H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof
start inhoud inleiding achtergrond trefwoorden levensvragen reageren cd-rom help

 

Ga naar het vorige studiedeel  Ga naar het begin van dit studiedeel  Ga naar het volgende studiedeel

3.

Nieuw leven


Ga naar het vorige hoofdstuk  Ga naar het begin van dit hoofdstuk  Ga naar het volgende hoofdstuk

3.
Bekering

Ga naar de vorige pagina  Niet geactiveerd  Ga naar de volgende pagina

1.
Noodzaak tot bekering

Oproep

Weet je wat de eerste boodschap was waarmee Jezus zijn prediking op aarde begon? Het is altijd de moeite waard om bij het lezen in de Bijbel goed op te letten wat God bij een eerste of laatste gelegenheden doet. Zoiets is altijd van belang. 

"Van toen aan begon Jezus te prediken en te zeggen: BEKEERT U, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen." (Matteüs 4:17)

Deze boodschap was niet gericht aan heidenen, maar aan gelovige Joden. De oproep tot bekering kan ook anders klinken:

"Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven." (Matteüs 11:28)

"Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij." (Openbaring 3:20)

Opgroeien in een christelijk gezin

Als je in een gelovig gezin bent opgegroeid, dan ben je erg bevoorrecht. Dan heb je immers duidelijke wegwijzers naar het kruis van Jezus meegekregen. Hopelijk heb je dan al op jonge leeftijd een christelijke atmosfeer in huis ervaren, waarbij christelijke normen en waarden hebt leren kennen. Je hebt geluisterd naar bijbelse verhalen thuis of op de zondagsschool in de kerk. Daardoor werd een zekere interesse bij je gewekt. Je voelde intuïtief dat God heel belangrijk is en veel van je houdt. Je kreeg daar een warm gevoel bij en je wilde gewoon graag bij God horen.

Zo langzamerhand maakte je jezelf een aantal christelijke gedragspatronen eigen. Er waren wellicht ook tijden dat je alles niks kon schelen en dat je dwars tegen de draad in ging. Je ging beseffen dat het niet gemakkelijk is om te leven zoals God het wil. Ook merkte je dat je verlangens naar verkeerde dingen van binnen uit soms zo sterk waren, dat je ze niet de baas kon. Alles ging met vallen en opstaan. Je vond jezelf aan de ene kant wel een christen, want je geloofde beslist in God en wilde toch wel bij Hem horen. Aan de andere kant wist je heel goed dat er iets zou moeten veranderen in je leven. Misschien was je wel actief in je kerk of gemeente, leidde je een zondagsschoolgroep of speelde je in een gospelband. Tegelijk worstelde je met de vraag of je bezig was het geloof van je ouders te imiteren of dat het uit je eigen hart kwam. Dat is zo ongeveer de situatie, waarin veel jongeren zich bevinden als ze in een kerkelijke omgeving zijn opgegroeid. 

Onbekeerde kerkmensen

In veel kerken wordt geleerd dat je vanaf je geboorte al een kind van God bent als je in een christelijk gezin bent opgegroeid. Er wordt gezegd dat je wedergeboren bent en dat daarom bekering niet meer nodig is: je mag er vanuit gaan dat je het heil van Christus hebt ontvangen. Maar als je daar in je dagelijks leven nauwelijks iets van ervaart, dan geeft dat natuurlijk allerlei twijfels. En als dan ook nog eens wordt verkondigd dat twijfelen aan je behoud normaal is voor christenen, dan weet je het helemaal niet meer. Het gevolg is een armetierig bestaan als kerklid met een aangepraat "geloof" waar geen kracht van uitgaat. Je hoort dan uitspraken als: "Wij mogen geloven dat...", maar waar is dat geloof dan? Het is echt een vergissing om te denken dat je geen bekering nodig hebt als je christelijk bent opgevoed. Dat geldt ook voor degenen die belijdenis hebben gedaan of zich hebben laten dopen zonder dat ze de innerlijke verandering hebben meegemaakt. Hoe serieus je misschien ook denkt bezig te zijn met je "geloof", ook dan is er meer nodig dan godsdienstigheid en rechtzinnige geloofsovertuigingen. 

Veel kerkmensen zien het christenleven meer als een opdracht, een verzameling leefregels, en kennen het niet als een door God geschonken werkelijkheid in hun leven. Hun "geloof" reikt vaak niet veel verder dan het hebben van geloofsopvattingen en een goed kerklid proberen te zijn, terwijl ze de kern van het leven met God niet te pakken hebben. Toch zitten veel van deze genoemde kerkmensen op het randje van bekering. Ze willen maar al te graag groeien in hun geloof, maar ze zijn in hun denken op een dood punt gekomen. Het is zo belangrijk om zaken als bekering en wedergeboorte goed te begrijpen en om het beginpunt van het leven met God te kennen, zodat je daarop terug kunt vallen. Niet voor niets beginnen de "Tien Geboden" met de woorden: "Ik ben de Here, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis geleid HEB" oftewel: "Ik HEB je verlost".