|
H E R S C H E P P I N G
- VERSIE 1.1 bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof |
||||||||
| start | inhoud | inleiding | achtergrond | trefwoorden | levensvragen | reageren | cd-rom | help |
|
|||
7. |
Veranderd gedrag |
||
8. |
Vrucht dragen |
2. |
Goede daden en vrucht dragen |
Kunnen we als mensen "goede daden" doen? Het bijbelse antwoord is volmondig "ja". Onze eigen daden OP ZICH halen een dikke onvoldoende vanwege onze zondige, oude natuur. Maar God rekent ons geloof (dat in daden wordt uitgedrukt) toe als "gerechtigheid" (Gen.15:6). Door te handelen vanuit geloof wordt de volmaakte gerechtigheid van Christus als het ware aan onze onvolmaakte daden vastgeniet (Rom.6:17-18) en zo krijgen we een 10 voor "onze" daden. Daardoor zijn het echt goede daden geworden, die geestelijke waarde hebben voor nu en voor de eeuwigheid.
We kunnen het ook iets anders zeggen. Alleen God is goed (Mar.10:18) dus alleen wat God doet, is goed. Maar dan is ook alles goed wat God door ons heen kan doen. Paulus drukte dat zo uit:
"Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, DIE GOD TEVOREN BEREID HEEFT, opdat wij daarin zouden wandelen." (Efeziėrs 2:10)
Geestelijk vrucht dragen is de tegenhanger van succes behalen in wereldse zin. Er is een groot verschil tussen die beide begrippen: succes is het resultaat van menselijke inspanning en dient tot meerdere glorie van de succesrijke persoon. Vrucht is het resultaat van wat God in en door een gelovige doet, die Hem in gehoorzaamheid dient. Vrucht dragen is geen automatisme voor kerkmensen en niet het vanzelfsprekende gevolg van trouw naar de kerk gaan en deelnemen aan kerkelijke activiteiten. Geestelijke vrucht ontstaat na het maken van geloofskeuzen (scheppingsdag 3a) die worden uitgewerkt in geloofsgehoorzaamheid (scheppingsdag 3b).
In het Nieuwe Testament wordt veelvuldig aangegeven dat het normaal is dat gelovigen in geestelijke zin vrucht dragen (Joh.15:1-8). Iedere wedergeborene heeft geestelijk leven ontvangen en is daardoor in staat om goede, geestelijke vruchten voort te brengen. Wat een mens zaait, zal hij oogsten (Gal.6:7-8). Dit is een vaste wet. Die oogst bestaat niet uit iemands geestelijke ervaringen (gevoel), geestelijke kennis of dogmas (verstand) en ook niet om de doelstellingen en plannen (wil), maar om de daden (gedrag). Aan iemands daden kun je zien wat in iemand leeft. Aan de vruchten kent men de boom (Luc.6:32).
In Johannes 15:1-8 geeft Jezus een uiteenzetting over het vrucht dragen en gebruikt daarbij de wijnstok als voorbeeld. In dat beeld legt Hij de nadruk op de volgende aspecten van vrucht dragen. De ranken (=gelovigen) zijn verbonden aan de wijnstok (=Jezus). Alleen door die verbondenheid kan de rank blijven leven en vrucht dragen. Vrucht dragen is dus gegarandeerd zolang de rank aan de wijnstok vast blijft. Als de rank op zichzelf probeert te staan, ontvangt hij geen sappen waardoor de vruchten groeien en waardoor de rank zelfs niet in leven kan blijven. De rank wordt dan volstrekt onbruikbaar en uiteindelijk als waardeloos materiaal verbrand. Alleen wat vanuit de verbondenheid met Jezus gedaan wordt, levert vruchten op.
Vrucht dragen is het enige doel van de wijnstok. Ranken zonder vrucht dienen nergens voor en worden verwijderd. Gelovigen die geen vrucht dragen zijn volkomen onbruikbaar voor Gods Koninkrijk.
Wijnranken worden gesnoeid en niet zo zuinig ook. Meestal blijft er na het snoeien bedroevend weinig van de oorspronkelijke wijnstok over. God laat vaak toe dat er van alles en nog wat uit ons leven wordt weggebroken dat het vrucht dragen in de weg staat. Dat kan soms enorm pijnlijk zijn, vooral als we iets moeten opgeven waar we aan gehecht zijn.
Om beter vrucht te kunnen dragen worden dode vruchten verwijderd. Krenten heet dat. Die dode of niet goed genoeg groeiende druiven belemmeren de groei van de andere vruchten en moeten daarom weggehaald worden. Zo laat God wel eens toe dat er iets goeds uit ons leven wordt weggebroken, om er iets beters voor in de plaats te zetten.
Een ander proces om tot betere vrucht te komen is het weghalen van dieven. Dat zijn snelgroeiende ranken, waar wel veel bladeren aan groeien, maar geen vruchten. Die gebruiken nodeloos veel energie van de wijnstok, zonder dat het iets oplevert. Laten we ons dagprogramma eens onder de loep nemen. Hoeveel tijd verspillen we met zaken, die niets opleveren? Natuurlijk heeft ieder mens ook zijn ontspanning en rust nodig, maar dat is nog weer iets anders dan tijdverspillen. Laten we onze energie niet verspillen aan wat geen blijvende waarde heeft.
De vruchten van wijnstok zijn in de eerste plaats bestemd voor de wijnbouwer oftewel voor God zelf. De Schepper mag genieten van de vruchten van zijn schepping. Of niet soms? Maar de Schepper zou de Schepper niet zijn als Hij de opbrengst ook niet zou delen met zijn schepselen. Zo dienen de vruchten ook tot welzijn van:
Hoewel vrucht dragen het werk van Gods Geest in en door de gelovige is, maakt de Bijbel duidelijk dat vrucht dragen een opdracht is. Als gelovigen zijn we dan ook verantwoordelijk voor het dragen van vrucht en aan het einde van ons leven worden we er op afgerekend. De geestelijke vruchten, die we gedurende ons hele leven voortbrengen, zijn bepalend voor onze positie in het hiernamaals. Zie meer over dit onderwerp in hoofdstuk "Eeuwige bestemming" in studiedeel "Rust en vernieuwing".
Vrucht dragen heeft alles te maken met een rijpingsproces. Meestal duurt het enkele jaren voordat een jonge vruchtboom ook daadwerkelijk vruchten afwerpt. Jonge gelovigen kunnen soms heel actief zijn in allerlei kerkelijk werk, zonder dat ze echt geestelijke vruchten te dragen. Naarmate hun wandel met Christus verdiept en ze zich bewust zijn van zijn kracht die door hen heen wil en kan werken, ontstaan er vruchten.
Dit proces hoeft niet op te houden bij het bereiken van een hoge leeftijd. Oudere gelovigen, die niet veel zichtbare activiteiten kunnen ontplooien, kunnen soms heel nadrukkelijk vrucht blijven dragen. Dit kan bijvoorbeeld door het voorbeeld van hun rustige wandel met God en door hun gebed dat steeds krachtiger is geworden door het veel te doen. In de maatschappij worden ouderen al op te vroege leeftijd afgedankt en van minder waarde geacht; in Gods Koninkrijk is het anders:
"Maar die Hem liefhebben zijn als de opgaande zon in haar kracht." (Richteren 5:31)
Geen neergaande lijn dus voor senioren die met God wandelen! Hun uiterlijke leven verzwakt, maar hun nieuwe natuur in hun binnenste heeft nog steeds voldoende vernieuwingskracht (2Kor.4:16). Ouderen die dicht bij God leven blijven hun geestelijke frisheid behouden, waardoor zij een krachtige boodschap uitstralen voor de jongere generatie:
"Geplant in het huis des Heren groeien zij in de voorhoven van onze God; zij zullen in de ouderdom nog vrucht dragen, fris en groen zullen zij zijn; om te verkondigen, dat de Here waarachtig is, mijn rots, in wie geen onrecht is." (Psalm 92:14-16)