H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof
start inhoud inleiding achtergrond trefwoorden levensvragen reageren cd-rom help

 

Ga naar het vorige studiedeel  Ga naar het begin van dit studiedeel  Ga naar het volgende studiedeel

7.

Veranderd gedrag


Ga naar het vorige hoofdstuk  Ga naar het begin van dit hoofdstuk  Ga naar het volgende hoofdstuk

8.
Vrucht dragen

Ga naar de vorige pagina  Niet geactiveerd  Ga naar de volgende pagina

5.
Geven

Materiële gaven met anderen delen

God roept ons op om ook onze materiële gaven te delen met anderen, die het harder nodig hebben dan wijzelf:

"En vergeet de weldadigheid en de mededeelzaamheid niet, want in zulke offers heeft God een welgevallen." (Hebreeën 13:16)

Weldadigheid doelt in de eerste plaats op de hulp aan armen. Mededeelzaamheid is het delen van geld en goederen met medegelovigen. De Bijbel spreekt over offers. Een offer is meer dan iets in een collecte doen of een bankoverschrijving maken. Het is iets wat je voor een ander over hebt, terwijl het je heel nadrukkelijk iets kost. Dit wordt geïllustreerd in het verhaal van het varken en de kip, die besloten om samen te ontbijten. "Wat zullen we gaan eten?", vroeg het varken. "Wel", zei de kip, "Wat dacht je van ham en eieren? Dat is lekker gemakkelijk, want we hebben alles bij ons: jij de ham en ik de eieren." "Leuk bedacht", antwoordde het varken bedachtzaam, "dat is voor jou misschien een collecte, maar voor mij is het een offer!"

De Bijbel zegt ons dat God de blijmoedige gever liefheeft. God wil dat we van harte offers brengen, niet opgelegd. Dat zijn "welriekende, aangename, Gode welgevallige offers" (Fil.4:18). Daarom heb ik een hekel aan de uitvoerigheid waarop tijdens sommige christelijke ontmoetingsdagen een collecte wordt aangekondigd, soms compleet met een gebed of God de harten maar wil voorbewerken. Dit ruikt me te veel naar manipulatie en ordinaire geldklopperij, hoe goed bedoeld ook omdat het "voor het werk van de Heer" is. 

Tienden geven

In het Oude Testament wordt gesproken over het geven van tienden voor het onderhouden van de tempeldienst en om de salarissen van de priesters te kunnen betalen. In onze tijd wordt geld ingezameld voor het instandhouden van plaatselijke gemeenten, om het evangelie uit te dragen en om in allerlei noden te voorzien. Veel gelovigen hebben als gewoonte om 10% van hun inkomsten daarvoor beschikbaar te stellen. Velen van hen, voor wie dat eerst veel te veel leek, hebben de uitdaging van Maleachi 3:10 aangenomen en zijn gelukkige, blijmoedige gevers geworden:

"Brengt de gehele tiende naar de voorraadkamer, opdat er spijze zij in mijn huis; beproeft Mij toch daarmede, zegt de Here der heerscharen, of ik dan niet voor u de vensters van de hemel zal openen en zegen in overvloed over u uitgieten."

Jaren geleden, toen ik na heel wat aarzeling voor het eerst mijn tienden aan God beloofde, gebeurde er iets spectaculairs: binnen ongeveer drie dagen had ik het hele jaarbedrag aan tienden teruggekregen in de vorm van drie onverwachte toezeggingen. Ik was helemaal perplex en tegelijk ook heel stil vanwege Gods goedheid. Natuurlijk beloof ik niet dat het bij iedereen zo zal gaan, maar ik ben er van overtuigd dat God meer aan ons teruggeeft dan wat wij voor Hem opofferen, hetzij in materiële zin, hetzij in geestelijke zin!

Opbrengst

Let eens op de volgende woorden van Paulus, toen hij een collecte aankondigde:

"Niet, dat het mij om de gave toen zou zijn, maar het is mij te doen om de opbrengst, die als een tegoed op uw rekening aangroeit." (Filippenzen 4:17)

Zo kijkt God ook naar de offers die we willen brengen ter ere van Hem, onze tijd, ons geld, onze toewijding, of wat ook. God vraagt geen offers om ons arm te maken of om Zichzelf te verrijken, maar juist om ons rijk te maken. Dat geheim moeten we gaan ontdekken.

Het aardige van een offer is dat, hoe meer we het uit liefde doen, des te minder we het ervaren als een offer. De voldoening van het geven is al dan gauw groter dan het gemis van wat we hebben afgestaan. De Bijbel spreekt over compensatie van wat we aan God of voor Gods Koninkrijk opgeven. Lees ook 2 Korintiërs 9:6-9 in verband met dit onderwerp. Jezus zegt het zo: 

"… er is niemand, die huis of vrouw of broeder of ouders of kinderen heeft prijsgegeven om het Koninkrijk Gods, of hij zal vele malen meer ontvangen in deze tijd en in de toekomende eeuw het eeuwige leven." (Lucas 18:29-30)