|
H E R S C H E P P I N G
- VERSIE 1.1 bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof |
||||||||
| start | inhoud | inleiding | achtergrond | trefwoorden | levensvragen | reageren | cd-rom | help |
|
|||
13. |
Rust en vernieuwing |
||
4. |
Eeuwige bestemming |
2. |
Wie ontvangen zeker het eeuwige leven? |
Veel verwarring over onze eindbestemming wordt veroorzaakt door onbijbelse opvattingen over eeuwig behoud en veel van die verwarring komt ook door een verkeerd begrijpen van het woord behoud, dat in de Bijbel verschillende betekenissen heeft:
Deze zelfde driedeling zijn we tegengekomen in het vorige hoofdstuk "Innerlijke rust" en ook in "Behoud" in studiedeel "Nieuw leven" voor meer details hierover. Hierna gaan we verder in op het behoud na ons aardse leven.
We hebben het nu over "eeuwig behoud". De Bijbel leert ons hoe we volkomen zekerheid kunnen hebben om het eeuwig behoud te zullen ontvangen. Daarvoor zijn drie voorwaarden:
Gelovigen die aan alle drie genoemde voorwaarden voldoen kunnen op grond van de Bijbel zeker weten dat ze eeuwig leven ontvangen als ze komen te sterven. Voor alle anderen is er naar mijn mening geen zekerheid, ongeacht wat ze zelf over dit onderwerp denken. Onbekeerde kerkmensen, die scheppingsdag 1 niet hebben meegemaakt, voldoen niet aan de eerste voorwaarde en kunnen naar mijn mening dus ook geen zekerheid hebben over hun eeuwig behoud. Datzelfde geldt voor mensen die wel wedergeboren zijn, maar in scheppingsdag 2 zijn blijven hangen, zonder tot overwinning en geestelijk vrucht dragen te komen.
Aan de andere kant kunnen we het verhaal over de voorwaarden niet zomaar omdraaien door te zeggen: wie niet aan ALLE drie van de genoemde voorwaarden voldoet gaat zeker voor eeuwig verloren. Daar komen we later op terug.
Om een schooldiploma te krijgen, is het nodig dat je een goede eindlijst hebt. Alle vorige rapportcijfers zijn dan niet belangrijk meer. Zo is het ook met het christenleven. Zorg ervoor dat je goed eindigt. Eind goed, al goed (Ez.33:12-16).
Nadat iemand bij zijn wedergeboorte nieuw leven van God heeft ontvangen, kan niemand die persoon uit Gods hand roven (Joh.10:28) oftewel satan kan zo iemand niet naar zijn duistere koninkrijk trekken. Iemand kan echter wel zelf kiezen uit Gods hand weg te lopen. Een mens heeft nu eenmaal een vrije wil en God dwingt geen mens tot bepaalde keuzen. Jezus zegt hierover:
"Wie in Mij niet blijft, is buiten geworpen als de rank en is verdord, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur en zij worden verbrand." (Johannes 15:6)
Ik denk dat deze woorden voor zich spreken. In verbondenheid met Jezus blijven leven is een keus, maar je kunt ook kiezen om van Hem weg te gaan! De Bijbel zegt zelfs dat iemand, die een levend geloof heeft gehad in verbondenheid met de Heilige Geest, toch kan terugvallen als hij dat wil. Het is voor zo iemand onmogelijk om weer tot bekering te komen, zoals blijkt uit het volgende bijbelgedeelte:
"Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht zijn geweest, van de hemelse gave genoten hebben en deel gekregen hebben aan de Heilige Geest, en het goede woord Gods en de krachten der toekomende eeuw gesmaakt hebben, en daarna afgevallen zijn, weder opnieuw tot bekering te brengen..." (Hebreeën 6:4-6)
Dit is een heel ernstige zaak, maar laten we het niet erger maken dan het is. Iemand die tijdelijk is afgedwaald en weer terug wil naar God, is nooit in dat uiterste stadium terechtgekomen. Voor zo iemand is er vergeving en God geeft die van harte. De gelijkenis van de verloren zoon laat zien dat er altijd een weg terug is voor wie daar naar verlangt. Iemand die echt definitief bij God vandaan gaat, krijgt zo’n verlangen niet. Bij zo iemand is het echt voorbij en zijn hart is volkomen verhard.
Gelovigen die dagelijks met God leven, hoeven zich geen zorgen te maken over hun eeuwig behoud. Het leven met God is goed te vergelijken met een huwelijk. Als er in een huwelijk oprechte liefde en trouw is, is er geen reden om bang te zijn voor een echtscheiding. Zo hoeft een christen, die van harte aan de Heer is toegewijd, niet bang te zijn om zijn eeuwige behoud te verliezen.