H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof
start inhoud inleiding achtergrond trefwoorden levensvragen reageren cd-rom help

 

Ga naar het vorige studiedeel  Ga naar het begin van dit studiedeel  Ga naar het volgende studiedeel

5.

Groeiend vertrouwen


Ga naar het vorige hoofdstuk  Ga naar het begin van dit hoofdstuk  Ga naar het volgende hoofdstuk

5.
Omgaan met verlangens

Ga naar de vorige pagina  Niet geactiveerd  Ga naar de volgende pagina

5.
Toegeven aan zondige verlangens

Bevrediging maakt niet gelukkig

Begeerten en hartstochten zorgen voor een gat dat nooit gevuld wordt en letterlijk een bodemloze put is. Bij mensen die het grote geluk zoeken door hun begeerten na te jagen ligt het geluk altijd achter de horizon. Want als je je begeerten nastreeft en als je dan uiteindelijk die begeerte hebt gekregen, ben je dan gelukkig geworden? Allerminst. Waarom niet? Je begeerten gaan dan gewoon weer een stap verder: je moet nog meer nastreven, dan pas voel je je écht gelukkig. En wéér ligt het geluk achter de horizon. Je komt er nooit. Je blijft in de onrust en ... het beloofde geluk blijft uit. Dat is de ontnuchterende realiteit, tenminste, als we die onder ogen durven te zien. De realiteit is dat het najagen van aards geluk niet gelukkig maakt, maar diep ongelukkig...

Losbandigheid en gebondenheid

Hoe meer je toegeeft aan verkeerde begeerten en hartstochten, hoe meer je uit de band springt, hoe losbandiger je wordt (Ef.4:19). Je maakt jezelf wijs dat je jezelf heerlijk vrij voelt, vrij van die knellende banden van irritante bijbelse geboden. Maar de werkelijkheid is dat je steeds meer gebonden raakt door je begeerten en hartstochten. Dit is het gevolg van een te sterke overheersing van de oude natuur:

"Want vroeger waren ook wij verdwaasd, ongehoorzaam, dwalende, verslaafd aan velerlei begeerten en zingenot..." (Titus 3:3)

Als bepaalde begeerten en verlangens zo dwingend iemands emoties bespelen, dat ze met de wil niet kunnen worden weerstaan, kunnen we van verslaafdheid spreken. Vaak ontwikkelen lichte verslavingen zich tot zwaardere verslavingen, tenzij de verslaving krachtig wordt bestreden. 

Voorbeeld: Rockefeller

Ter illustratie het volgende voorbeeld. John D. Rockefeller had er van jongs af aan naar gestreefd om miljonair te worden. Het lukte en hij werd een van de rijkste mensen van de wereld. In een interview werd hem eens gevraagd: hoeveel geld heeft een mens nodig om hem tevreden te stellen? Zijn antwoord was: "Net iets meer." 

"Wie geld liefheeft, wordt van geld niet verzadigd, noch wie rijkdom liefheeft, van inkomsten" (Prediker 5:19)

En zo is het ook. Er komt nooit een eind aan het streven naar steeds méér. Vooral in onze kapitalistische westerse maatschappij is dit een basisgegeven: de economie moet steeds groeien, anders gaat het fout. Het is nooit genoeg, er moet steeds meer worden geproduceerd, meer worden verdiend en meer worden uitgegeven. Onze consumptiemaatschappij sluit perfect aan bij onze oude natuur die nooit genoeg heeft en waarbij de behoeften tot belachelijke niveaus worden opgeschroefd.

Op latere leeftijd leed Rockefeller zo onder de gevolgen van zijn geldzucht, dat hij lichamelijk een wrak was geworden. Hij was er op het laatst zo erg aan toe dat hij nauwelijks at en bijna niet sliep, iets wat kennelijk de rijke koning Salomo lang geleden ook heeft ervaren:

"...de verzadiging van de rijke laat hem in het geheel niet slapen." (Prediker 5:11)

De doktoren hadden Rockefeller verteld dat hij nog maar kort zou leven. Terwijl hij tijdens zijn vele slapeloze nachten lag na te denken, kwam hij tot de ontdekking dat zijn geldzucht hem geen levensgeluk had opgeleverd. Hij had namelijk uitsluitend voor zichzelf geleefd. Hij nam een moedig besluit om het roer om te gooien en voortaan meer voor anderen te gaan betekenen. Hij besloot grote bedragen uit te geven aan goede doelen en zo ontstond de bekende Rockefeller stichting, waardoor veel humanitaire projecten zijn bekostigd. Vanaf de tijd dat hij zich voor anderen ging inzetten, kwamen zijn lichamelijke krachten weer terug tot verbazing van zijn artsen. Zonder te weten bewees hij daarmee de waarde van het bijbelse spreekwoord:

"...Het is zaliger te geven dan te ontvangen." (Handelingen 20:33)

Liefde en eigenliefde

Het leven van Rockefeller illustreert ons hoezeer we tijdens ons leven oogsten wat we zaaien: wie voor zichzelf leeft, vernietigt zichzelf. Liefde is er om te geven, en dat brengt leven voort, zowel bij de gever als bij de ontvanger. Liefde, die op zichzelf is gericht, brengt dood en vernietiging voort. Dat is een vaste natuurwet die voor gelovigen en ongelovigen geldt. Zo heeft God ons ontworpen. Van het najagen van genot en materiële welvaart worden we niet beter, maar jagen we onszelf op in de richting van de ondergang. Het zoeken van eigen begeerten brengt schade toe aan onszelf en anderen en bovenal blokkeert het de doorwerking van Gods Geest in ons leven.