H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof
start inhoud inleiding achtergrond trefwoorden levensvragen reageren cd-rom help

 

Ga naar het vorige studiedeel  Ga naar het begin van dit studiedeel  Ga naar het volgende studiedeel

10.

Omgang met God


Ga naar het vorige hoofdstuk  Ga naar het begin van dit hoofdstuk  Ga naar het volgende hoofdstuk

3.
Ontmoeting met God

Ga naar de vorige pagina  Niet geactiveerd  Ga naar de volgende pagina

2.
Schuldbelijdenis

Zonden belijden

Om gebedsomgang met God te kunnen hebben is het nodig dat je hart rein is.

"Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien" (Matteüs 5:8). 

Het tegenovergestelde is ook waar: onreinen van hart kunnen geen gebedsgemeenschap met God hebben. Het is belangrijk om je bewust te worden van eventuele zonden, die verhinderen dat de volle zegen van Gods aanwezigheid je kan bereiken. De Bijbel zegt er het volgende over:

"... maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort." (Jesaja 59:2)

Verstoorde relatie

In een goede huwelijks- of vriendschapsrelatie kan zelfs de geringste onenigheid zorgen voor een hinderlijke blokkade in de communicatie. Zulke blokkades moeten dan ook zo snel mogelijk worden weggewerkt. Zo niet, dan wordt de communicatie teruggebracht tot het zeggen van het hoogst nodige of zelfs tot een pijnlijk stilzwijgen. Beide partijen voelen dan voortdurend aan dat er iets mis is en dat een en ander moet worden uitgepraat voordat de lucht weer gezuiverd is. Als je net ruzie hebt gehad met je buurman, ga je hem niet doodleuk een uur later vragen of je even zijn auto mag lenen. Dan moet er toch eerst iets worden rechtgezet. Zo kun je ook geen echte gebedsomgang met God hebben tenzij je duidelijk en concreet belijdt waarin je God of de medemensen hebt tekortgedaan of schade hebt toegebracht. 

Belijden

Vertel God zo duidelijk en concreet mogelijk wat je fout gedaan hebt. Verschuil je niet achter clichézinnen, maar kom er gewoon mee voor de draad. Zoek geen uitvluchten, verschuil je niet achter verzachtende omstandigheden en probeer jezelf niet te rechtvaardigen. Zonde is zonde. Bid niet "Heer wilt U alle zonden vergeven die ik misschien heb gedaan". Zo werkt het niet. Nee, vertel eerlijk en onomwonden wat je verkeerd hebt gedaan, zo concreet mogelijk. Zeg bijvoorbeeld: "Heer, ik heb vandaag kwaadgesproken over Derk, mijn collega, terwijl het nergens voor nodig was. Wat was dat lelijk van me!" Je mag daarna zonder meer op vergeving rekenen. (Luc.15:21; 1Joh.1:9; Ps.32:5). Een door zondebesef en berouw verbroken hart wordt nooit door God veracht (Ps.51:19). 

Onbewuste zonden belijden?

Je hoort ook wel eens in gebeden het volgende uitspreken: "Heer vergeef ons de zonden, die we in onwetendheid hebben bedreven." Dat is natuurlijk flauwekul. De Bijbel geeft aan dat we zonden concreet moeten uitspreken. Het oorspronkelijke woord voor "belijden" in het Grieks betekent: naspreken, hetzelfde zeggen oftewel zeggen wat er gebeurd is. Dat kunnen we niet in praktijk brengen voor zonden waarvan we ons niet bewust zijn. Dus laten we asjeblieft geen vroom klinkende gebeden uitspreken die geen inhoud hebben. Als je vermoedt dat er nog onbewuste zonden in je hart zijn, vraag dan de Heilige Geest ernstig of Hij je ervan bewust wil maken. Wat daarbuiten valt staat niet tussen God en jou en van belijden kan eenvoudigweg geen sprake zijn.

Wil je alleen je geweten sussen?

Soms kunnen we zo nonchalant omgaan met het belijden van zonden: het kan zelfs een routine worden, waar we niet warm of koud van worden. Wat zit er achter je zondebelijdenis? Heb je écht een afkeer van jezelf door wat je gedaan hebt? Of wil je alleen maar toegeven dat je in zijn algemeenheid zondig bent? Wil je echt veranderen en een REIN geweten krijgen? Of wil je alleen maar je geweten laten SUSSEN en tegelijk de deur openhouden om door te gaan met dezelfde zonde?

Ter illustratie het volgende verhaal dat ik eens in de krant las. Jantje had het horloge van de pastoor gestolen, maar zijn geweten klaagde hem toch wel aan. Dus ging hij naar de pastoor om zijn zonde op te biechten.

Jantje: "Ik heb een horloge gestolen en mijn geweten zegt me dat ik zonde gedaan heb. Hier is het horloge, mag ik het aan u geven?"

Pastoor: "Nee Jantje, ik heb liever dat je het aan de eigenaar teruggeeft."

Jantje: "Ik heb het de eigenaar aangeboden, maar hij wil het niet terug hebben."

Pastoor: "Dan mag je het houden. Ga in vrede, mijn zoon!"

Jantje ging naar huis mét het horloge én met een schoon geweten. Of toch niet? Als ik eerlijk ben moet ik toegeven dat ik soms net zo slim ben als Jantje: ik wil weer vrede met God hebben maar stiekem toch de zonde vasthouden. Herken je dat? Het lijkt zo gemakkelijk om het met God op een akkoordje te gooien. Alleen het werkt niet, want God weet alles. Jantje had de volle waarheid moeten zeggen en onder geen voorwaarde het horloge weer mee naar huis mogen nemen. Als jij en ik onze zonden belijden, moeten we het echt doen, met berouw en met het voornemen om in te leveren en de zonde niet weer te doen, met Gods kracht...

Niet gemakkelijk

Echte schuldbelijdenis is niet gemakkelijk. Schuldbelijdenissen, die ons heel gemakkelijk over de lippen komen, gaan vaak niet zo diep. Wat wel moeite en strijd kost is om vast gewortelde zonden op tafel te leggen, zonden die we niet graag opgeven. Vooral als we terugdeinzen voor de consequenties van het afleggen van die zonden. Belijden van zonden houdt immers ook in dat je je ernstig voorneemt om je gedrag overeenkomstig te veranderen. Misschien moet je het wel goedmaken met iemand en dat kan gezichtsverlies betekenen. Misschien is het wel heel vernederend om daadwerkelijk te breken met je zonden. Het kan ook zijn dat je je wel schaamt voor je zonden, maar diep in je hart dezelfde zonde de volgende keer weer wilt doen. Wil je de prijs betalen om echt rein te worden voor God?