H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof
start inhoud inleiding achtergrond trefwoorden levensvragen reageren cd-rom help

 

Ga naar het vorige studiedeel  Ga naar het begin van dit studiedeel  Ga naar het volgende studiedeel

4.

Verlicht verstand


Ga naar het vorige hoofdstuk  Ga naar het begin van dit hoofdstuk  Ga naar het volgende hoofdstuk

5.
Gods wet

Ga naar de vorige pagina  Niet geactiveerd  Ga naar de volgende pagina

2.
Oudtestamentische wet

De wet van Mozes

De wet van Mozes oftewel de Tora (letterlijk: onderwijs), is het hele systeem van wetten en regels voor het Joodse volk om God te dienen. Bepaalde delen van deze wet dienen om de Joodse samenleving te reguleren. De wet van Mozes is de uitdrukking van Gods universele wet voor Gods volk onder het oude verbond. Deze wet is samengevat als de tien geboden (Ex.20:1-17). De eerste vijf bijbelboeken worden tezamen ook wel de "hele" wet van Mozes genoemd.

De wet van Mozes betreft voor een groot deel de theocratie: een aards koninkrijk met God als Koning met het volk Israël als onderdanen. Daarom is veel uit wet wel bindend voor Israël, maar niet voor niet-joden (Zie Hand.15) en dus ook niet letterlijk geldend voor nieuwtestamentische gelovigen. Dit geldt vooral voor ceremoniële wetten over het onderhouden van sabbatten en feestdagen, en over de offerdiensten. De wetten die de samenleving van het volk Israël moesten regelen zijn natuurlijk ook niet bedoeld voor nieuwtestamentische gelovigen. 

Het ontvangen van de wet

In het boek Exodus lezen we dat God het volk Israël eerst allerlei ervaringen liet meemaken. Daardoor leerde het volk om een duidelijk besef te krijgen van Gods oneindige hulp en voorzienigheid en voortdurende aanwezigheid. Na al die ervaringen in de woestijn, zo'n vijftig dagen na de uittocht uit Egypte, werkte God toe naar een geweldige climax bij de berg Sinaï. God verscheen met vuur en donderslagen en met veel vertoon van goddelijke macht om zijn wetten aan zijn volk te geven. De wetgeving was in Gods ogen kennelijk een buitengewoon gewichtige gebeurtenis. Vanwege Gods machtsvertoon deden de Israëlieten het zowat in hun broek van angst. Waarom moest dat zo? God geeft zelf het antwoord:

"Och, hadden ze steeds zulk een hart om Mij te vrezen en om al mijn geboden te onderhouden, opdat het hun en hun kinderen voor altoos wel mocht gaan." (Deuteronomium 5:29)

God wilde dat het volk met veel ontzag en respect de leefregels van die wet zou eerbiedigen en er naar zou leven. Dat is namelijk de sleutel tot een stabiele relatie met God en een gelukkig leven:

"Ik gaf hun mijn inzettingen. De mens die ze opvolgt zal daardoor leven." (Ezechiël 20:11)

God bedoelde daarmee niet een slaafse gehoorzaamheid aan ijzeren wetten, maar een uiting van vertrouwen in een God die het beste met zijn schepping voor heeft.

Doel van de wet

Toen we het hadden over Gods universele wet, hebben we stilgestaan bij het drievoudige doel van de wet, namelijk het welzijn van Schepper en schepping. Dat zien we terug in de oudtestamentische wet:

  1. Het welzijn van God: de opdracht om God als zodanig te eren en te gehoorzamen (Deut.5:7-11)
  2. Het welzijn van de mens: gehoorzaamheid aan de wet resulteert in het hoogst denkbare welzijn (Deut.5:32-33)
  3. Het welzijn van de natuur: enkele voorbeelden: gedurende het sabbatsjaar zou het land rust krijgen (Lev.25:5); ook dieren moesten met respect worden behandeld (Deut.22:6-7; Deut.25:4)

De wet is buitengewoon goed

De wet is niet door God gegeven om Zichzelf daarmee een excuus te geven om de mensen om hun oren te slaan. Door de wet op een verkeerde manier te zien als het tegengestelde van Gods genade (en dus slecht) kunnen we ten onrechte een aversie krijgen tegen dat begrip. De wet is iets heel positiefs: een uitdrukking van Gods wezen, een openbaring van Gods prachtige morele eigenschappen. 

Gods wetten zijn rechtvaardig. Zij bieden bescherming aan het leven in een zondige wereld. En als er zijn die de wet overtreden, zorgt de wet er voor dat de straf in overeenstemming is met de misdaad en daar niet bovenuit gaat. Sommige gelovigen vinden bepaalde onderdelen uit de wet nogal cru, zoals het oog-om-oog en tand-om-tand principe, maar we moeten goed bedenken dat daardoor het kwaad heel effectief wordt bestreden en bovendien veel milder is dan de menselijke wraakzucht als er geen straffen worden uitgedeeld!

Voorrecht

Het was een buitengewoon voorrecht voor het volk Israël om de wet van God te hebben. Daaraan gekoppeld waren de vele en krachtige beloften aan degenen die zich er nauwgezet aan hielden. De langste Psalm uit de Bijbel is een loflied op de wet. De dichter raakt niet uitgesproken over de zegen van Gods wet:

"In de weg uwer getuigenissen verblijd ik mij als over allerlei rijkdom." (Psalm 119:14)

"Ontdek mijn ogen, opdat ik aanschouwe de wonderen uwer wet." (Psalm 119:18)

"Ik toch verlustig mij in uw geboden, die ik liefheb." (Psalm 119:47)

"Hoe lief heb ik uw wet! Zij is mijn overdenking de ganse dag." (Psalm 119:97)

"Zij die uw wet liefhebben, hebben grote vrede..." (Psalm 119:165)

In de geschiedenissen van de koningen van Israël en Juda zien we dat het welzijn van het volk nauw samenhing met de wijze waarop het met de wet omging, zowel in positieve als in negatieve zin.

God wilde de omliggende volken jaloers maken op Israël, omdat ze zulke goede leefregels hadden. Daardoor werden ze immers een wijs en verstandig volk. Door de eeuwen heen heeft het Joodse volk onevenredig veel bekwame mensen voortgebracht. Met hun wetenschappelijke prestaties en uitvindingen hebben ze meer voor de mensheid hebben betekend dan de meeste mensen vermoeden.

Verkeerd omgaan met de wet

De Joodse leiders in Jezus’ tijd hadden een afgod van de wet gemaakt, en probeerden vanuit het strikt onderhouden van de wet een stuk eigen prestatie te leveren. Ze gebruikten het als een zelfverbeteringsplan en maakten er steeds meer regeltjes bij om nóg nauwkeuriger aan Gods eisen te kunnen voldoen. Daarmee lieten ze zien dat ze de diepere betekenis van de wet niet begrepen: de wet laat immers zien dat we niet in staat zijn vanuit eigen kracht Gods normen te voldoen, zodat we een beroep moeten doen op Gods genadigheid.