H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof
start inhoud inleiding achtergrond trefwoorden levensvragen reageren cd-rom help

 

Ga naar het vorige studiedeel  Ga naar het begin van dit studiedeel  Ga naar het volgende studiedeel

6.

Overwinnend geloof


Ga naar het vorige hoofdstuk  Ga naar het begin van dit hoofdstuk  Ga naar het volgende hoofdstuk

3.
Innerlijke strijd en overwinning

Ga naar de vorige pagina  Niet geactiveerd  Ga naar de volgende pagina

1.
Israëls nederlaag door ongeloof

Land in zicht

Het volk Israël heeft na de bevrijding uit de slavernij in Egypte veertig jaar in de woestijn doorgebracht. Verreweg de meeste mensen die uit Egypte verlost werden, zijn in de woestijn gestorven en hebben nooit het beloofde land gezien. Het was nooit Gods bedoeling geweest dat die woestijnperiode zo lang zou duren. God wilde al na enkele jaren dat het volk Kanaän zou gaan veroveren. Wel zat het beloofde land barstens vol met vijanden, die niet bepaald de rode loper uitlegden om hen welkom te heten. De Israëlieten wilden spionnen uitsturen om een "onafhankelijk onderzoek" te verrichten naar de condities in Kanaän om op grond van het onderzoeksrapport te beslissen wat ze zouden doen (Deut.1:20-22). Dat is op zich zelf geen goede zaak geweest, ondanks dat God het plan goedkeurde. Het volk had immers Gods belofte en dat zou genoeg moeten zijn. 

Toen de spionnen hun eindrapport presenteerden, bleek dat bijna iedereen terugdeinsde voor de invasie van Kanaän. De Israëlieten gingen alleen af op de zichtbare barrières en hielden geen enkele rekening met Gods bovennatuurlijke hulp, die ze al in zoveel opzichten hadden ervaren. Ze waren overladen met ervaringen van Gods hulp en kracht. Ze hadden Gods Woord op spectaculaire wijze ontvangen inclusief duidelijke beloften over de verovering van het beloofde land, en toch .... Zo zien we dat het niet genoeg is om geestelijke ervaringen te hebben meegemaakt en geestelijke kennis te hebben opgedaan. Het komt er uiteindelijk op aan of we in staat zijn een stap in het geloof te zetten. Pas dan leveren ervaringen en kennis iets op.

Gods beloften: geen gespreid bedje

De meeste gelovigen verwachten dat God al zijn beloften in onze handen stopt, zonder dat we er iets voor hoeven doen. En als God ons niet geeft wat we verwachten gaan we klagen en zeuren en zelfs God verwijten dat Hij niet aan onze verwachtingen voldoet. Maar onthoud één ding: de meeste beloften moeten we in geloof aannemen en dat kan nog wel eens wat strijd kosten. Het zijn namelijk geestelijke beloften en om iets uit de geestelijke wereld naar de stoffelijke wereld te krijgen is er een geestelijke daad nodig: geloof. Geloof is de sleutel, waarmee we de toegang hebben tot al de hemelse bronnen.

In de woestijn blijven ronddolen

Toen het er op aankwam heeft het volk Israël in koppig ongeloof er voor gekozen om NIET het beloofde land binnen te gaan. Ze klaagden:

"Och, waren wij in het land Egypte of in de woestijn gestorven, of waren we in deze woestijn gestorven! ..." (Numeri 14:2) 

Toen heeft God hen gegeven waar ze om vroegen: hun leven lang mochten ze in de woestijn ronddobberen en uiteindelijk mochten ze er sterven zonder hun doel te hebben bereikt. God dwingt je nooit tot geloofsdaden en dringt zijn beloften niet aan je op. Hij geeft je rijkere beloften dan je voor mogelijk houdt, maar het hangt van jezelf af in hoeverre die beloften in je leven tot werkelijkheid zullen worden.

Blijven steken in de tweede scheppingsdag

In geestelijke zin zijn er helaas hele volksstammen gelovigen, die hun leven lang in  scheppingsdag 2 blijven hangen. Ze willen in de kerk hun natje en droogje ontvangen. Ze willen pastorale zorg ontvangen als ze het moeilijk hebben, maar ze komen zelden of nooit tot echte overwinning. Hun leven ziet er dan ook niet veel anders uit dan dat van ongelovigen, behalve dat ze naar de kerk gaan en zich in sommige opzichten wat fatsoenlijker gedragen. Maar in diepste wezen zijn het onveranderde mensen gebleven, die op en neer gaan met de levensomstandigheden en zich laten leiden door hun menselijke verlangens en gedachten. God beleefde geen vreugde aan de Israëlieten die door ongeloof niet het beloofde land in konden gaan. Zo denk ik ook niet dat God vreugde heeft in al die kerkmensen, waarbij scheppingsdag 3 nog niet is doorgebroken, ook al hebben ze er alle kansen voor gehad.

Krachteloze woestijngelovigen

Ook onze geestelijke leiders zijn daar in zekere zin voor verantwoordelijk. In veel kerken worden Gods geboden haarfijn uitgelegd, maar is er geen prediking of voorbeeldstelling van overwinning door de kracht van de Heilige Geest. Typerend voor zulke kringen is een ouderwetse spreuk die sommigen van ons misschien nog wel kennen: "niet klagen, maar dragen en bidden om kracht". Het is typisch een spreuk voor krachteloze woestijngelovigen, die het christen-zijn meer als een opgave dan als een vreugde beschouwen, terwijl ze gelaten rond lopen te sjokken totdat ze aan het einde van hun leven (hopelijk!) naar de hemel gaan. Het is een leven van steeds proberen en telkens struikelen zonder uitzicht op verbetering. 

Waarom dat zuchtende gebed om overwinningskracht, terwijl je de belofte van de Heilige Geest hebt dat Hij altijd bij je is? Geloof zegt niet: "Heer, geeft mij toch alstublieft een beetje kracht, want ik voel me zo slap". Geloof neemt Gods beloften aan en zegt: "Heer dank U voor uw voortdurende aanwezigheid in mijn leven en voor uw kracht. Daardoor zet ik in vertrouwen die stap die ik zonder U nooit zou durven zetten". Er was geloof nodig om tot wedergeboorte te komen (scheppingsdag 1) en om daardoor zekerheid van behoud te krijgen. Evenzo is er geloof nodig om van de tweede naar de derde scheppingsdag te komen om tot overwinning te komen. Geloof heeft niets te maken met overmoed, eigendunk of menselijke prestatiedrang, maar wel met afhankelijkheid van God en in geloof aannemen van wat God royaal heeft toegezegd en aangereikt.