H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof
start inhoud inleiding achtergrond trefwoorden levensvragen reageren cd-rom help

 

Ga naar het vorige studiedeel  Ga naar het begin van dit studiedeel  Ga naar het volgende studiedeel

5.

Groeiend vertrouwen


Ga naar het vorige hoofdstuk  Ga naar het begin van dit hoofdstuk  Ga naar het volgende hoofdstuk

4.
Omgaan met beproevingen

Ga naar de vorige pagina  Niet geactiveerd  Ga naar de volgende pagina

1.
Israël leert door ervaringen

Beproevingen in de woestijn

Gedurende de eerste paar weken van de woestijnreis, vlak na de doortocht door de Schelfzee, zien we hoe God het pas ontstane volk Israël een paar ervaringslessen wilde leren. De woestijn was een leerschool voor het volk dat allereerst God moest leren kennen en moest ervaren dat God hun geloofsvertrouwen waard was.

De meeste mensen leren het beste door ervaring. Is het je wel eens opgevallen dat God al vanaf het eerste dagen na de spectaculaire tocht door de Schelfzee beproevingen toeliet? De Israëlieten werden bij wijze van spreken meteen in het diepe gegooid. Uit opvoedkundig oogpunt veel te vroeg naar ons idee, maar God houdt er vaak andere methoden op na dan wat wij mensen verstandig vinden...

God geeft alles wat nodig is

Na drie dagen lopen door een zandige woestijn vonden de Israëlieten eindelijk water. De teleurstelling was echter groot toen het ondrinkbaar bleek te zijn (Ex.15:23). Mozes kreeg van God de opdracht om een stuk hout in het water te gooien, zodat het water weer drinkbaar zou worden. Zodoende zou het volk voorzien worden in de belangrijkste levensbehoefte voor woestijnreizigers: water. Dat stuk hout van Mozes doet ons denken aan het kruis, waaraan Jezus is gestorven om ons het leven te geven. Dat houdt niet alleen wedergeboorte in, maar ook alles wat nodig is om geestelijk in leven te blijven en waardoor ons leven kan groeien.

Het tweede wonder dat God in de woestijn deed was het geven van brood uit de hemel: manna (Ex.16). Dat is wel een heel duidelijk godswonder. Water uit de grond is nog een beetje verklaarbaar, maar manna uit de hemel, daarbij staat ons verstand stil. Zolang het volk Israël in de woestijn verbleef, hebben ze steeds het manna als hoofdvoedsel gebruikt. Het was voedzaam en gezond. In de woestijn zijn heel veel doden gevallen, maar niemand is tijdens de woestijnreis omgekomen van de honger! Een van de belangrijkste lessen van de woestijntocht was dat God alles geeft wat nodig is, zelf in een woestijn waar niets te vinden is. 

Strijd!

Nog voordat het volk Israël bij de berg Sinaï kwam, waar het Gods wet zou ontvangen, ontbrandde er een hevige strijd. Het volk van de Amalekieten viel de woestijnreizigers van achteren aan, waar de meest kwetsbare en minst weerbare mensen liepen. De eerste klappen waren waarschijnlijk goed raak, maar daarna bond Jozua en zijn mannen de strijd aan tegen de vijand. Mozes zat op een heuvel met zijn staf naar de hemel gericht. In deze geschiedenis zien we dat de strijd op twee fronten gevoerd werd: 

  1. Jozua streed de fysieke strijd, met het zwaard
  2. Mozes streed de geestelijke strijd, met gebed

Deze gebeurtenis symboliseert de innerlijke strijd, die zo kenmerkend is voor gelovigen van scheppingsdag 2b (Ex.17:8-14). Deze innerlijke strijd speelt zich ook op twee niveaus af.

Menselijke gevoelens spelen een belangrijke rol, maar de strijd wordt gewonnen vanuit de hemel met geloof als voorwaarde.

Levensomstandigheden

De meeste beproevingen van het volk Israël tijdens hun tocht door de woestijn hadden te maken met levensomstandigheden en onbeheerste verlangens. Het volk raakte telkens behoorlijk overstuur en vond dat God hen maar slecht behandelde. Elke keer dat het volk zich door gevoelsreacties liet opzwepen ontstonden er grote moeilijkheden. Hun reacties hadden steeds een ondertoon van ongeloof en opstandigheid tegenover God. Telkens verweten ze God dat Hij hen uit Egypte had verlost om hen in de woestijn een jammerlijke dood te laten sterven. En telkens zorgde God voor uitkomst en soms zelfs voor overvloedig eten en drinken, veertig jaar lang. Daartoe verrichtte God geregeld  spectaculaire wonderen: water uit rotsen, manna uit de hemel, massa’s kwakkels uit de lucht. Niets was te gek. 

Toch nog instabiel

De beproevingen in de woestijn waren nodig om te zien in hoeverre het volk God vertrouwde voor alles wat ze nodig hadden. Vertrouwden ze God voldoende om zijn wetten op te volgen? Geloofden ze dat het goed met hen zou gaan als ze volgens Gods leefregels zouden leven? Helaas, als we kijken naar het bijbelboek Exodus, dan zien we dat heel kort na de wetgeving op de berg Sinaï fout liep. Mozes was een poosje bij God op de berg, terwijl het volk op een gigantische manier bergafwaarts ging door feest te vieren rondom een gouden kalf. Hoe kwam dat? De Israëlieten waren nooit verder gekomen dan een ervaringsgeloof en daardoor waren ze bijzonder kwetsbaar. Jonggelovigen, die voornamelijk op geestelijke ervaringen kicken, lijken op het eerste gezicht geweldig sterk te zijn in hun geloof. Het spettert er soms van af. Maar bij tegenslag of verleiding gaan ze helaas nogal eens voor de bijl. Ervaringen zijn een onmisbaar deel van het christenleven, er is een fundament nodig om stand te kunnen houden. Dat fundament wordt gelegd als je je verstand laat verlichten door Gods Woord. De woestijnlessen dienden om verstand en gevoel in balans te krijgen. Ze waren nodig om een geloofsfundament te krijgen door Gods Woord (verstand) en om daarop verder te bouwen met een groeiend geloofsvertrouwen door geloofservaring (gevoel). Zo kon Israël zich te ontwikkelen tot een godsvolk dat in staat zou zijn het beloofde land te veroveren en daar in harmonie met God te leven.