|
H E R S C H E P P I N G
- VERSIE 1.1 bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof |
||||||||
| start | inhoud | inleiding | achtergrond | trefwoorden | levensvragen | reageren | cd-rom | help |
|
|||
6. |
Overwinnend geloof |
||
5. |
Toewijding aan God |
2. |
Afgoderij |
Het tegenovergestelde van toewijding aan God is afgoderij. Waarschuwende woorden om vooral geen afgoden achterna te lopen zijn misschien wel de soort waarschuwingen die het meest in de Bijbel voorkomen. Dan moet het voor ons ook een belangrijke boodschap inhouden.
God heeft als Schepper het alleenrecht op onze aanbidding en liefdevolle toewijding. God is terecht jaloers op alles waar wij ons hart aan onderwerpen. Niet voor niets luidt de eerste leefregel uit de tien geboden:
"Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben... Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen, want Ik, de Here, uw God, ben een naijverig God..." (Exodus 20:3-5)
In de tijd van het Oude Testament verviel het volk Israël geregeld tot afgoderij. Ze bogen zich neer voor de afgoden van de omwonende volken. In die tijd heerste de gedachte dat elk stuk grondgebied zijn eigen goden had en dat het heel belangrijk was om die goden tevreden te stellen. De Israëlieten wilden vaak wel de echte God dienen, wat ze daar ook maar mee bedoelden, maar daarnaast ook de afgoden, gewoon voor de zekerheid. Daarmee voelden ze zich een stuk veiliger.
Een dergelijk compromis is niet acceptabel voor God: je kunt nu eenmaal geen twee heren dienen (Mat.6:24). Je kunt God alleen maar oprecht dienen als je alle andere afgoden aan de kant zet.
In onze tijd zijn de afgoden iets subtieler. We zouden afgoden kunnen omschrijven als alles waar we ons vertrouwen op stellen naast God. Jezus noemde de Mammon verschillende malen als een belangrijke afgod van het hart. Dat was de verpersoonlijking van de geldzucht, die door Paulus de "wortel van alle kwaad" genoemd wordt (1Tim.6:10). Het hangt natuurlijk nauw samen met begrippen als hebzucht en materialisme. Als we ons geluk laten afhangen van materiële zaken, doen we stevig mee aan afgodendienst, ook al springen we niet om een of ander letterlijk afgodsbeeld heen.
Satan was er in het paradijs niet in de eerste plaats op uit om Adam en Eva zover te krijgen dat ze hem gingen aanbidden. Hij was al dik tevreden toen ze besloten zichzelf te gaan dienen in plaats van God. Toch probeerde hij Jezus wel zover te krijgen dat Hij hem persoonlijk zou gaan aanbidden (Luc.4:5-8).
De allerergste vorm van afgoderij in deze tijd is het bewust dienen van Gods tegenstander, satan zelf. In onze westerse wereld denken we dan aan satanisme. Het animisme en godsdiensten zoals het Hindoeïsme zijn naar mijn mening vormen van demonenaanbidding. Aanhangers van dergelijke godsdiensten menen dat zij te doen hebben met goede geesten of geesten van gestorven mensen. Hoewel de meeste aanhangers waarschijnlijk niet bewust het kwade dienen, komen ze ongewild toch met de duisternis in aanraking.
Toch noemt de Bijbel satan de "God van deze eeuw" (2Kor.4:4) en daarmee wordt aangegeven dat uiteindelijk satan achter elke vorm van afgoderij staat, die we kunnen bedenken. Elke religie of godsdienst die niet tot de levende God leidt, is een vorm van afgoderij waardoor in feite satan gediend wordt.
In feite kunnen al je waarden, die niet onder de heerschappij van Christus staan, zich in je leven ontwikkelen tot afgoden. Hoe herken je afgoden in je leven? Bijvoorbeeld aan een of meer van de volgende kenmerken:
Wat kunnen we zoal tot afgoden maken? Een paar voorbeelden:
Het is natuurlijk moeilijk om precies te bepalen wanneer iets een afgod voor je is of wanneer er sprake is van "gewoon" zonde. Dat is niet zo erg: het allebei fout. Hoe meer je aan een iets vastzit, hoe eerder je kunt spreken van afgoderij. Let wel dat ook goede dingen een afgod kunnen worden. Het hangt er dus maar van af hoe je er mee omgaat. Pas op. Afgoden zijn enorm gevaarlijk. Ze trekken je hart van God af zijn oorzaken van veel zonden in je leven (Ez.14:2).
Op heel veel plaatsen in de Bijbel lezen we oproepen om afgoden weg te doen, soms als een onderdeel van daadwerkelijke toewijding aan God. Als aan die oproepen gehoor werd gegeven, had dat vaak heel positieve gevolgen, omdat God daarna zijn volle zegen weer kon uitdelen. Als je wilt kun je de volgende bijbelgedeelten bestuderen:
Heb jij misschien nog afgodsbeelden in huis? Verwijder en vernietig ze en let eens op hoe God je op een nieuwe manier zal gaan zegenen...