H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof
start inhoud inleiding achtergrond trefwoorden levensvragen reageren cd-rom help

 

Ga naar het vorige studiedeel  Ga naar het begin van dit studiedeel  Ga naar het volgende studiedeel

12.

Zegenende liefde


Ga naar het vorige hoofdstuk  Ga naar het begin van dit hoofdstuk  Ga naar het volgende hoofdstuk

4.
Offerbereidheid

Ga naar de vorige pagina  Niet geactiveerd  Ga naar de volgende pagina

1.
Oudtestamentische offerdiensten

De eerste offers

Het eerste offer op aarde werd gebracht door ... Adam. Het kostte hem letterlijk een rib uit zijn lijf, maar hij kreeg er een vrouw voor terug. God bracht hem onder een soort narcose, nam de rib uit zijn lichaam weg en gebruikte dat als materiaal om Eva's lichaam te creëren (Gen.2:21-22). Natuurlijk had God haar ook zonder Adams rib kunnen maken. Maar Adam moest leren dat leven voortkomt uit de dood en dat hij vooral als man moest leren dat verantwoordelijkheid voor het welzijn je vrouw iets mag kosten.

Het tweede offer op aarde is gebracht toen God enkele dieren moest doden om kleren te maken voor Adam en Eva, die zich na hun zondeval erg naakt voelden (Gen.3:21). God zal de betekenis van het dierenoffer wellicht aan Adam en Eva hebben uitgelegd. Waarschijnlijk waren ze geschokt toen ze voor het eerst zagen dat er een dier werd gedood. Later zien we dat Abel God een dierenoffer bracht (Gen.4:3-4) dat door God met blijdschap werd geaccepteerd. "Door het geloof" wist Abel dat er plaatsvervangend bloed nodig was om verzoening tussen mens en God te bewerkstelligen (Heb.11:4). Kaïn had niet die geloofsband met God en kwam met wat groente en fruit aanzetten. Zijn "offer" werd niet door God geaccepteerd, want hij hield geen rekening met Gods wensen. Het ging hem alleen maar om de vorm en om het gevoel toch iets gedaan te hebben. God laat zich niet afschepen als het om offers gaat. 

Eenmaal vroeg God aan Abraham of deze zijn zoon aan Hem wilde offeren: het grootste offer dat God ooit van een mens gevraagd heeft. Dat vroeg God niet om Abraham iets te ontnemen of om hem ongelukkig te maken. Integendeel! Daardoor zou zijn relatie met God tot ongekende hoogte stijgen en zou hij een eeuwigdurende hoge beloning in de hemelse sfeer ontvangen. Als God offers vraagt aan een mens, wil Hij er ALTIJD iets beters voor teruggeven. 

OT offerdienst

De meeste offers die we uit het Oude Testament kennen hebben te maken met verzoening tussen de mens en zijn God. Na de zonvloed bracht Noach een offer aan God (Gen.8:20-21). Job, waarschijnlijk een tijdgenoot van Noach, bracht offers om vergeving van zonden te bewerkstelligen (Job 1:5; 42:7-9), waardoor de relatie met God weer kon worden hersteld (verzoening). In het bijbelboek Genesis lezen we dat de aartsvaders steeds altaren bouwden en offers brachten als ze de naam van God aanriepen. Later heeft God aan Mozes een gedetailleerd offersysteem aangereikt, waardoor het volk Israël in staat gesteld werd de relatie met God goed te maken en goed te houden. In het bijbelboek Leviticus zijn de offerdiensten uitvoerig beschreven. Als je de beschrijvingen leest, valt direct op dat er zoveel details worden genoemd waaraan moet worden voldaan. Ik denk dat dit laat zien dat offers zuiver moeten zijn. Alleen het allerbeste is goed genoeg is voor God en offers moeten worden gebracht vanuit een gereinigd, toegewijd hart. Alle dierenoffers waren een voorafschaduwing van het offer van Christus, waardoor een voorschot kon worden ontvangen van de genade, die door het kruis beschikbaar zou komen. 

De globale betekenis van de vijf belangrijkste offers zien we in het volgende overzichtje:

 

soort offer beschreven in geestelijke betekenis
brandoffer  Leviticus 1 liefdevolle toewijding aan God, aanbiddingsoffer
spijsoffer  Leviticus 2 overgave van eigen leven aan God
vredeoffer  Leviticus 3 dankzegging
zondoffer  Leviticus 4-5 vergeving van zonden 
schuldoffer  Leviticus 5 boetedoening voor toegebrachte schade

 

Misschien valt het je op dat de betekenis van de bekendste oudtestamentische offers doen denken aan de aspecten van de gebedsomgang met God (zie "Ontmoeting met God" in studiedeel "Afgestemd op God"). Dat is niet zo verbazingwekkend, want de offerdienst had alles te maken met het handhaven van een goede relatie met God.

Vraag een willekeurige christen naar de betekenis van de oudtestamentische offers en je zult een antwoord krijgen dat te maken heeft met vergeving van zonde. Het "ellende, verlossing en dankbaarheid" schema zit er zo diep in dat de meeste gelovigen alle heilsfeiten benaderen vanuit de invalshoek van de zonde. Dat is een eenzijdigheid die nodig bijgesteld moet worden. De volgorde van Leviticus 1-5 laat iets zien van de prioriteiten, die God stelt: Het soort offer waar Hij het meest naar verlangt is de liefdevolle toewijding van iemands hart (brandoffer), vanuit een afhankelijke, onderworpen grondhouding (spijsoffer). Ook dankbaarheid voor ontvangen zegeningen is van belang, omdat God wil dat zijn volk zijn vrede kent (vredeoffer). Pas daarna komen de offers die te maken hebben met zonde en schuld (zondoffer, schuldoffer). Deze zijn ook belangrijk, maar worden NIET als eerste genoemd...

Geen vormendienst, maar een oprecht hart

Het ging God van meet af aan niet om de offers zelf of om iets van de mensen te krijgen. Als Schepper kon Hij immers alles maken wat Hij zou willen hebben. Het ging God om het hart, dat schuil ging achter de offers. Als iemands hart niet zuiver was bij het offeren, walgde God van de offers die zo iemand bracht (Jes.1:13-17; Jer.7:20-23; Am.5:21-27). Beter geen offer dan een schijnheilig offer. Uit de geschiedenis van Ananias en Saffira kunnen we leren dat een onheilig offer zelfs levensgevaarlijk is: deze gelovige mensen moesten hun onzuivere offerhouding met de dood bekopen. (Hand.5:1-11). Maar God kan intens genieten van een offer dat wordt gebracht vanuit een houding van verootmoediging en toewijding:

"Want Gij hebt geen behagen in slachtoffers, dat ik die brengen zou; aan brandoffers hebt Gij geen welgevallen. De offeranden Gods zijn een verbroken geest; een verbroken en verbrijzeld hart veracht Gij niet, o God." 
(Psalm 51:18-19)