H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof
start inhoud inleiding achtergrond trefwoorden levensvragen reageren cd-rom help

 

Ga naar het vorige studiedeel  Ga naar het begin van dit studiedeel  Ga naar het volgende studiedeel

4.

Verlicht verstand


Ga naar het vorige hoofdstuk  Ga naar het begin van dit hoofdstuk  Ga naar het volgende hoofdstuk

5.
Gods wet

Ga naar de vorige pagina  Niet geactiveerd  Ga naar de volgende pagina

4.
Tien geboden voor nieuwtestamentische gelovigen

Vertaalslag

De zogenaamde "tien geboden" (Ex.20:1-17) zijn de meest fundamentele leefregels binnen het kader van het Oude Verbond. Deze leefregels zijn afgeleid van Gods universele wet. Zo zijn al deze leefregels evenzeer van toepassing onder het nieuwe verbond, maar er is wel een "vertaalslag" nodig om tot de volle betekenis van de leefregels te komen. In de Bergrede (Mat.5-7) geeft Jezus veel voorbeelden van het vertalen van oudtestamentische geboden naar het Nieuwe Testament. Voorbeeld: 

"Mozes zei: niet doden, maar ik zeg: ook als je een hekel aan iemand hebt zondig je tegen de wet. Zorg daarentegen voor een goede relatie met je medemens!" (vrije weergave van Mat.5:21-26)

In deze vertaalslag zien we twee dingen:

  1. Jezus vertaalt de daad naar een hartsgesteldheid. Het gaat bij ALLE verboden over het ontbreken van liefde tegenover God en de medemens.
  2. Naast het VERbod noemt benadrukt Jezus ook de positieve kant: het gebod van de liefde en de noodzakelijke uitwerking ervan in daden.

Zo kunnen we alle "uiterlijke" leefregels uit het Oude Testament vertalen naar nieuwtestamentische leefregels, die allemaal scharnieren om de "innerlijke" wet van de liefde tot God en de naaste. 

De wet lijkt bijna alleen verboden te bevatten

Als we de tien geboden doorlezen, merken we al gauw dat ze allemaal in de VERbiedende wijs staan, behalve die van het eren van je ouders. Er wordt in de tien geboden niet gezegd wat we wel moeten doen, maar wel wat we niet mogen doen. Bij de opvoeding van kleine kinderen gaat dat ook vaak op die manier. Van nature probeert een kind immers alles uit. Hij moet dus vooral leren wat niet mag, vaak zonder toelichting: gewoon niet op de tafel klimmen, niet in stopcontacten peuteren en van de hete verwarmingsradiator vandaan blijven. Bij het groter worden geven de ouders ook uitleg waaróm iets niet mag, om hen vervolgens aan te reiken wat wél een goed gedrag is. Als kinderen eenmaal groter zijn, zijn dit soort correcties veel minder nodig, en ligt de nadruk op het ontwikkelen van goede relaties. Zo ook met de wetgeving. De periode van het Oude Verbond kunnen we zien als de jeugdfase van Gods volk, met veel verboden. Het nieuwe Verbond is de meer volwassen fase, waarin de nadruk ligt op relaties. Het gaat dan niet zozeer over het handelen volgens regeltjes, maar over handelen "in de geest" van Vader en vanuit de relatie met de Vader. 

We gaan nu elk van de tien geboden of leefregels nader bekijken, zonder er al te uitgebreide studies van te maken. Bij elk van deze leefregels zullen we niet alleen het VERbod noemen, maar ook het GEbod dat er bij hoort, vooral vanuit het Nieuwe Testament bekeken. 

Eerste leefregel: geen andere goden dienen, maar alleen de éne, ware God

In onze westerse samenleving is er maar weinig aanleiding om ons letterlijk neer te buigen voor andere (af)goden, hoewel we steeds meer immigranten van andere wereldgodsdiensten tegenkomen. De goden van onze westerse maatschappij zijn subtieler, maar niet minder machtig dan de afgoden en geesten die bijvoorbeeld door animisten worden aangeroepen. We kunnen daarbij denken aan geld, bezittingen, hobby's, genotzucht, succes, kennis, enzovoort. Er worden heel wat offers aan deze goden gebracht, helaas ook door gelovigen. Het dienen van God is de hoogste roeping van de mens, waardoor hij in harmonie is met de bron van zijn leven: zijn Schepper.

Tweede leefregel: geen afgodsbeelden maken, maar God dienen zoals Hij zich heeft geopenbaard

De eerste regel gaat erover WIE we moeten dienen, de tweede regel over HOE we Hem dienen. We moeten er voor waken om God naar onze hand te zetten, door een eenzijdig godsbeeld te hanteren. Deze bijbelstudie kan een hulpmiddel zijn om een gebalanceerd en zo zuiver mogelijk beeld te krijgen van God, zoals Hij zich aan de mensheid heeft geopenbaard. Zie daarvoor studiedeel "Schepper".

Derde leefregel: Gods naam niet onnodig gebruiken, maar met diep respect

God is heilig. Niet voor niets begint het "Onze Vader" gebed met de woorden: "Uw naam worde geheiligd". Daarom dienen we altijd met groot respect tot God en over God te spreken, en niet luchthartig of als voorwerp van oppervlakkige humor. Gebruik de naam van God nooit als stopwoord, ook niet in verbasterde vorm. Woorden als "Gô", "Jee", "Jeetje" en andere krachttermen die met die klanken beginnen hebben steevast betrekking hebben op God en Jezus. Het zijn geen betekenisloze klanken, ook al bedoelen we er niets mee! Wie liefde en respect heeft voor God, heeft geen behoefte aan zulke termen. Om maar de zwijgen van vloeken waarin de naam van God voorkomt. Bedenk ook dat bastaardvloeken dezelfde betekenis hebben als de oorspronkelijke vloeken, ook al klinken ze iets anders!

Vierde leefregel: op Sabbat niet werken, maar leven vanuit de rust in God

Dit gebod om een dag per week te rusten is gegeven voor de mens (zoals Jezus uitlegde in Marcus 2:27) om de nodige rust in zijn leven te hebben. Tegelijk was het een testgebod voor de Israëlieten om te zien of zij er op vertrouwden dat God ondanks het onderbreken van menselijk inspanning in al het nodige zou voorzien. Aan het sabbatsgebod hangen ook de geboden over de overige sabbatten (Lev.25), maar de wekelijkse sabbat gold als het belangrijkste van die geboden.

Voor nieuwtestamentische gelovigen betekent het sabbatsgebod in de eerste plaats een leefwijze, waarin we ons heil niet verwachten van eigen inspanningen (ook op geestelijk gebied) maar van het voltooide werk van Christus. Dat is een levenshouding van innerlijke rust in Christus. Het apart zetten van de zondag om die innerlijke rust te beoefenen is een praktische en zinvolle traditie. Toch is dat in nieuwtestamentische zin niet de kern van de vierde leefregel (zie ook de hoofdstukken "Sabbat" en "Innerlijke rust" in studiedeel "Rust en vernieuwing").

Vijfde leefregel: je ouders respecteren 

Dit is de enige positief gestelde regel, waaraan bovendien de belofte is gekoppeld van een lang leven. Het gaat om het gehoorzamen van je ouders, zolang je jong bent en onder het ouderlijk gezag staat, en het respecteren van je ouders ongeacht je leeftijd. Jezus zelf heeft hierin een volmaakt voorbeeld gegeven. Hij was gehoorzaam aan zijn aardse ouders (Luc.2:52) en sprak altijd met het grootste respect over zijn hemelse Vader. Rebellie tegenover ouders (en andere personen of instanties met gezag) wordt in de Bijbel altijd scherp veroordeeld. Iemand die jong geleerd heeft zijn ouders te respecteren, is daardoor beter in staat om zijn hemelse Vader te respecteren. Hij is ook beter in staat om de juiste plaats in de samenleving in te nemen. Voor kinderen is dit zelfs de belangrijkste leefregel, zoals Paulus schreef in Efeziërs 6:1-3. Ook het respecteren van andere mensen, onder wiens gezag we staan, valt onder deze leefregel (Mat.22:21).

Zesde leefregel: niet doden, maar respect hebben voor het menselijk leven

Jezus geeft in Matteüs 5:21-22 aan dat de bedoeling van deze regel eigenlijk is om geen boosaardige of dreigende houding in ons hart toe te laten ten opzichte van onze medemensen. Zulke gedachten uiteindelijk kunnen leiden tot ruzie en doodslag. Daarentegen moeten we goede relaties met mensen onderhouden. Uit heel de Bijbel blijkt dat God het leven van zeer hoge waarde acht. Ook wij dienen daarom met respect om te gaan met zaken van leven en dood. Een afwijzende houding tegenover voortijdige levensbeëindiging (denk aan abortus en bepaalde vormen van euthanasie) is daarom ook in overeenstemming met het Woord. Ook moeten we ons onthouden van alle vormen van wraak, geweld en onderdrukking en ons inzetten om zwakkeren te beschermen.

Zevende leefregel: het huwelijk niet verbreken, maar in ere houden

Het huwelijk is een heilige verbintenis die door man en vrouw "voor Gods aangezicht" wordt gesloten, en nooit verbroken mag worden. Onzedelijk gedrag op seksueel gebied is niet toegestaan, omdat ons lichaam een woonplaats is van de Heilige Geest (1Kor.6:18-19). In de Bijbel wordt seksueel verkeer buiten het huwelijk streng veroordeeld en daar valt ongehuwd samenwonen dus ook onder (Deut.22:20-29). 

Het huwelijk is de hoogste verplichting van de ene mens tegenover een andere mens en gaat boven de verplichting tegenover ouders. De Bijbel gebruikt het huwelijk dikwijls als afbeelding van de relatie tussen God en zijn volk. Door een goed huwelijksleven eren we onze Schepper meer dan we denken. Andersom ook: door een slecht huwelijk of door huwelijksontrouw onteren we God, Het huwelijk heeft dan ook zeer grote waarde voor God en daar moeten we dus met zorg en aandacht mee omgaan. 

Achtste leefregel: niet stelen, maar het goede voor je medemens zoeken

Deze regel houdt in dat we als mensen elkaar moeten geven waar de ander recht op heeft. Stelen is niet alleen inbraken plegen of ordinair gappen, maar ook: geleende spullen niet teruggeven, een toegezegde beloning achteraf niet geven, een vergissing van een caissière in je voordeel niet aangeven, zwart werken, sjoemelen met de belastingaangifte, zonder overleg met je ouders hun spullen gebruiken, enzovoort. Ook moeten we op een verantwoorde manier omgaan met onze materiële bezittingen, bereid zijn met anderen te delen, niet gierig zijn en er geen verkwistende levensstijl op na houden. Het komt er op neer dat we juist het beste zoeken voor onze medemensen (Fil.2:3-4).

Negende leefregel: niet negatief over anderen spreken, maar met respect

Door negatief over anderen te spreken, bestelen we die personen van hun eer en bovendien kan het die personen veel schade berokkenen. We mogen andermans woorden niet verdraaien, niet liegen of lasteren, maar met respect over anderen spreken. Negatief gepraat over iemand kan de werking hebben van een vloek, waardoor satan meer ruimte krijgt om die ander kwaad te doen. Het tegenovergestelde is ook waar: door positief over iemand te spreken ontvangt de ander een zegen en bouwen we zijn leven op. We moeten beseffen dat wat een mens zegt, ook een bepaalde werking heeft in de geestelijke wereld. Onze woorden hebben meer effect dan we denken, ook tegenover mensen die onze woorden niet horen! Zie ook hoofdstuk "Zegenen en vervloeken" in studiedeel "Zegenende liefde".

Tiende leefregel: niet verlangen naar wat anderen bezitten, maar het hen van harte gunnen

Dit is de enige van de tien regels die innerlijk gericht is en niet direct door anderen waar te nemen is. De regel geeft inzicht in de werking van het menselijk hart, omdat immers verkeerde verlangens de bron zijn van verkeerde daden. Deze regel heeft ook betrekking op dankbaarheid voor wat we zelf bezitten. Zie ook hoofdstuk "Omgaan met verlangens" in studiedeel "Groeiend vertrouwen".