|
H E R S C H E P P I N G
- VERSIE 1.1 bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof |
||||||||
| start | inhoud | inleiding | achtergrond | trefwoorden | levensvragen | reageren | cd-rom | help |
|
|||
13. |
Rust en vernieuwing |
||
4. |
Eeuwige bestemming |
1. |
Scheiding na het sterven |
Als we het in deze bijbelstudie over eeuwig leven hebben, wordt daarmee bedoeld het leven na ons huidige leven op aarde. Zolang Jezus nog niet is teruggekeerd op aarde mogen gelovigen er op rekenen dat ze na hun sterven naar de hemel gaan, waar ze tijdelijk zullen verblijven in afwachting van de opstanding van hun lichaam.
Mensen die Jezus hebben afgewezen moeten er op rekenen dat ze na hun sterven naar de hel gaan, waar ze tijdelijk zullen verblijven in afwachting van de opstanding en de laatste scheiding.
Over de vraag wie er eeuwig leven zullen ontvangen bestaat grote onduidelijkheid. Veel mensen, die trouw naar de kerk gaan hebben twijfels over hun eigen eeuwig heil. Toch lijkt het bij een begrafenisdienst vanzelfsprekend dat het overleden kerklid naar de hemel is gegaan. Wie zou het tegendeel durven beweren? Dat kun je de rouwenden toch niet aandoen? Gaan we dan toch allemaal naar de hemel en wordt ons wat twijfel aangepraat als stok achter de deur om toch maar goed ons best te doen? Op welke gronden kunnen we aannemen dat iemand naar de hemel gaat? Hoe weet je zeker dat je op weg bent naar de hemel en dat je jezelf niet misleidt door wat men vroeger een "ingebeelde hemel" noemde?
In alle kerken en kringen zijn er mensen die zich koesteren met geruststellende gedachten over hun eeuwig heil. Sommige mensen denken al recht te hebben op eeuwig leven als ze een vrome grootmoeder hebben die voor hen bidt. In traditionele kerken zijn er hele volksstammen die beweren dat je gegarandeerd naar de hemel gaat wanneer je als kind gedoopt bent. Sommigen geloven dat dit ook nog geldt als je daarna een slecht leven leidt. In evangelische kringen komen we andere volksstammen tegen die er een soortgelijke misvatting op na houden. Zij beweren dat, als je eenmaal wedergeboren bent, de toegang tot het eeuwige leven je niet meer kan ontgaan. "Eens een kind van God, altijd een kind van God" zeggen ze dan. Dat mag misschien aannemelijk klinken, maar dat wordt beslist niet door de Bijbel bevestigd.
Dan zijn er andere kringen, waar de hemelpoort bijna wordt dichtgespijkerd door hun opvattingen dat mensen maar ternauwernood gered kunnen worden. Ik heb eens een begrafenis meegemaakt, waarbij de predikant het presteerde om niet één woord van hoop en troost uit te spreken. Dat deed hij niet tijdens zijn lange preek en evenmin bij het graf. Vreselijk! Dat is dan weer het andere uiterste.
De Bijbel maakt duidelijk dat na iemands sterven wordt bepaald of iemand naar de hemel of de hel gaat:
"En zoals het de mensen beschikt is, éénmaal te sterven en daarna het oordeel..." (Hebreeën 9:27)
Het Griekse woord "krisis", dat in onze bijbelvertalingen vaak is vertaald met "oordeel" betekent letterlijk scheiding of aankomen bij een wegsplitsing, waar je twee kanten op kunt gaan. Ook het Nederlandse woord "crisis" is daar natuurlijk aan verwant; het betekent een moeilijke omstandigheid die kan leiden tot een goede of slechte afloop. De nadruk van het bijbelse begrip "oordeel" ligt niet op de wijze waarop een scheiding plaats zal vinden, maar op de scheiding zelf. Daarom moet je bij het woord "oordeel" niet meteen denken aan een soort tribunaal of rechtszitting, zoals we kunnen concluderen uit de volgende woorden van Jezus:
"De mannen van Nineve zullen in het oordeel opstaan met dit geslacht en het veroordelen; want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona en zie, meer dan Jona is hier." (Matteüs 12:41)
Nergens in de Bijbel kun je vinden dat een heidens volk een actieve functie zal hebben bij het vaststellen van iemands eeuwige bestemming. Wat Jezus naar mijn mening heeft bedoeld, is dat de mensen van Nineve zich door hun gedragsverandering positief hebben onderscheiden van een deel van de Joden. Daarom gingen zij voor de eeuwigheid een betere bestemming tegemoet dan Joden die Jezus bewust hebben afgewezen.
De scheiding vindt plaats op grond van de beoordeling van ieders daden, zoals overduidelijk in vele bijbelgedeelten is te lezen:
"Want God zal elke DAAD doen komen in het gericht over al het verborgene, hetzij goed, hetzij kwaad." (Prediker 12:14)
"Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God. Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun WERKEN waren boos. Want een ieder, die kwaad bedrijft, haat het licht, en gaat niet tot het licht, opdat zijn WERKEN niet aan de dag komen; maar wie de waarheid doet, gaat tot het licht, opdat van zijn WERKEN blijke, dat zij in God verricht zijn." (Johannes 3:18-21)
Op aarde worden door mensen keuzen gemaakt, die beslissend zijn voor de plaats waar ze na hun aardse leven zullen thuis horen in de geestelijke wereld. Die keuzen hebben betrekking op het al of niet aannemen en volgen van Jezus tijdens het leven op aarde. Die keuzen zullen in het hiernamaals eenvoudigweg bevestigd worden: de goeden gaan het licht tegemoet en de slechten de duisternis.
Wel mogen we er van uitgaan dat het oordeel of de scheiding op rechtvaardige wijze zal plaatsvinden. Bij de beoordeling of iemand het eeuwige leven of de eeuwige dood tegemoet gaat, vind ik onder meer de volgende uitgangspunten in de Bijbel: