H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof
start inhoud inleiding achtergrond trefwoorden levensvragen reageren cd-rom help

 

Ga naar het vorige studiedeel  Ga naar het begin van dit studiedeel  Ga naar het volgende studiedeel

3.

Nieuw leven


Ga naar het vorige hoofdstuk  Ga naar het begin van dit hoofdstuk  Ga naar het volgende hoofdstuk

5.
Verbond

Ga naar de vorige pagina  Niet geactiveerd  Ga naar de volgende pagina

4.
Doop

 

De doop is een uiterlijk teken om een innerlijke werkelijkheid te symboliseren. Voor alle duidelijkheid: we gaan het hebben over de doop door onderdompeling, die wordt toegepast wanneer iemand tot een levend geloof is gekomen (wedergeboren). Deze handeling is een prachtige afbeelding van het "met Christus gestorven, begraven en opgestaan zijn" en levensvernieuwing (Rom.6:2-4). 

Noodzaak van de doop

Waarvoor is de doop nodig? Het is geen voorwaarde tot behoud, maar wel een opdracht van God, volgend op bekering en geloofsovergave: 

"Wie GELOOFT en zich laat DOPEN, zal behouden worden..." (Marcus 16:16)

"...BEKEERT u en een ieder van u late zich DOPEN op de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen." (Handelingen 2:38)

In zeker opzicht is de doop te vergelijken met een huwelijksceremonie. Daarbij verklaar je plechtig in tegenwoordigheid van andere mensen dat je je leven met de ander wilt delen. Zo laat je bij de doop zien dat je je leven aan Jezus hebt toevertrouwd en Hem levenslang trouw wilt dienen als je Heer. Een doopdienst is een geweldig feest waarin je als plaatselijke gemeente viert dat een of meer gemeenteleden het nieuwe leven van God hebben ontvangen. Dit laatste is het enige feest op aarde, waarvan de Bijbel vermeldt dat het ook in de hemel gevierd wordt (Luc.15:7,10). 

Voorwaarde voor de doop

De doop wordt ook wel het bad van de wedergeboorte genoemd (Tit.3:5). Eigenlijk is wedergeboorte de enige voorwaarde tot de doop. Wedergeboorte is iets wat God doet in het leven van een mens als hij in geloof zijn leven aan God heeft overgegeven:

"...daar gij met Hem begraven zijt in de DOOP. In Hem zijt gij ook mede opgewekt door het GELOOF aan de werking Gods..." (Kolossenzen 2:12)

Door wedergeboorte treedt een gelovige toe tot het nieuwe verbond en de doop is als het ware de uiterlijke bevestiging van wat innerlijk heeft plaatsgevonden. Daarom kan de doop nooit bedoeld zijn geweest voor kleine kinderen die nog niet in staat zijn om de geloofskeuze te maken, die tot wedergeboorte leidt. Ook het feit dat dopen oorspronkelijk door onderdompeling werd uitgevoerd wijst in diezelfde richting: een zuigeling houd je toch niet onder water!

Met Christus gestorven en opgewekt

De doop door onderdompeling symboliseert de afsterving van het oude leven en de opstanding tot het nieuwe leven. Dat is een omschrijving van de wedergeboorte: 

"... Wij zijn dan met Hem BEGRAVEN door de DOOP in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden OPGEWEKT is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen." (Romeinen 6:3-4)

Jezus heeft Zich met de mensheid geïdentificeerd en zijn leven voor ons overgehad. Door de doop identificeer je jezelf volledig met Jezus: in zijn lijden en sterven, in zijn begrafenis en opstanding. 

Wanneer is het de juiste tijd om je te laten dopen?

Kort gezegd: als je nieuw leven hebt ontvangen door wedergeboorte en als je een redelijk beeld hebt van de consequenties van het volgen van Jezus. Het is bijbels gezien toegestaan als iemand zich laat dopen zodra hij zijn hart aan de Here Jezus heeft gegeven. Denk maar aan de doopgeschiedenissen die in het bijbelboek Handelingen zijn beschreven (Hand.8:35-38; Hand.10:44-48; Hand.16:14-15; Hand.16:30-34). Toch heeft de christelijke kerk al zeer vroeg ingezien dat het verstandig is om een zekere tijd van bezinning en onderricht in te lassen. Het doel hiervan is:

  1. om doopbedieningen na impulsbekeringen met onvoldoende diepgang te voorkomen
  2. om een zekere basiskennis op te doen over het leven met God
  3. om de echtheid van het geloof te toetsen

Daarom is het in het algemeen niet aan te raden om kinderen te dopen, die de puberteit nog niet hebben doorlopen, tenzij zeer duidelijk uit de praktijk blijkt dat hun geloof verankerd is in hun leven. Voor volwassenen geldt het laatste evenzeer. 

Waarom gaan man en vrouw meestal niet onmiddellijk trouwen zodra ze liefde voor elkaar hebben opgevat? Omdat dat ze elkaar zo goed willen leren kennen dat ze zeker weten dat ze elkaar levenslang trouw kunnen beloven. Ook is het goed te wachten totdat ze volwassen genoeg zijn om de verantwoordelijkheid aan te kunnen en de consequenties van hun trouwbelofte kunnen overzien. Het is immers geen kleinigheid. Zo kan het heel verstandig zijn als iemand zich niet direct na zijn bekering laat dopen, maar eerst een tijd van bezinning en bijbels onderwijs in acht neemt. Te vaak zien we dat overenthousiaste dopelingen, die geen tijd hadden om te wachten, kort na hun doop terugvallen. 

Aan de andere kant zijn er ook gelovigen die de doop onnodig lang uitstellen. Een wedergeboren mens moet vroeg leren om de opdrachten van zijn Koning uit te voeren en Hem niet te dienen op zijn eigen voorwaarden. Een goede stelregel is: je moet de mijlpalen van je leven altijd goed neerzetten. Wedergeboorte en doop zijn zulke mijlpalen, waarbij het de gelovige siert om zowel bedachtzaam als radicaal te zijn. 

Voorbereiding op de doop: toewijding

Bij de voorbereiding op de doop komt het vooral op een houding van toewijding aan God en afrekenen met onreinheid. Daarbij kan het volgende een rol spelen:

Traditionele verbondsleer en kinderdoop

In de traditionele verbondsleer, die ervan uitgaat dat het nieuwe verbond een aangepaste versie van het oude verbond is, komen elementen van het oude verbond naast die van het nieuwe verbond voor. De kinderdoop is daar een duidelijk voorbeeld van. De manier van toetreding tot het oude verbond is dus toegepast op het nieuwe verbond. Op grond van die gedachtegang worden pasgeboren kinderen van kerkleden ten doop gehouden. Daarbij wordt meestal het voorhoofd besprenkeld, als een uiterlijk symbool van innerlijke afwassing van zonden. Het "met Christus gestorven en opgestaan zijn tot een nieuw leven" wordt door besprenkeling niet afgebeeld.

Bij de kinderdoop is het uitgangspunt dat een kind door geboorte in een christelijk gezin tot "het verbond" toetreedt, net als de kinderen onder het oude verbond. Het Nieuwe Testament legt een duidelijk verband tussen verbond en wedergeboorte en ook tussen doop en wedergeboorte. Om de kinderdoop te rechtvaardigen meent een deel van de traditionele gelovigen dat kinderen van gelovige ouders vanaf hun geboorte kinderen van God zijn oftewel wedergeboren. Bij die bewering wordt de bijbelse voorwaarde van bekering en geloofsovergave voor wedergeboorte genegeerd. Anderen geloven niet dat kinderen van gelovige ouders zijn wedergeboren, maar lopen dan tegen het feit aan dat de Bijbel toch een verband legt tussen doop en wedergeboorte. In beide gevallen zijn er kunstmatige denkconstructies nodig om de kinderdoop te rechtvaardigen.

Deze opvattingen zijn naar mijn mening het gevolg van een verkeerd uitgangspunt en verbondsvermenging. Ze kunnen voor onduidelijkheid zorgen over de begrippen bekering, wedergeboorte en doop. Het gevolg is dat kerkmensen blijven zitten met de vraag: "Ik hoor in de kerk dat ik een kind van God ben, maar ik merk niets van dat nieuwe leven. Is dit dan alles wat het geloof te bieden heeft?" Met als gevolg dat velen blijven steken in een soort verstandelijk "geloof", waar geen kracht van uitgaat. Gelukkig zijn er ook in kerken, waar deze verbondsleer officieel wordt aangehouden, heel wat mensen die desondanks de weg tot bekering en levensvernieuwing door wedergeboorte hebben gevonden.

Voorstanders van de kinderdoop gaan er naar mijn mening terecht van uit dat kinderen van gelovige het eeuwige leven zullen ontvangen als zij op jonge leeftijd komen te overlijden. Omdat de leer van de kinderdoop zich daar nadrukkelijk over uitspreekt, putten gelovigen daar troost uit. Toch denk ik dat Gods genadigheid over jongen kinderen zich niet beperkt tot kinderen van gelovige ouders. De Bijbel leert dat ieders bestemming wordt bepaald op grond van ieders eigen daden, niet op grond van de daden van hun ouders. Ieder mens is immers alleen verantwoordelijk voor eigen zonden. Zie ook "Erfzonde, zonde en schuld" in studiedeel "Schepping" en "Bestemming van overige mensen" in studiedeel "Rust en vernieuwing". 

Waar het om gaat

Natuurlijk is de innerlijke houding van je hart belangrijker dan het al of niet volgen van bepaalde tradities. Het is belangrijker dat je wedergeboren bent dan dat je op de "juiste" manier bent gedoopt. De bijbelse doop is een opdracht van God. Maar we mogen niet toestaan dat verschillende opvattingen over dit onderwerp onnodige verwijdering brengt tussen ware gelovigen. Wat wedergeboren mensen met elkaar gemeenschappelijk hebben is veel belangrijker dan de verschillen in tradities. Laat ieder met een OPEN hart de Bijbel lezen en in gehoorzaamheid handelen naar het licht op Gods Woord dat hij ontvangen heeft.