk

7.
Zondeval van de mens

Ga naar de vorige pagina  Niet geactiveerd  Ga naar de volgende pagina

5.
Verantwoording voor de zondeval

Adam, waar ben je?

's Avonds, toen het tijd was voor de avondwandeling met God, kropen Adam en Eva schuw weg in de bosjes (Gen.3:8-10). Zij voelden zich naakt omdat de goddelijke glorie van hen was verdwenen. Die glorie had hen als een soort geestelijke kleding bedekt met de glans van zijn Schepper. "Adam, waar ben je?" riep God, ongetwijfeld met diep verdriet in zijn stem. Natuurlijk wist God waar Adam en Eva waren, maar God zocht Adam omdat Hij hem kwijt was. Het was een vraag mee God zijn intense pijn uitsprak vanwege de verwijdering die door de zonde was ontstaan. 

Eerst werd Adam door God werd aangesproken. Deze probeerde zich tevergeefs achter zijn vrouw te verschuilen. "Ik kon het niet helpen. De vrouw, die U me hebt gegeven, heeft me verleid". Horen we daarin ook een toon van verwijt aan God, die hem een vrouw zou hebben gegeven die niet deugde? Daarna richtte God zich tot Eva. Ze verschool zich onmiddellijk achter de serpent: "Ik kon het niet helpen. Dat beest heeft me verleid!" 

Serpent

Dat was ook waar en daarom sprak God zich het eerst uit over de serpent (Gen.3:14). Het ellendige beest zou het voortaan zonder pootjes moeten doen en stof moeten happen bij het kruipen over de grond. Gods vervloeking van de serpent was vooral een flinke vernedering voor satan, die juist dat intelligente dier als zijn logo had uitgekozen. Het is niet eervol om geïdentificeerd te worden met een ... slang!

Maar God was nog niet klaar met satan. Hij had Adam en Eva verleid en daarvoor werd satan verantwoordelijk gesteld. Met deze uiterst grove zonde was hij veel te ver gegaan en had hij God op zijn hart getrapt. Dat diende zwaar gestraft te worden en zo verklaarde God de oorlog aan zijn tegenstander. Satan had Adam en Eva in zijn macht gekregen, maar zij zouden nakomelingen krijgen, waar hij het knap moeilijk mee zou krijgen. Hij zou hen maar beperkte schade kunnen toebrengen, terwijl het hemzelf de kop zou gaan kosten (Gen.3:15). Altijd zou het volk van God in een strijdsituatie verkeren, totdat de strijd definitief voorbij zou zijn. We denken daarbij aan de voortdurende strijd die het volk Israël zou moeten voeren tegen de omwonende volken. Ook denken we aan Jezus, die aan het kruis de overwinning over satan zou behalen. Tenslotte ook aan de Gemeente van Christus, die geestelijke strijd tegen zijn rijk zou gaan voeren en die hem zou gaan overwinnen in zijn naam (Rom.16:20).

Eva

Eva werd door God aangesproken op haar eigen verantwoordelijkheid voor de zondekeuze. Mede door haar zou haar nageslacht moeten lijden onder de vloek over het menselijke geslacht. Nu zou zij ook pijn moeten lijden als zij kinderen ter wereld zou brengen, omdat zij medeverantwoordelijk was voor hun toekomstig lijden. Alle moeders na haar zouden hetzelfde mee moeten maken.

Eva had een grote fout gemaakt door de beslissing niet aan haar man over te laten. Daarom benadrukte God aan Eva dat haar man over haar zou heersen (Gen.3:16). Dit was ongetwijfeld een inperking van haar zelfbeschikkingsrecht ten opzichte van het verleden. Het was ook een stuk bescherming van haar kwetsbare natuur. Maar het gevolg was ook dat door de eeuwen heen vrouwen veel treurige vormen van onderdrukking door mannen hebben ondergaan. De genoemde uitspraak van God kan natuurlijk nooit een excuus zijn voor autoritair gedrag van mannen tegenover vrouwen, evenals bijvoorbeeld de vervloeking van Noach over de nakomelingen van Cham (Gen.9:25) geen excuus kan zijn voor discriminatie van kleurlingen. Maar toch ....

Adam

God nam het Adam kwalijk dat hij naar zijn vrouw had geluisterd en zich niet als een verantwoordelijke leider had gedragen. Hij werd duidelijk verantwoordelijk gesteld voor hun beider keuze (Gen.3:17-19). In het Nieuwe Testament lezen we dan ook dat we niet door Eva, maar door Adam in zonde zijn gevallen! 

Adam onderging een nog grotere vernedering dan Eva: vanwege hem zou voortaan de aardbodem vervloekt zijn, met alle gevolgen van dien. Bedenk wel van welke enorme hoogte hij is gevallen: hij was koning over de aarde namens God, vervuld met glorie en macht. Nu was hij een verrader geworden door zijn koninkrijk te verkwanselen aan Gods tegenstander. Hij was koning over de aarde geweest, maar moest voortaan in de grond wroeten om zijn eten bij elkaar te schrapen. Wat een afgang!

Dood, verderf en degeneratie

Adam moest nog meer incasseren, namelijk het "loon op de zonde" (Rom.6:23), de royale beloning van satan aan zijn loyale onderdaan: de dood. De aartsleugenaar werd ontmaskerd. De dood deed zijn intrede. De lichamen van Adam en Eva werden onderworpen aan ziekte, verderf en dood. De vanzelfsprekende harmonie met God, met elkaar en met zichzelf werd verbroken. De mens wilde zo nodig onafhankelijk van God zijn. De mens kreeg wat hij begeerd had en zou het dus ook zonder de goddelijke glorie moeten doen waarmee hij geschapen was. Na deze degeneratie was hij nog kwetsbaarder geworden voor de verleidingen van de eigen begeerten. Al zijn nakomelingen zouden met diezelfde degeneratieverschijnselen geboren worden, zodat ze uit zichzelf geen verweer zouden hebben tegen verleidingen tot zonde. 

God

Degene die het meeste moest inleveren was ... God zelf. We denken bij de zondeval altijd aan onszelf en in wat voor ellende de mensheid terecht is gekomen. Maar laten we het eens proberen van Gods kant te bekijken. In de eerste plaats was God ongekend heftig in zijn eer aangetast. De Schepper had letterlijk alles uit de kast gehaald om het mensenpaar te voorzien van alles wat het hart kon begeren. Via de levensboom had God hen de hoogst denkbare vorm van leven en levenskracht aangeboden. En wat was hun reactie? De serpent hoefde maar één keer wat te sissen en het was uit met hun liefde voor God. Nog nooit heeft iemand zo'n diepe vernedering meegemaakt als God. Nog nooit is iemand ooit op zo'n onbeschofte manier aan de kant gezet als de Schepper van het leven. 

In de tweede plaats was God zijn vertegenwoordiger op aarde kwijt, zijn onderkoning die voor zijn mooie schepping zou zorgen. De aarde, zijn sieraad en zijn trots, was in handen van de tegenstander gevallen, die niets liever wilde dan de hele wereld de afgrond in te slepen. Toen al wist God dat er maar één manier was om de zaak te redden, namelijk door zijn eigen leven op te offeren voor de mensheid. 

Naakt

Direct na de zondedaad werden Adam en Eva zich bewust van hun naaktheid. Niet omdat ze het ineens vervelend vonden om zonder onderbroek rond te springen, maar omdat ze zich zo vreemd kwetsbaar voelden. Voor die tijd waren in lichamelijk opzicht weliswaar naakt, maar toch bekleed een bepaalde glorie van God. We zouden dat een geestelijk kledingstuk kunnen noemen. We weten uit het boek Openbaring dat de mensen er in de hemel niet naakt bij lopen, maar bekleed zijn met witte (geestelijke) kleding. In de hemel is kleding er niet voor om iemands naaktheid te bedekken, maar om iemands geestelijke rijkdom te openbaren. Toen Gods glorie als geestelijk kledingstuk van Adam en Eva was weggevallen, bleef hun kale naaktheid over, en dat gaf een natuurlijk schaamtegevoel waardoor hun schuld extra werd onderstreept. 

In Genesis 3:21 lezen we dat God een fatsoenlijk stel kleren maakte voor Adam en Eva. Daarvoor heeft God dieren (runderen of schapen?) moeten opofferen om de mensen van kleding te voorzien zodat ze hun naaktheid konden bedekken. God doet nooit iets voor niets en in alles wat God doet zit een diepere betekenis. In dit geval doet het ons denken aan de offerdieren die later geslacht zouden worden om onder meer de zonden van Gods volk mee te bedekken. Dit zou een voorafschaduwing zijn van het definitieve offer: Gods eigen Zoon. Daardoor gaf God de mogelijkheid aan de mensheid om hun zonden te laten bedekken en "bekleed te worden met Christus" (Gal.3:27).

Weg van God

Tenslotte werd Adam samen met Eva verdreven uit het paradijs, zijn voormalige koninklijke residentie (Gen.3:22-24). Het was de ergste afgang uit de geschiedenis van de mensheid! Maar nog erger was de verwijdering die er ontstaan was tussen het mensenpaar en hun God. Dat was de geestelijke dood, waarvan God had gezegd: "op de dag dat je van de doodsboom eet, zul je sterven." Hun lichamen vielen op die dag niet dood op de grond, maar ze waren geestelijk gestorven. Ze wilden zo graag onafhankelijk van God verder leven en dat kregen ze. Er is geen leven buiten God. Buiten God is alleen de dood.

De mens had gekozen voor de doodsboom. Daardoor moest hem te toegang tot de levensboom worden ontzegd. Je kunt maar van één van de twee bomen eten. Je kunt kiezen voor het leven of voor de dood, niet voor allebei. De cherubs, Gods troonbewakers, zouden de levensboom bewaken, zodat niemand er met zijn vingers aan zou komen. De toegang tot Gods troon, tot herstel van de relatie met God, tot het verkrijgen van nieuw, goddelijk eeuwigheidsleven, was versperd en zou versperd blijven. Maar niet voorgoed ...