|
H E R S C H E P P I N G
- VERSIE 1.1 bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof |
||||||||
| start | inhoud | inleiding | achtergrond | trefwoorden | levensvragen | reageren | cd-rom | help |
|
|||
3. |
Nieuw leven |
||
5. |
Verbond |
2. |
Nieuwe verbond |
Evenals het oude verbond is ook het nieuwe verbond gesloten met Israël (Jer.31:31; Rom.9:3), maar het is ook opengesteld voor alle niet-joden. Terwijl het oude verbond betrekking had op Israël als natie, had het nieuwe verbond betrekking op het Koninkrijk van de hemel, waar Jezus het steeds over had. Tijdens het laatste Pascha dat Jezus met zijn discipelen hield, sprak Jezus over een nieuw verbond bij de instelling van het Avondmaal:
"Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, die voor u uitgegoten wordt" (Lucas 22:20)
In feite "ontstond" het nieuwe verbond toen Jezus stierf om op een totaal nieuwe manier een brug te slaan tussen God en de mensheid. Daardoor maakte Hij het mogelijk dat mensen op individuele basis in verbinding met God konden komen.
Jezus nam de tijd om Nicodemus uit te leggen dat geestelijke wedergeboorte noodzakelijk is om tot het nieuwe verbond van Gods Koninkrijk toe te treden (Joh.3:5-7). De doop wordt in de Bijbel het "bad van de wedergeboorte" genoemd (Tit.3:5) en de wedergeboorte is gekoppeld aan geloofsovergave. Zo lezen we:
"In Hem (Christus) zijt gij ook mede opgewekt door het GELOOF aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewekt. Ook u heeft Hij ... levend gemaakt met Hem ..." (Kolossenzen 2:13)
Ook in Marcus 16:16 en Handelingen 2:38 lezen we duidelijk dat persoonlijk geloof voorafgaat aan behoud.
In tegenstelling tot het oude verbond, is het nieuwe verbond geestelijk van aard. In het Nieuwe Testament wordt gesproken over elementen uit het nieuwe verbond, waarvan die uit het oude verbond een zwakke afschaduwing zijn (2Kor.3; Kol.2:17; Heb.8:5). Evenals de geestelijke wereld van een hogere orde is dan de stoffelijke wereld, zo is het nieuwe verbond van een hogere orde dan het oude verbond (Heb.9-10). Jezus noemde Johannes de Doper de allergrootste profeet van het oude verbond, maar desondanks deed deze onder voor de geringste gelovige onder het nieuwe verbond (Mat.11:11).
Terwijl fysieke geboorte als Israëliet de voorwaarde om tot het oude verbond toe te treden, geeft geestelijke geboorte oftewel wedergeboorte de toegang tot het nieuwe verbond. Daarbij worden ze burgers van een hemelse Koninkrijk, waarbij Jezus vanuit de hemel de leiding heeft over de wereldwijde Gemeente van nieuwtestamentische gelovigen. De verbondenheid met God vindt plaats door de Heilige Geest, die in elke wedergeborene woont. De Heilige Geest is Gods belofte aan alle gelovigen (Hand.1:5,8; Hand.2:33,39) als een voorschot op het eeuwige erfdeel oftewel de positie in het hiernamaals (Ef.1:13). God geeft onbeperkte geestelijke zegeningen aan zijn volk, maar aardse voorspoed en bescherming worden niet gegarandeerd, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het leven van de apostel Paulus. Het oude verbond was bedoeld om de Israëlieten te leren vanuit het aardse koninkrijk zicht te krijgen op God in de hemel. Het nieuwe verbond is bedoeld om gelovigen te leren vanuit hun verbondenheid met de hemel, Jezus op aarde te laten zien. Precies andersom dus. Daarin is het nieuwe verbond het spiegelbeeld van het oude verbond: het aardse en het geestelijke zijn van plaats verwisseld.
In het Nieuwe Testament beschrijft Jezus de relatie tussen God en de gelovigen vaak als een relatie tussen vader en kind. Denk maar aan het "Onze Vader" gebed. God is daardoor als het ware dichterbij gekomen en aan gelovigen wordt meer mondigheid toegekend (Jezus noemt zijn discipelen vrienden en broeders, Paulus noemt gelovigen medearbeiders met God en benadrukt hun positie als "met Christus in de hemelse gewesten"). Niettemin blijft Gods koningschap ook onder het nieuwe verbond onverkort gehandhaafd, maar dan in geestelijke zin (het hemelse Koninkrijk). God is voor nieuwtestamentische gelovigen én de hoogheilige Koning én de liefhebbende Vader.
Laten we de kenmerken van het nieuwe verbond op een rijtje zetten, en wel op dezelfde manier als we dat eerder bij het oude verbond gedaan hebben. Kijk eens goed naar de verschillen. Dat helpt om goed zicht te hebben op de verschillende concepten die bij de beide verbonden horen.
|
toepassingsgebied |
geestelijk: gericht op het geestelijke leven |
|
koninkrijk |
hemels koninkrijk; de Gemeente bestaat uit individuele gelovigen UIT alle volken die in een soort "vreemdelingschap" op aarde leven, maar in geestelijke zin "beheerst van boven" |
| verlossing | bevrijding van de geestelijke heerschappij van satan |
|
verbondsbelofte |
nieuw leven door de inwoning van de Heilige Geest (Hand.2:33,39) en geestelijke zegeningen (Ef.1:3) |
|
wet |
geschreven in het hart van de gelovigen (Jer.31:33; 1 Joh.2:27) |
|
vergeving van zonden |
door het offer van Jezus |
|
verzoening (relatie met God) |
door het offer van Jezus |
|
toetreding |
door geboorte als kind van God (wedergeboorte, na bekering); in de eerste plaats voor Joden, maar evengoed ook voor alle niet-joden (Hand.2:39; Rom.16:25-26; Ef.3:6-10) |
|
verbondsteken |
waterdoop van mensen die door wedergeboorte zijn toegetreden tot het nieuwe verbond |
|
heiligdom op aarde |
de Gemeente (alle wedergeborenen) waarin God woont met Zijn Heilige Geest |
| geldigheidsduur | eeuwig (Heb.13:20) |