|
H E R S C H E P P I N G
- VERSIE 1.1 bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof |
||||||||
| start | inhoud | inleiding | achtergrond | trefwoorden | levensvragen | reageren | cd-rom | help |
|
|||
3. |
Nieuw leven |
||
4. |
Wedergeboorte |
8. |
Eeuwig leven |
Jezus zei van Zichzelf:
"... Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, en een ieder die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven." (Johannes 11:25-26)
Heel nadrukkelijk geeft Jezus aan dat zijn eigen opstanding, uit de dood naar het leven, de voorwaarde heeft geschapen dat zijn volgelingen door het geloof eeuwig leven zullen ontvangen nadat ze zijn wedergeboren. Zo zeker als Jezus is opgestaan, die Zich met mij als gelovige heeft geïdentificeerd, zo zeker zal de dood over mij geen vat hebben. Daarom zal ik in het hiernamaals eeuwig leven ontvangen.
Vaak wordt er in de Bijbel gesproken over het eeuwige leven, dat Jezus geeft. Denk maar aan de bekendste bijbeltekst:
"Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe." (Johannes 3:16)
Helaas leggen veel mensen veel nadruk op het woordje "eeuwig", zo van: als je tot geloof komt, weet je zeker dat je later naar de hemel gaat. Maar de Bijbel benadrukt voortdurend de geestelijke ofwel hemelse kwaliteit van het nieuwe leven voor het hier en nu. Daarom lees ik de laatste woorden van deze tekst liever met de nadruk op het woord "leven". Het gaat om een leven vol goddelijke kracht, Leven met een hoofdletter. Dat leven kan niet stuk gaan en stijgt ver uit boven het menselijke prutswerk van "proberen als christen te leven".
Een vanzelfsprekende eigenschap van het nieuwe leven is dat het niet kan sterven, omdat dat het leven van God in de mens is, en God is nu eenmaal onsterfelijk. Jezus zegt:
"Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan en niemand zal ze uit mijn hand roven" (Johannes 10:27)
Uit deze uitspraak blijkt dat eeuwig leven niet van een gelovige kan worden afgenomen door satan.
Alleen als de mens vrijwillig en bewust van God wil weglopen zal hij het nieuwe leven verliezen. God respecteert altijd de keuzen van onze vrije wil. Er zijn mensen die beweren: "eens een kind van God, altijd een kind van God". Deze uitdrukking is aardig bedacht en klinkt misschien erg bijbals, maar is het niet. Op aarde blijft een mens altijd het kind van zijn vader of moeder, maar we moeten niet vergeten dat de term "kind van God" niet in alle opzichten parallel hoeft te lopen met het aarde kindschap!
Het is natuurlijk een belachelijk idee dat een mens, die eenmaal dat rijke, nieuwe leven van God geproefd heeft, weer terug zou willen gaan naar het zondige leven. Als iemand wel zo’n keuze maakt, kun je je afvragen of hij ooit is wedergeboren. En toch komt het voor, dat echt wedergeboren mensen zich later heel bewust distantiëren van God, maar gelukkig zijn het uitzonderingen. En dan is de weg terug naar God uitgesloten, hoe hard het ook klinkt. Lees bijvoorbeeld het volgende bijbelgedeelte,m dat een ernstige waarschuwing inhoudt:
"Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht zijn geweest, van de hemelse gave genoten hebben en deel gekregen hebben aan de Heilige Geest, en het goed woord Gods en de krachten der toekomende eeuw gesmaakt hebben, en daarna afgevallen zijn, weder opnieuw tot bekering te brengen ..." (Hebreeën 6:4-6)
Dit geldt uiteraard niet voor mensen, die in wanhopige situaties het gevoel hebben God te zijn kwijt geraakt. Gods genade is meer dan ruim genoeg om zulke mensen te blijven dragen. Trouwens, zolang iemand bang is om van God af te dwalen, mag hij weten dat hij zich niet definitief van God heeft afgekeerd en in de situatie van Hebreeën 6:4-6 is terechtgekomen!
De hoop op eeuwig leven oftewel de vaste zekerheid om na die leven eeuwig bij God te zijn is een geweldig voorrecht voor elk wedergeboren mens:
"... heeft Hij ...ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de Heilige Geest ... opdat wij erfgenamen zouden worden overeenkomstig de hope des eeuwigen levens." (Titus 3:5-7)
Het geeft extra moed om in het hier en nu te leven en te weten dat het aardse leven zin heeft ter voorbereiding op wat komen gaat. Dat geeft veel houvast, vooral onder moeilijke levensomstandigheden.
Voor een verdere studie over dit onderwerp, zie hoofdstuk "Eeuwige bestemming" in studiedeel "Rust en vernieuwing".