H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof
start inhoud inleiding achtergrond trefwoorden levensvragen reageren cd-rom help

 

Ga naar het vorige studiedeel  Ga naar het begin van dit studiedeel  Ga naar het volgende studiedeel

7.

Veranderd gedrag


Ga naar het vorige hoofdstuk  Ga naar het begin van dit hoofdstuk  Ga naar het volgende hoofdstuk

2.
Veranderingen in levensstijl en karakter

Ga naar de vorige pagina  Niet geactiveerd  Ga naar de volgende pagina

1.
Nieuwe levensstijl

Levensstijl

Je levensstijl is het totale voorkeursgedrag, dat voortkomt uit wat in je hart leeft. Je gevoelswaarden spelen daarin een belangrijke rol (waardering), maar ook je normen, principes en idealen (geweten) en wat uiteindelijk je leven beheerst (toewijding). Veel van je levensstijl is routinematig, net als je hele gedrag. Terwijl je routine vooral betrekking heeft op min of meer automatisch en herhaald uitgevoerde handelingen, heeft je levensstijl meer te maken met de morele kant van je leven en met de manier waarop je daar bewust vorm aan geeft. Je levensstijl is ook bepalend voor je geestelijke uitstraling. 

Instincten

Instincten zijn aangeboren gedragspatronen die normaal gesproken bij alle mensen min of meer op dezelfde manier aanwezig zijn, hoewel niet bij iedereen in even sterke mate. Instincten zorgen voor reflexhandelingen. Voorbeelden van instincten:

Dieren handelen voornamelijk instinctmatig. Bij mensen spelen instincten een veel minder belangrijke rol, omdat mensen veel uitgebreidere leermogelijkheden hebben. Als we onder extreme druk staan, en weinig gelegenheid hebben om na te denken, zijn we vooral geneigd om instinctmatig te handelen.

Gewoonten

Alle dingen die we in ons leven ooit meemaken zijn als het ware bouwstenen voor onze levenservaring. Ze worden allemaal opgeslagen in ons geheugen, of we ons er nu van bewust zijn of niet. Zelf vóór onze geboorte is dat proces al begonnen. Door herhaaldelijk hetzelfde te doen, ontstaan gedragspatronen of gewoonten. Hoe vaker we iets op dezelfde manier doen, hoe meer we geneigd zijn om het een volgende keer weer precies zo te handelen. Daardoor kunnen we heel veel dingen routinematig doen, zonder dat we er bij hoeven nadenken. We doen verreweg het meeste uit routine, slechts een klein deel doen we bewust. Voorbeelden van sterk routinematige handelingen: lopen, fietsen, een muziekinstrument bespelen, maar ook: standaardreacties op bepaalde gebeurtenissen.

Goede gewoonten en stabiliteit

Zo lang je nog niet was wedergeboren, werden je daden bepaald door je oude, zondige natuur. Daardoor zijn ik-gerichte en dus zondige gewoontepatronen ontstaan, die moeilijk te doorbreken zijn. Niet voor niets spreken we over de "macht der gewoonte". Bij de wedergeboorte ontstaat de nieuwe natuur, die dan nog heel zwak is. Maar wanneer je met vallen en opstaan hebt leren leven vanuit geloofszekerheid (scheppingsdag 2a) en geloofsvertrouwen (scheppingsdag 2b), dan begint de overwinning over die zondige gewoonten zich in je leven af te tekenen (scheppingsdag 3a). De oude, zondige gewoonten worden steeds meer van hun kracht beroofd, terwijl daarvoor in de plaats nieuwe gewoonten worden gevormd. Gewoonten ontstaan immers door herhaalde malen hetzelfde te doen. Welnu, als we er geregeld voor kiezen om God te gehoorzamen, dan gaat het elke volgende keer gemakkelijker en vanzelfsprekender. Zo groeit onze nieuwe natuur en ontstaan er goede gewoonten, die een stabiele basis zijn voor een manier van leven volgens Gods wil.