H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof
start inhoud inleiding achtergrond trefwoorden levensvragen reageren cd-rom help

 

Ga naar het vorige studiedeel  Ga naar het begin van dit studiedeel  Ga naar het volgende studiedeel

3.

Nieuw leven


Ga naar het vorige hoofdstuk  Ga naar het begin van dit hoofdstuk  Ga naar het volgende hoofdstuk

3.
Bekering

Ga naar de vorige pagina  Niet geactiveerd  Ga naar de volgende pagina

8.
Bekering van Israël

 

De vroegste geschiedenis van het volk Israël kan gezien worden als een illustratie van ons onderwerp "bekering". Voordat het volk Israël werd "wedergeboren" tot het volk van God, vond er namelijk eerst een soort bekering plaats. Ook hier gaan we kijken naar de vier zielsaspecten die betrokken zijn bij de bekering: gevoel, verstand, wil en gedrag. 

Gevoel (ervaringen)

Het volk was in de loop der jaren in diepe ellende gestort vanwege de afschuwelijke slavernij. God gebruikte moeilijke levensomstandigheden om het volk te laten beseffen dat er ook nog ergens een God was, die Zich in het verleden aan hun voorouders had geopenbaard. Door dat ze de Egyptische afgoden waren gaan dienen (Ez.20:8) was het volk ver van God komen te staan. God had zijn beschermende en zegenende hand van hen afgetrokken, zodat hun situatie steeds donkerder werd. Uiteindelijk was Israël een miserabel slavenvolk geworden, dat in diepe ellende verkeerde. Het volk begon te beseffen wat er aan de hand was. Het volk tot God ging roepen om een oplossing (Ex.2:23). 

Verstand (boodschap van bevrijding)

Nu het volk open kwam te staan voor Gods optreden, zond Hij Mozes naar het volk om een boodschap van bevrijding te brengen. Die boodschap werd ondersteund met enkele wondertekens.

Wil (kiezen voor God)

De reactie van het volk op Mozes' woorden en tekens was veelbetekenend: 

"Het volk nu geloofde, en toen zij hoorden dat de Here op de Israëlieten acht geslagen en hun ellende gezien had, knielden zij en bogen zich neder." (Exodus 4:31)

Deze cruciale stap was een noodzakelijke voorwaarde voor de verlossing, want natuurlijk was God niet van plan het volk tegen haar wil te verlossen. We zien dat het volk een stap in geloof deed: men geloofde de boodschap van Mozes, en knielde voor God. Daarmee onderwierp het volk zich in principe aan Hem. Later zou blijken hoe broos die geloofsovergave nog was, maar in ieder geval was de eerste stap gezet. God zou hen later verder helpen bij de volgende stappen!

Strijd

Vervolgens ontstond er een ongekend felle strijd om het volk te laten gaan. Farao deed alles om het volk te weerhouden om uit zijn machtsgebied te trekken. De tien plagen van Egypte waren niet alleen nodig om de verlossing af te dwingen. Ze waren ook om eens en voorgoed duidelijk te maken dat de God van Israël vele malen machtiger was dan de afgoden van Egypte. Farao is hier natuurlijk het beeld van satan, die mensen tegenhoudt om tot verlossing te komen. Daaruit kunnen we leren dat er ook bij de geestelijke verlossing van een mens een enorme weerstand kan komen uit de hoek van de tegenstander. Satan kan zich in de praktijk bedienen van omstandigheden, vrienden, familieleden of zelfs kerkelijke leiders om iemand er van te weerhouden om tot bekering te komen.

Gedrag (beginnen te doen wat God zegt)

De laatste stap was dat het volk Israël een begin maakte met het gehoorzamen van God: ze hielden de paasmaaltijd, precies zoals God via Mozes had opgedragen, en maakten zich klaar voor vertrek uit Egypte. 

Daarmee was de "bekering" van de Israëlieten compleet. Daarna zouden ze daadwerkelijk worden verlost en een nieuwe geboorte als Gods volk meemaken. Later zullen we hier verder op doorgaan.