H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof
start inhoud inleiding achtergrond trefwoorden levensvragen reageren cd-rom help

 

Ga naar het vorige studiedeel  Ga naar het begin van dit studiedeel  Ga naar het volgende studiedeel

3.

Nieuw leven


Ga naar het vorige hoofdstuk  Ga naar het begin van dit hoofdstuk  Ga naar het volgende hoofdstuk

5.
Verbond

Ga naar de vorige pagina  Niet geactiveerd  Ga naar de volgende pagina

3.
Israël en de Gemeente

Traditionele verbondsopvattingen

In de meeste traditionele kerken worden de volgende uitgangspunten over het oude en nieuwe verbond gehanteerd:

  1. De nieuwtestamentische Gemeente van Christus is in de plaats van Israël is gekomen. 
  2. Het oude verbond heeft afgedaan en is vervangen door het nieuwe verbond.
  3. Het nieuwe verbond is niet helemaal nieuw, maar bouwt voort op het oude verbond en vormt er één geheel mee.

Enkele consequenties van deze opvattingen zijn:

  1. Er wordt geen plaats toegekend aan het huidige Jodendom en de huidige staat Israël in Gods plan.
  2. Als gevolg daarvan is ook binnen de christelijke kerken een voedingsbodem ontstaan voor antisemitistische gedachten; zo komen we bijvoorbeeld behoorlijk negatieve uitlatingen van Maarten Luther over het Joodse volk tegen; ook vandaag komen we bij veel kerken een anti-Israël houding tegen.
  3. Veel profetieën uit het Oude Testament over Israël worden ten onrechte vergeestelijkt en op de nieuwtestamentische Gemeente van toepassing verklaard.

Is het oude verbond opgeheven?

Heeft het oude verbond afgedaan? Dat is een moeilijke vraag waarover door de eeuwen heen veel discussie is ontstaan.

God heeft het oude verbond een eeuwig verbond genoemd (Gen.17:7). Het is niet Gods gewoonte om eenmaal gemaakte afspraken niet na te komen en nergens in de Bijbel lezen we dat God het oude verbond heeft opgeheven. Jezus heeft het oude verbond niet afgeschaft, maar vervuld. Dat wil zeggen: Hij heeft aan alle eisen van de oudtestamentische wet voldaan. Het feit dat de natie Israël in 1948 is ontstaan en nog bestaat is het grootste godswonder van de afgelopen honderd jaar. Als het oude verbond was afgeschaft had God dit nooit bewerkstelligd (Rom.11:28-29). 

Wel lezen we in de Bijbel dat het oude verbond naast het nieuwe verbond verbleekt en daardoor als een verouderd verbond gezien kan worden (Heb.8:13). Door het scheuren van het gordijn in de tempel bij het sterven van Jezus (Mat.27:51) en de verwoesting van de tempel (70 na Chr.) is duidelijk geworden dat de oudtestamentische eredienst niet meer fatsoenlijk kon worden voortgezet. Het offer van Christus heeft de oudtestamentische offers overbodig gemaakt en God heeft ervoor gezorgd dat ze ook niet meer KONDEN worden gebracht. Het jodendom van de laatste 2000 jaar is dan ook duidelijk minder glansrijk dan voorheen. Ondanks dat heeft God het "overblijfsel van de Joden" door de eeuwen heen als volk in stand gehouden, ondanks de ongekend felle vervolgingen. Dat is een opmerkelijk wonder. Ik geloof dan ook stellig dat God nog steeds een plaats voor Israël heeft in zijn grote wereldplan, ook al begrijp ik niet helemaal hoe het precies in elkaar zit.

Gods plan met Israël en de Gemeente

De Bijbel bevat zoveel profetieën over Israël die nog vervuld moeten worden, dat ik wel moet constateren dat God ervan uitging dat een deel van de Joden door bleef leven onder het oude verbond. Hoe het ook zij: naast de Christenen hebben we nog steeds de Joden en beide godsvolken zijn met dezelfde God verbonden door een eeuwig verbond. Als zodanig behoren we ons met elkaar verwant te voelen.

Israël (Gods volk onder het oude verbond) en de Gemeente van Christus (Gods volk onder het nieuwe verbond) zijn elkaars spiegelbeeld. Eens, als Messias Jezus zal terugkomen om als het ware de hemel en de aarde samen te voegen. Dan zullen ook de beide volken verenigd worden en elkaar aanvullen tot één prachtig geheel, waarbij het aardse en het geestelijke voorgoed de juiste plaats zullen krijgen in mensenlevens! In studiedeel "Nieuwe wereld" wordt dit nader uitgewerkt.

Romeinen 11

In Romeinen 11 lezen we dat God Israël niet heeft verstoten (vs.1-2). Dat Israël haar Messias heeft afgewezen is verwijtbaar (vs.8-10) maar mede hierdoor kon het evangelie bij veel niet-joden resultaat boeken:

"...Door hun val is het heil tot de heidenen (=niet-Joden) gekomen, om hen tot naijver op te wekken." (Romeinen 11:12)

De NBG vertaling suggereert door het woord "val" dat de volledige ondergang van Israël als godsvolk bezegeld is door hun afwijzing. Een vertaling als "overtreding" of iets dergelijks zou beter zijn geweest (jammer dat vertalers zoveel van hun eigen theologische uitgangspunten laten doorklinken in hun vertaling!)  Het was Gods bedoeling dat de Joden door de heidenen tot jaloezie zouden worden opgewekt, zodat zoveel mogelijk Joden alsnog Jezus als hun Messias aan zouden nemen (vs.13-14).

Gelovigen uit de nieuwtestamentische Gemeente mogen zich echter niet boven Israël verheffen. Israël was het eerst uitverkoren volk en de Gemeente is er later bij gekomen, als het ware als een wilde olijftak op een edele olijftak geënt (vs.17-24). Israël en de Gemeente bestaan dus naast elkaar en God heeft met elk van beide godsvolken een eigen plan.