|
H E R S C H E P P I N G
- VERSIE 1.1 bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof |
||||||||
| start | inhoud | inleiding | achtergrond | trefwoorden | levensvragen | reageren | cd-rom | help |
|
|||
5. |
Groeiend vertrouwen |
||
5. |
Omgaan met verlangens |
3. |
Zondige verlangens |
Op zichzelf zijn veel behoeften en waarden heel normaal en absoluut niet verkeerd. God heeft ons immers de mogelijkheid gegeven om te genieten van goede dingen. Toen Hij de mens had geschapen, zette Hij hem in een schitterend paradijs, waarin alles was wat zijn hart maar kon begeren en alles was er volmaakt goed. Maar bij ons zondige mensen kunnen normale behoeften en waarden gemakkelijk uitgroeien tot zondige, schadelijke begeerten en hartstochten.
We spreken van begeerte als we een sterke behoefte hebben aan iets en er ook heel bewust ons hart op zetten om die behoefte te bevredigen. Bepaalde begeerten kunnen ons zo te pakken hebben dat we spreken van hartstochten. Dat zijn de sterkste begeerten in ons hart die ons meeslepen, al onze aandacht opeisen en ons dwingen om tot bevrediging van het eigen ik te komen. Wat het verstand aanreikt wordt dan gemakkelijk aan de kant geschoven.
Begeerten en hartstochten zorgen voor ongekend heftige emoties, die heel moeilijk te beheersen zijn. Ze schreeuwen ons toe dat we alleen maar gelukkig kunnen worden als we die begeerten bevredigen. Begeerten en hartstochten hebben altijd haast en geven. Ze geven je geen tijd om na te denken. Je moet op je gevoel afgaan, vinden ze. Je mocht eens doorkrijgen dat ze slecht zijn, voor anderen of voor jezelf.
Een van de meest voorkomende begeerten is genotzucht oftewel alles nastreven wat lekker, mooi, leuk en fijn is. We zien het in het morele verval op seksueel gebied, waarbij steeds meer mensen vinden dat ze recht hebben op het seksuele genot dat zij op dat moment willen hebben. Allerlei vormen van immorele gedragingen en samenlevingsvormen, die de Bijbel verbiedt, worden breed geaccepteerd in de huidige maatschappij.
Door de welvaart kunnen we ons meer permitteren dan alle generaties vóór ons. Er is een overdaad aan allerlei heerlijk voedsel. Een steeds groter deel van onze inkomsten wordt besteed aan zaken, die op zich zelf niet noodzakelijk zijn, maar die we gewoon leuk vinden: dure hobby’s, allerlei amusement, meerdere vakanties per jaar, enzovoort. Tegelijk proberen we alles wat niet leuk en niet fijn is, zover mogelijk uit ons leven weg te duwen. Als dat niet lukt, is Leiden in last want we weten niet hoe we om moeten gaan met onbevredigde gevoelens.
Deze trend gaat niet aan de kerkdeuren voorbij. Om een paar voorbeelden te noemen:
Hebzucht is een groot kwaad. Jezus spreekt over de Mammon, de god van geld en bezit, mogelijk de naam van een demonische macht die Jezus bij name kende. Het is een macht die ons probeert te beroven van de rijkdom in de toekomstige wereld. Paulus noemt geldzucht in 1 Timoteüs 6:10 zelfs de wortel van alle kwaad. Dat geeft te denken. Een predikant schreef eens aan het einde van zijn lange loopbaan dat hij in talloze pastorale gesprekken alle mogelijke zonden heeft horen belijden ... behalve de zonde van hebzucht. En dat terwijl dat nu juist een van de meest verbreide en meest hardnekkige zondige begeerten is. Kennelijk heeft de hebzucht zich zo onze levens verschanst dat we die niet eens herkennen of dat we onze hebzuchtige neigingen vakkundig weten te camoufleren.
God geeft veel om van de te genieten, maar we moeten ervoor waken om toe te geven aan sterke verlangens, die ons op het spoor zetten van "het vlees":
"...Wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees. Want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees - want deze staan tegenover elkander - zodat gij niet doet wat gij maar wenst." (Galaten 5:16-17)
We moeten goed beseffen dat toegeven aan vleselijke verlangens een barrière vormt voor de doorwerking van Gods Geest. Als we weinig of niets merken van Gods Geest in ons leven, is dit een van de meest voorkomende oorzaken.