|
H E R S C H E P P I N G
- VERSIE 1.1 bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof |
||||||||
| start | inhoud | inleiding | achtergrond | trefwoorden | levensvragen | reageren | cd-rom | help |
|
|||
4. |
Verlicht verstand |
||
5. |
Gods wet |
5. |
Wet en genade |
Je hoort christenen vaak over de wet spreken, alsof het iets was van vroeger, alleen voor de Joden en zo. In sommige kringen lijkt men zelfs allergisch te zijn voor regels en structuur, terwijl de vrijheid van de Geest en het woord "genade" hen veel meer aanspreekt. Maar de wet is nog steeds springlevend en gelovigen van vandaag hebben nog evenveel verantwoordelijkheid om zich er aan te houden als de gelovigen onder het oude verbond. Daarin is niets veranderd.
Toch lezen we in de Bijbel:
"Immers de zonde zal over u geen heerschappij voeren, want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade." (Romeinen 6:14)
Betekent dit het einde van de wet voor Nieuwtestamentische gelovigen? Nee, maar wel dat de zonde en de wet niet het laatste woord hebben in het leven van de gelovige. Wet en genade zijn geen tegenstellingen, waardoor de wet verkeerd is en de genade goed. De genade is ook geen vervanging van de wet, zodat we de wet kunnen afschaffen en teren op de genade van Jezus. De wet is gegeven om de weg naar het leven te wijzen. De genade is het middel om tot het leven te komen. Het ontvangen van de volle zegen van God is het doel van zowel de wet als de genade.
Wet en genade horen elkaar in evenwicht te houden.
Gods wet zadelt je als gelovige op met een probleem: door de wet weet je wat je wel en niet moet doen, maar je bent uit jezelf niet in staat om te leven zoals God wil, ook niet nadat je wedergeboren bent. De wet zegt wel keihard aan welke hoge eisen je moet voldoen, maar steekt geen vinger uit om je te helpen in je onmacht.
Gods genade is de oplossing voor dit probleem: de volmaakte verdienste van Jezus staat dagelijks tot je beschikking. Jezus heeft de hele wet vervuld en wat Hij bereikt heeft wil Hij met jou delen. Als je leeft en handelt uit geloof, wordt de verdienste van Jezus als het ware aan jouw daden vastgeniet en ziet God je daden als volmaakt goed. Dan leef je uit genade.
"Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen." (Titus 2:11)
"Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden ... gerechtigheid Gods door het geloof in Jezus Christus ..." (Romeinen 3:21-22)
Zolang je bij God aankomt met je eigen prestaties en zegt "Kijk eens wat IK gedaan heb" zijn je daden ver beneden de maat. Als je leunend op de genade van Jezus je daden bij God inlevert, worden ze volledig goedgekeurd en is God er oprecht blij mee. Zo zit het in elkaar.
Gods zegenrijke genade is dus niet alleen de grond voor je wedergeboorte geweest (Ef.2:8-9), maar is ook vandaag en morgen de basis voor een levenswandel zoals God die van je vraagt. Hoe kun je leven op een manier die acceptabel is voor God? Door te leven volgens Gods leefregels (wet) vanuit wat Jezus heeft gedaan (genade). Daarom mag je als nieuwtestamentische gelovige nooit spreken over Gods wet, zonder ook over Gods genade te spreken. Beide horen bij elkaar.
Wet en genade zijn geen tegenstellingen, maar genade en eigen gerechtigheid sluiten elkaar wel uit. Daarom waren de enorme inspanningen van veel Farizeeërs om Gods wet met grote nauwgezetheid te vervullen volstrekt vruchteloos, omdat ze het als hun eigen prestatie bestempelden. Jezus zei hierover:
"Indien uw gerechtigheid niet overvloedig is, meer dan die der schriftgeleerden en Farizeeërs, zult gij het koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan." (Matteüs 5:20)
Ik denk dat veel toehoorders van Jezus' woorden gedacht hebben: "Wat? Moeten we ons van Jezus dan nóg meer uitsloven om acceptabel te zijn voor God?" Maar Jezus spoorde ons niet aan om ons méér in te spannen, maar juist minder, en in geloof te leunen op de genade van God. Dat is een ontspannen manier van leven, wel vol toewijding aan God en vol inzet voor de medemens, waarbij we niet putten uit eigen bronnen, maar uit de oneindige bron van Gods volmaakte liefde. De zegenrijke genade die je van God hebt ontvangen, mag je doorgeven aan anderen, zonder het als eigen prestatie aan te merken. Dat is uit genade leven naar Gods wet.
Zo meende de rijke jongeman (Mat.19:16-21) dat hij het hoogste geluk zou vinden als hij nauwkeurig de wet zou volgen. Maar hij voelde in zijn hart waarschijnlijk aan dat er toch iets scheef zat en daarom vroeg hij aan Jezus hoe het nu precies zat. Hij was op zoek naar het hart van de wet en daarom was Jezus erg met hem ingenomen. Jezus probeerde hem duidelijk te maken dat hij op het verkeerde spoor zat. Het krampachtig opvolgen van geboden maakt God niet blij en levert op zich geen "gerechtigheid" op. Het gaat God altijd om het hart van de mens. Jezus zei tegen de rijke jongeman dat hij zijn spullen moest verkopen en weggeven uit liefde tot God en zijn medemensen. Dat was het HART van de wet. De nieuwtestamentische wet is moeilijker dat die van het Oude Testament, maar leidt ons rechtstreeks naar het vaderhart van God... Daar is de bron van leven, liefde en volmaakt geluk.