|
H E R S C H E P P I N G
- VERSIE 1.1 bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof |
||||||||
| start | inhoud | inleiding | achtergrond | trefwoorden | levensvragen | reageren | cd-rom | help |
|
|||
8. |
Vol van Jezus |
||
2. |
Vol van de Koning |
1. |
Heerschappij van Christus |
Op veel plaatsen in het Nieuwe Testament wordt benadrukt dat Jezus de Koning is. Bij zijn geboorte kwamen de wijzen uit het oosten om Hem koninklijke eer te brengen. Bij zijn kruisiging werd Jezus’ "beschuldiging" duidelijk boven het kruis aangegeven: Jezus was de Koning der Joden. In het boek Openbaring wordt Jezus de "Koning der Koningen" genoemd oftewel de allerhoogste Koning. Ook zal Hij na zijn terugkomst als koning heersen op aarde. Jezus zal namens de Vader de heerschappij over de aarde voeren. Uiteindelijk onderwerpt Jezus zich aan het allerhoogste gezag van zijn Vader, zoals Paulus beschrijft:
"Wanneer alles Hem (=Jezus) onderworpen is, zal ook de Zoon zelf Zich onderwerpen aan Hem (=de Vader) onderwerpen, die Hem (=Jezus) alles onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen." (1 Korintiërs 15:28)
Het oudtestamentische Israël is altijd een theocratie geweest, althans dat was Gods bedoeling. Israël vormde een aards koninkrijk en de relatie tussen God en zijn volk was vooral een relatie tussen Heerser en onderdanen. De nieuwtestamentische Gemeente maakt deel uit van het hemelse Koninkrijk, waar Jezus het steeds over had. Daarbij benadrukte Jezus de relatie met God als die van een kind met zijn vader. Jezus spoorde ons immers aan om Hem vooral onze "Vader" te noemen (Mat.6:9; Joh.20:17). Vanuit die warme, persoonlijke relatie behoren gelovigen het koningschap van de Vader en van Jezus te erkennen. Dat betekent: elk gebied van hun leven aan zijn heerschappij onderwerpen. Zowel onder het oude verbond als onder het nieuwe verbond draait alles om Gods koningschap, ook al liggen de accenten verschillend.
In onze tijd zien we onze landelijke overheid meer als een service-verlenende instantie dan als het ultieme gezag over ons volk. Woorden als autoriteit, gezag, plichten en gehoorzaamheid aan de wet klinken zwaar verouderd. Tegen deze achtergrond is het te begrijpen dat het koningschap van Jezus ver verwijderd staat van de beleving van veel gelovigen van deze tijd. Wij voelen ons het beste bij het prettige beeld van een service-verlenende God die bestaat om voor ONS te zorgen. Daarom lezen we zo graag Psalm 23 over God die zijn schapen heerlijk "in de watten legt". Dat spreekt ons wel aan. Veel kinderen van God doen wat ze zelf willen, maar eisen wel dat God hen op hun wenken bedient door hun zelfzuchtige gebeden te verhoren. En als ze niet van God krijgen wat ze verlangen worden ze boos op God en menen daarbij in hun volste recht te staan.
Ik denk dat we ons moeten wapenen tegen de denkwijze van deze tijd. We moeten leren om het koningschap van Jezus serieus te nemen. Jezus is namelijk geen koning zoals in het Europa van deze eeuw. Hij is een échte Koning met échte macht en een koninkrijk waarin de burgers zich in liefdevolle toewijding Hem gehoorzaam zijn. Daarom vergelijkt Jezus zijn relatie met zijn volgelingen vaak met die tussen een meester en zijn slaven of dienstknechten. Lees maar eens de volgende woorden van Jezus:
"Wie van u zal tot zijn slaaf, die voor hem ploegt of het vee hoedt, als hij van het land thuiskomt, zeggen: Kom terstond hier aan tafel? Zal hij niet veeleer tot hem zeggen: Maak mijn maaltijd gereed, schort uw kleren op en bedien mij, tot ik klaar ben met eten en drinken, en daarna kunt gij eten en drinken? Zal hij de slaaf soms danken, omdat hij deed wat hem bevolen was? Zo moet ook gij, nadat gij alles gedaan hebt wat u bevolen is, zeggen: Wij zijn onnutte slaven; wij hebben slechts gedaan, wat wij moesten doen." (Lucas 17:7-10)
Jezus is onze Koning, die Zich ook als onze Knecht gedragen heeft. Hij heeft zelfs zijn leven voor ons gegeven en heeft ons ongekende beloften in het vooruitzicht gesteld voor heden en toekomst maar ... Hij is wel de Koning. Laten we ernst maken met de woorden van Jezus:
"Wat noemt gij Mij Here, Here, en doet niet wat ik zeg?" (Lucas 6:46)