H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof
start inhoud inleiding achtergrond trefwoorden levensvragen reageren cd-rom help

 

Ga naar het vorige studiedeel  Ga naar het begin van dit studiedeel  Ga naar het volgende studiedeel

9.

Afgestemd op God


Ga naar het vorige hoofdstuk  Ga naar het begin van dit hoofdstuk  Ga naar het volgende hoofdstuk

3.
Gods leiding

Ga naar de vorige pagina  Niet geactiveerd  Ga naar de volgende pagina

1.
Gods leiding voor het volk Israël 

 

Door de hele Bijbel heen zien we hoe God niet alleen zijn Woord heeft laten opschrijven als een richtsnoer voor het leven, maar ook specifieke aanwijzingen heeft gegeven aan mensen om keuzen te maken of opdrachten uit te voeren. Hij gaf Noach de opdracht om de ark te bouwen. God maakte Abram duidelijk dat hij op reis moest gaan naar Kanaän en Mozes om het volk Israël naar het beloofde land te brengen.

Wolk- en vuurkolom

De meest spectaculaire en meest concrete manier waarop God zijn volk Israël tijdens haar woestijnperiode heeft geleid is ongetwijfeld de wolk- en vuurkolom. Het was het bijna tastbare bewijs van Gods persoonlijke aanwezigheid, waarmee Hij het volk leidde. Overdag gaf God de richting aan met een wolk die zich bewoog in de richting van het reisdoel. Tegelijk was die wolk een bescherming tegen de brandende zon. 's Nachts was er de vuurkolom die voorop ging en tegelijk zorgde voor licht en misschien ook wel voor warmte. Je kunt het lezen in Exodus 13:21. We zien dat God het volk op deze manier leidde vanaf het moment dat het uit Egypte werd bevrijd. Dus niet pas nadat ze een flink eind met God op weg waren.

Ook nieuwtestamentische gelovigen wil God leiding geven, niet alleen aan "gevorderde" gelovigen, maar vanaf het eerste begin, soms zelfs al vóór de wedergeboorte. Veel kerkmensen staan er niet voor open, misschien omdat ze menen dat ze aan de Bijbel genoeg horen te hebben. Het kan ook zijn doordat ze nooit geleerd om op een persoonlijke manier met God om te gaan en naar zijn stem te luisteren. Ze voelen zich vertrouwder met een verstandelijk "geloof" en zijn huiverig voor al het bovennatuurlijke, misschien ook bang om fouten te maken. De Bijbel geeft echter een overvloed aan voorbeelden om te laten zien dat God zijn specifieke leiding wil geven.

Profeten

In het Oude Testament lezen we honderden malen dat God via profeten sprak. De belangrijkste profeet was Mozes, aan wie God al zijn wetten, inzettingen en verordeningen doorgaf. Ook kreeg Mozes als leider van het volk vaak zeer gedetailleerde instructies over de manier waarop hij met het volk moest omgaan. Vooral kunnen we lezen over koningen, die gevraagd of ongevraagd boodschappen van God ontvingen. Maar ook de "gewone mensen" konden profeten raadplegen, zoals de boerenzoon Saul deed, toen hij aan Samuël wilde vragen waar zijn ezelinnen uithingen (1Sam.9:6-10).

Efod

In de tijd van het Oude Testament konden mensen naar de priester gaan om Gods leiding te vragen bij bepaalde beslissingen. Dit kon gebeuren met behulp van de efod, ook wel orakeltas genoemd. Daarmee kon de hogepriester het borstschild op zijn lichaam dragen (Ex.28:15,30). Men veronderstelt dat er twee stenen in die orakeltas zaten. Deze konden gebruikt worden zoals wij wel eens een munt opgooien als we een keus uit twee mogelijkheden laten beslissen door het lot. Uit elk van beide stenen uit de efod kon een antwoord "urim" (=nee-antwoord) of "tummim" (=ja-antwoord) komen. Iemand kon dus een vraag aan God stellen, die met ja of nee beantwoord kon worden. Als de uitslag van de stenen tweemaal ja was, dan was er een "ja" antwoord van God, was het tweemaal nee, dan was het een "nee" antwoord. Eenmaal "ja" en eenmaal "nee" betekende dat God niet wilde antwoorden.

Toen David op de vlucht was voor koning Saul, vroeg hij zich af of hij Kehila moest bevrijden van de Filistijnen. Hij wilde weten wat God ervan vond en hij kreeg het antwoord via de priester. Alles wijst erop dat hier gebruik werd gemaakt van de Urim en Tummim stenen:

"... Toen vroeg David de Here: Zal ik heengaan en deze Filistijnen verslaan? De Here antwoordde David: Ga heen, versla de Filistijnen en bevrijd Kehila ... Toen vroeg David de Here opnieuw en de Here antwoordde hem: Trek op, ga naar Kehila, want ik zal de Filistijnen in uw macht geven ... Toen David vernam, dat Saul kwaad tegen hem in de zin had, beval hij de priester Abjatar: Breng de efod hier. En David zeide: "... Zal Saul komen? ... De Here antwoordde: Hij zal komen. Daarna vroeg David: Zullen de burgers van Kehila mij en mijn mannen aan Saul uitleveren? De Here zeide: zij zullen u uitleveren." (1 Samuël 23:1-12)

Zoals je ziet: allemaal "ja" en "nee" antwoorden, ook al worden die in de Bijbel met meer woorden omschreven. 

Gaf de efod een "ja" en een "nee" antwoord, dan betekende dat "geen antwoord van God" en dan moest de vraagsteller zich afvragen waarom God hem niet antwoordde. Meestal was er dan een bepaalde zonde die in de weg stond; die zou eerst beleden moeten worden voordat God weer zou gaan spreken. Een voorbeeld hiervan zien we bij koning Saul, die door ernstige ongehoorzaamheid van God was vervreemd. Toen hij God om leiding vroeg, kwam er geen antwoord:

"En Saul vroeg de Here, maar de Here antwoordde hem niet, noch door dromen, noch door de Urim, noch door de profeten." (1 Samuël 28:6)

Dromen en visoenen

God heeft in oudtestamentische tijden ook vaak gesproken door dromen. Uit het hiervoor aangehaalde gedeelte kunnen we opmaken dat dromen met betekenis een bekende manier was om leiding van God te ontvangen. Denk ook aan de dromen van Jozef, en de dromen van anderen die hij met Gods hulp kon uitleggen (Gen.37-41). Ook koning Nebukadnessar kon daarvan meepraten, zoals beschreven in het bijbelboek Daniël. Visoenen waren heel bekend, vooral bij profeten, denk bijvoorbeeld aan de visoenen die beschreven zijn in het bijbelboek Zacharia.

Bevestigende tekens

Bevestigende tekens houden op zich geen goddelijke boodschap in, maar bevestigen een eerder afgegeven boodschap. Een van de bekendste voorbeelden van deze vorm van goddelijke leiding waren de verschillende tekens die God aan Gideon gaf om hem ervan te overtuigen dat hij door Gods kracht Israël zou kunnen verlossen (Ri.6-7). Ook koning Hizkia kreeg een teken om hem ervan te overtuigen dat de boodschap van de profeet Jesaja van God kwam, namelijk dat hij van zijn ziekte zou herstellen en nog vijftien jaar zou leven (Jes.38:4-8).