|
H E R S C H E P P I N G
- VERSIE 1.1 bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof |
||||||||
| start | inhoud | inleiding | achtergrond | trefwoorden | levensvragen | reageren | cd-rom | help |
|
|||
13. |
Rust en vernieuwing |
||
7. |
Hel |
3. |
Leven in de hel |
Helbewoners hebben geen leven! De hel is in vrijwel alle opzichten het tegenbeeld van de hemel, maar precies even werkelijk als de hemel. Zoals de hemel het toppunt is van geluk, zo is de hel de plaats van volmaakte verschrikking. Evenals het beste op aarde nog maar een glimp van de hemel is, zo is het slechtste op aarde nog maar een glimp van de hel...
Jezus zei over de hel:
"Daar zal geween zijn en tandengeknars..." (Lucas 13:28)
De hel is de plaats van eeuwige wroeging over het feit dat men zijn eeuwige geluk heeft verspeeld door een zondig leven op aarde. Geen enkele helbewoner zal God kunnen aanklagen vanwege onrechtvaardigheid: ze zijn zich daar volkomen bewust van hun zonden en weten dat ze geen recht op vergeving of genade hebben. In de hel blijft de zondige menselijk natuur bestaan, met al zijn verlangens en begeerten, maar geen van die verlangens wordt er bevredigd. Wat moet dat een hel zijn!
Hoe moeten we ons de hel voorstellen? De meest gangbare voorstelling van de hel lijkt nog altijd op de schilderijen van Jeroen Bosch en Pieter Brueghel: een reusachtige barbecue, met veroordeelde mensen die worden geroosterd, terwijl duivels met grote vleesvorken in hun billen prikken. De ongelovigen branden voor eeuwig, kauwen op hun tongen van pijn en worden op de meest onmenselijke manieren gekweld door demonische kwelgeesten.
In de schilderijen van Jeroen Bosch zie je vaak een uitgebreid zicht op de hel, en in de verte een veel kleinere hemel. Wat zouden de schilders daarmee hebben willen zeggen?
De hel wordt in de Bijbel een plaats genoemd van voelbaar, onuitblusbaar vuur:
"En toen hij in het dodenrijk zijn ogen opsloeg onder de pijnigingen ... En hij riep en zeide: ... ik lijd pijn in deze vlam." (Lucas 16:23-24)
"...in het onuitblusbare vuur, waar hun worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust" (Marcus 9:43-44)
De hel is als een voelbaar vuur, maar wellicht is het een soort vuur, dat je innerlijk verteert. Vergeet niet dat de hel een oord is in de geestelijke wereld, waar alles met het innerlijk van de mens, met zijn geest te maken heeft. Jezus gebruikt de beeldspraak, om aan te duiden dat er een soort verteringsproces is, dat niet ophoudt. Liefde is een geestelijk vuur, bedoeld om er anderen mee te verwarmen. Als je datzelfde vuur op jezelf richt in zelfzucht, dan verteert het je. Dat is wat er in eerste instantie in de hel gebeurt: zelfvernietiging, terwijl je je zelf niet kúnt vernietigen omdat je eeuwig voortleeft. Op aarde kunnen we het nog zo moeilijk hebben, er is bijna altijd iets te bedenken dat zou kunnen gebeuren waardoor de narigheid vermindert. In de hel is er geen enkele hoop op verbetering: wie daar binnen komt, laat alle hoop varen. Al met al moet het er onuitsprekelijk verschrikkelijk zijn, iets wat je je ergste vijand niet zou willen toewensen.
Wie gedurende zijn leven op aarde ervoor kiest om niets met Jezus te maken te hebben, zal na het aardse leven vanzelf op de plaats van zijn keuze uitkomen. Op aarde wordt niemand gedwongen om met Hem te leven, in de wereld hierna ook niet. Toch moet ik er niet aan denken: eeuwig jezelf voor je kop slaan en je afvragen hoe je ooit zo stom bent geweest om voor jezelf te leven in plaats van God en je medemens te dienen. Je bent pas een echt rund als je met de eeuwigheid stunt!
In de hel mag iedereen zo egoïstisch zijn als hij zelf wil. Je kunt het ook andersom zeggen: omdat iedereen daar alleen aan zichzelf denkt is het er een hel. Iedereen is daar hopeloos en hulpeloos alleen. De hel is de uiterste consequentie van de zucht naar een leven in onafhankelijkheid van de levensbron. Dat is de eeuwige dood. De hel is de leegte die ontstaat als alle goedheid is teruggetrokken.
God dwingt een ongelovige niet om de eeuwigheid met Hem door te brengen. Vreemd genoeg is het bestaan van de hel uiteindelijk ook nog een stukje genade voor verlorenen. Het zou ondraaglijk zijn voor iemand die op aarde zonder God geleefd heeft, om in de geestelijke wereld in het licht van de hemel te komen. Want je geestelijke lichaam laat alles zien wat je in je leven hebt uitgespookt. In zo'n geval is het draaglijker om de duisternis te zoeken, want die geeft een zekere bedekking en bescherming. We laten nog eenmaal Soendar Singh aan het woord:
"Hoe verschillend van de heiligen zijn de zielen van hen die een slecht leven geleid hebben. Niet op hun gemak in de nabijheid van de "kinderen van het licht" en gekweld door het zich overal openbarende licht van de heerlijkheid, trachten zij zich zelf in plaatsen te verbergen, waar hun onreine en zondige naturen niet zichtbaar zijn. Van het laagste en donkerste gedeelte van het geestenrijk stijgt een stinkende zwarte rook op en in hun poging om zich voor dat licht te verbergen, ijlen deze "kinderen van de duisternis" omlaag en werpen er zich hals over kop in. Daar vandaan worden hun bittere kreten van wroeging en angst voortdurend gehoord. Maar de hemel is zo ingericht, dat de rook niet gezien en de kreten niet gehoord worden door de hemelse geesten, tenzij één onder hen om bijzondere redenen de vreselijke toestand van de zielen in de duisternis wil zien."
Jezus heeft gezegd dat er een kloof is tussen hemel en hel, zodat alleen een beperkte mate van wederzijdse waarnemingen en communicatie mogelijk is. Maar hemelbewoners kunnen niets goeds voor de helbewoners doen, en helbewoners kunnen de hemelbewoners geen kwaad doen. In het verhaal van de rijke man en de arme Lazarus zegt Abraham vanuit de hemel tegen de rijke man in de hel, die om hulp vraagt:
"... er is tussen u en ons een onoverkomelijke kloof, opdat zij, die vanhier tot u zouden willen gaan, dit niet zouden kunnen, en zij vandaar niet aan onze kant zouden kunnen komen." (Lucas 16:26)
Hemel en hel lopen dus niet in elkaar over en er is geen "neutraal gebied".