H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof
start inhoud inleiding achtergrond trefwoorden levensvragen reageren cd-rom help

 

Ga naar het vorige studiedeel  Ga naar het begin van dit studiedeel  Ga naar het volgende studiedeel

6.

Overwinnend geloof


Ga naar het vorige hoofdstuk  Ga naar het begin van dit hoofdstuk  Ga naar het volgende hoofdstuk

3.
Innerlijke strijd en overwinning

Ga naar de vorige pagina  Niet geactiveerd  Ga naar de volgende pagina

6.
Geestelijke wapenrusting

Teksten over geestelijke wapenrusting

Elke soldaat weet dat zijn gevechtsuitrusting van levensbelang is om de strijd in te gaan. Het bekendste bijbelgedeelte over de geestelijke wapenrusting vinden we in Efeziërs 6:10-20. Paulus legt eerst uit waarom we die wapenrusting zo hard nodig hebben (vs.10-13): 

  1. De vijand (satan) is sterk en actief.
  2. De vijand kent je zwakheden en valt je aan op je vlees. Daar ben je het meest kwetsbaar.
  3. Je eigen kracht lijkt misschien heel wat in je eigen ogen, maar is volstrekt ontoereikend. Het is namelijk een geestelijke strijd.
  4. Je hebt Gods kracht nodig om effectief te strijden. 

Voor alle duidelijkheid: er zijn twee soorten geestelijke strijd:

In dit bijbelgedeelte gaat het om de inwendige strijd; meestal hebben we dit innerlijke strijd genoemd. Het doel van innerlijke de strijd is niet het verslaan van de vijand, maar het standhouden tegenover verleidingen en beproevingen. Verleidingen en beproevingen staan niet op zichzelf. Een gelovige moet er rekening mee houden dat satan die gebruikt om hem onderuit te halen. Hij heeft eeuwenlang ervaring in dat gemene spel en is er zeer bedreven in. Je hebt beslist hulp van Boven nodig om de situatie helder te kunnen overzien en om te overwinnen. 

Doe je wapenrusting aan!

Er staat niet dat wij om een wapenrusting moeten bidden. Hij is er, we moeten hem alleen aan doen (vs 13). We moeten niet vragen of God ons in zijn leger wil plaatsen (zoals we zingen in een Opwekkingslied: "maak ons een leger o Heer"), want we zijn al lang gerekruteerd. We moeten niet vragen of God iets wil doen wat Hij al lang gedaan heeft, maar eenvoudigweg onze positie innemen. 

De geestelijke wapenrusting bestaat uit (vs 14-18): 

  1. gordel van waarheid (geloofszekerheid: Gods Woord aanvaarden als waarheid van waaruit je denkt en als norm voor je leven) 
  2. pantser van gerechtigheid (ook geloofszekerheid: zeker weten dat je zonden zijn vergeven en dat de gerechtigheid van Christus jou is toegerekend; gereinigd van dagelijkse zonden na schuldbelijdenis) 
  3. schoeisel van paraatheid (om stevig op je voeten te staan), het resultaat van het evangelie dat vrede brengt (stabiel in Gods vrede) zonder goede schoenen zouden je voeten te gevoelig zijn voor stenen en oneffenheden in het terrein waardoor je zou vallen. Met stevig schoeisel blijf je staan onder moeilijke omstandigheden en ben je niet overgevoelig voor reacties uit het vlees (1Kor.15:1-4: staan in het evangelie) (Gal.5:16-17, niet toegeven aan het vlees; Rom.8:5-13)
  4. schild van geloof, een deel van de wapenrusting dat de doorslag kan geven in de strijd (geloofsovergave besef van eigen onmacht en onbeperkte kracht van God; geloof is de absolute voorwaarde voor overwinning, want daardoor vloeit Gods overwinningskracht in je over (Fil.4:13 in Christus kun je alles); daardoor kunnen de aanvallen van satan je geen schade doen)
  5. helm van het heil (op Jezus gericht zijn; Jezus betekent: God redt; de bescherming van je denken, een voortdurend besef van Gods bescherming en allesomvattende hulp; het zeker weten dat je alles hebt ontvangen wat je nodig hebt) 
  6. zwaard van het Woord (het actief hanteren van bijbelse waarheden tegenover de leugens, verleidingen en beproevingen, waarmee satan je onderuit wil halen; het vergt oefening om het goed te kunnen hanteren!) Jezus heeft het met succes gebruikt toe Hij verzocht werd in de woestijn.

Behalve het aangehaalde tekstgedeelte zijn er ook andere teksten over wapenrustingen: 1Joh.5:4; Gen.15:1; 2Kor.6:7; 2Kor.10:4; 1Tess.5:8.