H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof
start inhoud inleiding achtergrond trefwoorden levensvragen reageren cd-rom help

 

Ga naar het vorige studiedeel  Ga naar het begin van dit studiedeel  Ga naar het volgende studiedeel

13.

Rust en vernieuwing


Ga naar het vorige hoofdstuk  Ga naar het begin van dit hoofdstuk  Ga naar het volgende hoofdstuk

5.
Hiernamaals

Ga naar de vorige pagina  Niet geactiveerd  Ga naar de volgende pagina

3.
Tussenwereld als voorportaal naar de eeuwigheid

Hemel en hel

Het Nieuwe Testament spreekt op vele plaatsen over het feit dat mensen na hun dood blijven voortleven in de geestelijke wereld. Daarin zijn twee gebieden aan te wijzen, die we hemel en hel noemen. De hemel is het gedeelte waar God en zijn engelen wonen. De hel is het gedeelte waar satan en zijn demonen vertoeven. God zelf troont in "de hoogste hemelen" en satan heeft zijn troon in de "diepste duisternis". Bij de begrippen hoog en laag hoeven we niet in de eerste plaats denken aan plaatsaanduidingen, maar aan morele begrippen: hoe hoger, des te heiliger, eervoller en zuiverder. Hoe dieper, des te meer moreel gezonken. In de hemel is het licht en in de hel is het donker. De hemel is de plaats van heiligheid, harmonie, reinheid en vreugde. De hel is de plaats van onreinheid, eenzaamheid en wroeging. 

 

Tussenwereld

Bij het overlijden gaan mensen waarschijnlijk niet direct naar hun definitieve bestemming, maar komen eerst in een tussenwereld. Dat is een soort voorportaal, van waaruit men naar de wereld van het licht of naar de wereld van de duisternis kan gaan. In die tussenwereld is al iets te zien van zowel de hemel als de hel. 

Terug naar de aarde?

Het is mogelijk dat een mens, die in de tussenwereld verkeert, bij wijze van uitzondering terug kan keren tot het leven op aarde. Voorbeelden daarvan zien we in de Bijbel, zoals het dochtertje van Jaïrus, waarvan Jezus zei dat ze niet gestorven was, maar dat ze sliep (Luc.8:52-53). Dat was geen verzachtende uitdrukking voor de dood, zoals wij het woord "ontslapen" kennen. Op het moment dat Jezus aankwam in het huis van Jaïrus was het meisje kennelijk nog in de tussenwereld, waarvan terugkeer mogelijk is. Dat wist Jezus natuurlijk. Ik denk niet dat Jezus iemand, die al de echte hemelse sfeer heeft geproefd, zou hebben teruggeroepen. Die overgang naar de aarde zou een ondraaglijke teleurstelling zijn. Later (vers 54) keerde haar geest terug uit de tussenwereld, om vervolgens weer in de aardse sfeer verder te leven:

"En haar geest keerde terug en zij stond dadelijk op..." (Lucas 8:55)

Over het sterven van Lazarus sprak Jezus met soortgelijke woorden:

"...Lazarus, onze vriend, is ingeslapen, maar Ik ga daarheen om hem uit de slaap te wekken." (Johannes 11:11)

In bijzondere gevallen laat God ook in deze tijd mensen toe om vanuit de tussenwereld terug te keren naar het aardse leven. Twee van zulke voorvallen wil ik noemen. Ik denk dan aan Jan Pit, die als zendeling in Laos heeft gewerkt. Hij kreeg een dodelijke vorm van malaria en was stervende. Een vriend, die naast zijn bed zat, bad vurig tot God of zijn leven gespaard mocht worden. Later vertelde Jan hoe hij in een wat donkere tussenwereld terechtkwam, van waaruit hij een wonderlijk licht zag dat van de hemel afkomstig was. Toen hoorde hij een stem die zei dat hij terug zou gaan naar de aarde omdat daar nog een taak voor hem lag. Het tweede verslag komt van Des Oatridge, bijbelvertaler bij Wycliffe in Papoea Nieuw Guinea. Hij vertelde over een meisje uit de Binumarien stam, dat gestorven was na een ziekte. God liet haar al iets van de hemelse schoonheid gezien, maar hoorde toen een stem die zei dat ze aan anderen moest vertellen wat ze had gezien. Ze mocht terugkeren naar de aarde en door haar getuigenis hebben diverse van haar stamgenoten hun leven aan de Heer gegeven.