H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof
start inhoud inleiding achtergrond trefwoorden levensvragen reageren cd-rom help

 

Ga naar het vorige studiedeel  Ga naar het begin van dit studiedeel  Ga naar het volgende studiedeel

13.

Rust en vernieuwing


Ga naar het vorige hoofdstuk  Ga naar het begin van dit hoofdstuk  Ga naar het volgende hoofdstuk

6.
Hemel

Ga naar de vorige pagina  Niet geactiveerd  Ga naar de volgende pagina

4.
Wie ben je in de hemel?

Voortzetting van het aardse leven

Het leven in de hemel zal een natuurlijke voortzetting zijn van het leven op aarde. Je oogst wat je zaait. Paulus legt dit als volgt uit:

"...wat gij zelf zaait, wordt niet levend, of het moet gestorven zijn, en als gij zaait, zaait gij niet het toekomstige lichaam, maar slechts een korrel, bijvoorbeeld van koren, of van iets anders... Er wordt gezaaid in vergankelijkheid, en opgewekt in onvergankelijkheid; er wordt gezaaid in oneer, en opgewekt in heerlijkheid; er wordt gezaaid in zwakheid, en opgewekt in kracht." (1 Korintiërs 15:36-37,42-43)

Je aardse leven is in figuurlijke zin een zaadje. Dat aardse zaadje moet eerst sterven om vervolgens de uiteindelijke (geestelijke) plant voort te brengen. Je persoonlijkheid wordt in het hiernamaals niet vervangen, maar juist verder ontplooid. Hoe meer je tijdens je leven op aarde gegroeid bent tot geestelijke volwassenheid, hoe krachtiger je start in het hiernamaals. Je gaat dan verder met wat God op aarde in je leven heeft opgebouwd. Henk Binnendijk heeft het vaak zo gezegd: 

"In de hemel zullen we zijn wat God op aarde van ons heeft kunnen maken."

Ander lichaam

Na het sterven van het lichaam zullen we een geestelijk lichaam krijgen, waarmee we optimaal in de geestelijke wereld kunnen vertoeven (1Kor.15:44). Ik geloof niet dat we daar als zwevende, onpersoonlijke wolkjes zullen leven. Ons nieuwe, geestelijke lichaam zal een waardig omhulsel van onze persoonlijkheid zijn, vol van vitaliteit en levenskracht. 

Het is voor ons aardbewoners moeilijk om ons daar een goede voorstelling van te maken. Het zal, veel meer dan hier op aarde, een manifestatie zijn van ons innerlijk. Op aarde kom je beeldschone mensen tegen met een trots, hard karakter. Daarnaast ook mensen, die beslist moeders mooiste niet zijn, maar die een hart van goud hebben. In het hiernamaals worden de bordjes verhangen. Wat op aarde je innerlijk is, zal in de geestelijke wereld je uiterlijk zijn, zodat anderen kunnen zien wie je innerlijk bent en wat je in je leven op aarde hebt gedaan en meegemaakt. 

Kleding

In de hemel zullen we geen kleding nodig hebben ons (geestelijke) lichaam te bedekken. Op aarde was dat wel nodig, dat wil zeggen: vanaf de zondeval, toen de mens ineens zo veel te bedekken had en de schaamte leerde kennen. Lopen we in de hemel dan in ons blootje rond, omdat er dan geen behoefte meer zal zijn aan bedekking? Johannes zag het anders: hij zag in de hemel mensen rondlopen in witte kleding:

"... en haar (de "Bruid" van Christus, Gods volk in heerlijkheid) is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen." (Openbaring 19:8)

De witte kleur duidt op innerlijke reinheid en is waarschijnlijk vooral een geestelijke kleur. Als volkomen gerechtvaardigde mensen zullen we met de reinheid van Christus bekleed zijn. Omdat alle gelovigen op aarde verschillend geleefd hebben, zal hun kleding ook allemaal verschillend zijn. Het zal een weerspiegeling zijn van wat God op aarde in en door hen heen heeft kunnen doen. Hemelse kleding dient dus niet om het lichaam te bedekken, maar eerder om het innerlijk te openbaren! Ik geloof dat de hemelse kleding enerzijds wit zal zijn en tegelijk veelkleurig om daarmee geestelijke en morele waarden uit te beelden. 

Identiteit

Er is geen twijfel mogelijk: je zult in de hemel je eigen identiteit behouden. Als je in de hemel plotseling iemand anders zou worden, zou je immers ophouden te bestaan. Jezus had het over woningen (meervoud!) in het Vaderhuis (Joh.14:2) en dus niet over één grote commune, waarin er wel een gemeenschappelijk leven is, maar geen individueel bestaan. Er zal geen individualisme zijn, maar ieder zal wel zijn eigen identiteit behouden. Ook het feit dat Jezus ieder een eigen naam geeft (Op.2:17) ondersteunt die gedachte. Ik denk dat onze toekomstige woning bovenal een beeld is van de eigen plaats die iedere individuele gelovige in de hemel zal gaan innemen. 

Toch denk ik dat er voor iedereen een woonplek zal zijn in de hemel, waar we desgewenst ook even alleen kunnen zijn. Deze woonplekken zijn met zorg door Jezus klaargemaakt, wellicht met materialen, die we op aarde hebben verzameld. Zoals ons geestelijke leven zich op aarde heeft ontwikkeld, zo zal wellicht onze toekomstige woning er uit zien. Zoals elk kind in het gezin een bepaalde plaats heeft, zo zullen we later een plaats innemen in de gemeenschap van de hemel die geheel bij ons past. 

Mannen en vrouwen

In Matteüs 22:30 lezen we dat we in de hemel "als de engelen" zullen zijn, en dat het aardse huwelijk niet meer als zodanig zal functioneren. Betekent dat dan dat we daar als geslachtsloze wezens zullen rondlopen? Ik geloof het niet. Het mannelijke of vrouwelijke in ons is een belangrijk aspect van de unieke manier waarop God ons heeft ontworpen. Het is een essentieel deel van onze persoonlijkheid en er is geen enkele reden om aan te nemen dat God zo iets belangrijks zal vernietigen. Ik geloof dat in de hemel mannen volledig man zullen zijn en vrouwen volledig vrouw, zoals God het bedoeld heeft, ook al zal er niet meer zoiets zijn als een aards huwelijk.

In "Mens geschapen als man en vrouw" in studiedeel "Schepping" hebben we gezien hoe mannen door God zijn geschapen om vooral zijn heiligheid uit te beelden: Gods soevereiniteit en wijsheid. Vrouwen zijn daarentegen geschapen om vooral Gods liefde te tonen: Gods vriendelijkheid en zorgzaamheid. Mannen en vrouwen hebben zo elk een extra accent in hun persoonlijkheid, dat hun mannelijkheid of vrouwelijkheid laat zien. Wat ligt meer voor de hand dan er vanuit te gaan dat deze geschapen verschillen in de hemel worden vervolmaakt? 

Worden we engelen?

Na het sterven worden gelovigen geen engelen, ook al zal hun leven in de hemel veel op dat van de engelen lijken. Gestorven gelovigen wachten in de hemel op de opstanding van hun lichaam en dat geldt niet voor engelen, die door God zijn geschapen als dienende geesten (Heb.1:14). Mensen zijn tot een veel hogere graad van glorie geschapen dan engelen. Bijbelleraar Sidney Wilson noemde het daarom gekscherend een "belediging" als iemand ooit tegen hem zei: "Je bent een engel."