H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof
start inhoud inleiding achtergrond trefwoorden levensvragen reageren cd-rom help

 

Ga naar het vorige studiedeel  Ga naar het begin van dit studiedeel  Ga naar het volgende studiedeel

12.

Zegenende liefde


Ga naar het vorige hoofdstuk  Ga naar het begin van dit hoofdstuk  Ga naar het volgende hoofdstuk

2.
Zegenen en vervloeken

Ga naar de vorige pagina  Niet geactiveerd  Ga naar de volgende pagina

2.
Vervloeken

 

Vervloeken is het tegenovergestelde van zegenen. Als iemand gezegend wordt, vindt er een bepaalde toenadering van Gods kant plaats om iets goeds voor die persoon te doen. Door vervloekingen trekt God Zich terug van de vervloekte persoon, zodat de machten van satan hun negatieve invloed kunnen laten gelden. 

Vervloekingen van Gods kant

In de Bijbel zien we dat terecht uitgesproken vervloekingen altijd te maken hebben met zondig gedrag en het verbreken van Gods verbond. De uitwerking van zulke vervloekingen is volkomen gepast binnen Gods rechtvaardige beleid. Na de zondeval sprak God een vloek uit over de aarde, zodat de natuur in negatieve zin veranderde:

"...is de aardbodem om uwentwil vervloekt ... doornen en distels zal hij u voortbrengen ... in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren." (Gen.3:17-19)

Nadat Kaïn zijn broer Abel vermoord had sprak God een vloek over hem uit, zodat hij voor de rest van zijn leven een vluchteling zou zijn (Gen.4:11-12). Kaïn besefte heel goed dat hij door die vervloeking uiterst kwetsbaar was geworden nu God zijn hand van hem afgetrokken had en vreesde voor zijn leven (Gen.4:14). God trof vervolgens een voorziening dat hij voor dat laatste niet hoefde te vrezen (Gen.4:15). Kaïn had de vervloeking geheel aan zichzelf te wijten, omdat hij zijn hart niet op God gericht had. Dat komt ook tot uitdrukking in de volgende woorden:

"Toen ging Kaïn weg van het aangezicht des Heren." (Genesis 4:16)

Dat is uiteindelijk de ergste vloek: van God verwijderd zijn.

Vervloeken in het Oude Testament

Hoewel vervloekingen hun oorsprong vinden in de geestelijke wereld, kunnen ze ook door mensen worden uitgesproken. Laten we eens kijken naar enkele voorbeelden uit het Oude Testament, waarbij individuele personen vervloekingen uitspreken over anderen: 

Noach deed uitspraken over zijn zonen, mede naar aanleiding van hun gedrag. Hij vervloekte het nageslacht van Cham en zegende dat van Sem en Jafet (Gen.9:26-27). De gevolgen van zijn uitspraken zijn tot vandaag terug te vinden in de levenssituaties van de volken met een blanke en donkere huidskleur.

Na de verovering van Jericho sprak Jozua een vervloeking uit over degenen die het in hun hoofd zouden halen om de stad te herbouwen (Joz.6:26). Later, onder de regering van koning Achab kwam deze vervloeking daadwerkelijk uit, geheel zoals Jozua had uitgesproken (1Kon.16:34).

In de Psalmen komen we veel teksten tegen waarin vervloekingen of gebeden om vervloekingen worden uitgesproken tegenover Israëls vijanden (dus ook Gods vijanden). Daarin wordt soms heel krasse taal gesproken, bijvoorbeeld:

"Verdelg mijn vijanden naar uw goedertierenheid, en richt te gronde allen die mij benauwen, want ik ben uw knecht." (Psalm 143:12)

"Gelukkig hij, die uw kinderen zal grijpen en tegen de rots verpletteren." (Psalm 137:9)

Bezweringen

Door de eeuwen heen hebben goddeloze volken magie bedreven door vervloekingen uit te spreken om daarmee via de machten van de duisternis overwicht te krijgen over hun vijanden. Dit noemen we meestal bezweringen. Denk maar aan de bezweerder Bileam, die door de heidense koning van Moab werd gevraagd om het volk Israël te vervloeken (Num.22-24). Hij moest leren dat bezweringen uitgesproken tegenover een door God gezegend volk niets uit zouden halen, eenvoudigweg omdat God machtiger is dan alle demonische machten. Gods zegen is krachtiger dan welke vervloeking ook. Zelfs werd Bileam tijdelijk een instrument in Gods hand om zijn volk te zegenen: wat een goddelijke humor!

Koning Saul heeft het eens gepresteerd om een onzinnige vervloeking uit te spreken en wel op het meest ongelukkige moment. De Filistijnen hadden de overhand en zijn zwakke groepje soldaten deden het in hun broek van angst. Saul zei: 

"Vervloekt is de man die spijs eet vóór de avond en voordat ik mij op mijn vijanden gewroken heb." (1 Samuël 14:14) 

Deze vervloeking was duidelijk niet door God geïnspireerd. Het was een ordinaire bezwering die voortkwam uit bijgeloof, om daarmee druk uit te oefenen op de geestelijke wereld, namelijk om hem bij te staan in de strijd. God laat zich niet voor zulke karretjes spannen! Het effect was niet dat God zich liet overhalen om Saul te helpen, maar dat God Zich van hem terugtrok. Toen Saul God namelijk om advies vroeg over de strijd, bleek dat God niet wilde antwoorden. De oorzaak was dat zijn zoon Jonatan iets had gegeten en dat daardoor de vloek in werking werd gesteld, hoewel hij niet wist van die vervloeking. Het scheelde niet veel of het had Jonatan het leven gekost (1Sam.14:36-46). Bovendien, door het geknoei van Saul kon er maar een zeer beperkte overwinning op de Filistijnen worden behaald.

Jezus als vervloekte

Jezus is aan het kruis gestorven als de vervloekte. God trok Zich letterlijk van Hem terug en Jezus besefte dat maar al te goed. De satansmachten hadden toen vrij spel en dat werd zichtbaar onderstreept door een griezelige, drie uur durende duisternis over het land. Vandaar ook Jezus' wanhoopskreet: "Mijn God, waarom hebt U mij verlaten?" 

In de Wet van Mozes stond het al: "een gehangene is door God vervloekt." (Deut.21:23). Dus ook al door de manier van sterven zien we waartoe Jezus stierf: om de vloek van de mensheid te dragen, zodat God de mensheid kon bevrijden van de vloek van de eeuwige dood en een aanbod van gezegend, eeuwig leven aan te bieden.

Vervloeken in het Nieuwe Testament

In het Nieuwe Testament lezen we dat Jezus een vijgenboom vervloekte omdat die geen vruchten voortbracht, met als gevolg dat die later verdorde (Mat.21:19-22). Het was een onderdeel van het onderwijs aan de discipelen over het in geloof vervloeken vanuit een hemelse volmacht. Paulus bracht dit in toepassing toen hij aan de gemeente van Korinte een advies gaf over het omgaan met een man die op zeer grove wijze had gezondigd:

"...... leveren wij die man aan de satan over tot verderf van zijn vlees, opdat zijn geest behouden worde in de dag des Heren" (1 Korintiërs 5:5)

Dit is dus een vervloeking, waarbij de persoon het moeilijk zou krijgen "naar het vlees". Het gevolg zou bijvoorbeeld ziekte of een of ander onheil kunnen zijn, waardoor hij mogelijk tot inkeer zou komen. Datzelfde principe zien we in de gelijkenis van de verloren zoon. De vader liet zijn zoon zijn gang gaan en wist dat hij tegen de lamp zou lopen. Dat was de enige manier waarop zijn zoon via de vloek (=buiten de invloed van vader)  in gezegende omstandigheden zou kunnen komen (Luc.15:11-18).

Voor zover we weten heeft Jezus geen vervloekingen uitgesproken over mensen, zelfs niet bij zijn kruisiging. Ook de opdracht aan ons als nieuwtestamentische gelovigen is: zegen mensen, en vervloek hen niet, zelf je vijanden niet (Luc.6:28; Rom.12:14; 1Kor.4:12). Onze echte vijanden zijn namelijk niet de goddeloze mensen, en zelfs niet de christenvervolgers, maar de machten van satan, dát zijn onze vijanden. We mogen bidden tégen de bolwerken van satan en daarmee strijd leveren tegen het rijk van de duisternis. Dat zou je kunnen zien als een nieuwtestamentische manier van vervloeken, die ook voortbouwt op het gebed "verlos ons van de boze" (Mat.6:13) dat Jezus ons heeft geleerd. De Heidelbergse Catechismus heeft deze woorden als volgt uitgelegd: "verstoor de werken des duivels" oftewel: vernietig zijn werk. Daar gaat het om.

"Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou" (1 Johannes 3:8)

Invloed van vloek

Het principe van de vloek gaat verder dan we soms denken. Negatieve uitingen, zoals die van haat, bitterheid, ongeloof, kwaadsprekerij, afwijzing, hebben een negatieve, vervloekende uitwerking op andere mensen via de geestelijke wereld. Daarom zijn zulke zonden buitengewoon schadelijk en moeten we die koste wat kost nalaten!