|
H E R S C H E P P I N G
- VERSIE 1.1 bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof |
||||||||
| start | inhoud | inleiding | achtergrond | trefwoorden | levensvragen | reageren | cd-rom | help |
|
|||
13. |
Rust en vernieuwing |
||
3. |
Innerlijke rust |
2. |
Rust onderweg |
Hiervoor hebben we stilgestaan bij de belofte van rust aan degenen, die Hem nog niet hadden aanvaard:
"Komt tot mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven." (Matteüs 11:28)
Maar vervolgens zegt Jezus:
"Neem Mijn juk op u en leert van Mij dat ik nederig ben en zachtmoedig en gij zult rust vinden voor uw zielen" (Matteüs 12:29)
Op het eerste gezicht lijkt het er op dat Jezus zichzelf tegen spreekt. In de eerstgenoemde tekst ontvang je rust als je alleen maar bij Jezus komt, en in het volgende vers belooft Hij rust als je bepaalde dingen doet. Klopt dit wel? Jazeker, want Jezus spreekt hier over twee soorten rust. De eerste rust is namelijk het gevolg van het komen tot Jezus, de tweede rust is het gevolg van het blijven in Jezus. Dat is dan een nadere uitwerking van de eerste rust en daar zijn we ons hele verdere leven druk mee.
We blijven in die (tweede) rust als we met Jezus wandelen, in bewuste afhankelijkheid van Hem. Daartoe dienen we het juk van Christus op ons te nemen. Veel mensen denken dan aan zo’n houten ding op je schouders waarmee je bijvoorbeeld twee emmertjes water kunt halen. Dat beeld moeten we even corrigeren. Als er in de Bijbel over een juk gesproken wordt, is dat nooit een eenpersoonsjuk voor mensen, maar vrijwel altijd een juk dat op twee lastdieren gelegd wordt. Zo komen we in de Bijbel nogal eens de uitdrukking "een span ossen" tegen, twee ossen met een juk, bijvoorbeeld om een ploeg te trekken. Als je het juk van Jezus op je schouders krijgt, hoef je dus je last niet alleen te trekken. Je doet het samen met … de Here Jezus zelf, die als het ware naast je loopt. Onrust ontstaat als we sneller of langzamer willen lopen dan Jezus, of als we net de andere kant op willen gaan dan Jezus. Het juk is een prachtig beeld van de geoefende wandel met Jezus. Enerzijds is het een opgave, want er moet gewerkt worden. Anderzijds is het een toestand van stabiliteit, want Jezus heeft de leiding en zorgt ervoor dat last en lastdrager op elkaar zijn afgestemd.
Om in de tweede rust te blijven zegt Jezus dat we van Hem moeten leren nederig en zachtmoedig te zijn. Dat betekent in de eerste plaats een overgegeven wil, zodat niet toegegeven wordt aan de ambities van onze zondige, ik-gerichte natuur. Telkens als we God willen dienen door eigen inspanningen of eigenzinnige wegen bewandelen of het zicht op Jezus verliezen, glijden we langzaam uit die rust weg, en neemt de onrust toe. Telkens als we ons leven dan weer in Zijn hand leggen, komen we weer terug in Zijn rust. Hoe meer we leven vanuit deze rust, des te dieper is de innerlijke vrede en hoe minder allerlei beproevingen en verleidingen ons van ons stuk brengen. Rusten in de Heer is allesbehalve een passief en gelaten geloofsleven. Bijbelleraar Sidney Wilson zei het zo: de grootste inspanning voor een christen is ... rusten in de Heer.
Rusten in de Heer is een stukje hemel op aarde beleven. Het is leven vanuit de hemel. Het is het wandelen met God zoals we dat op een heel bijzondere manier bij Henoch tegenkomen, waarbij zijn aardse leven als het ware zomaar overging in het hemelse leven (Gen.5:24). Met dat wandelen won Henoch misschien niet het wereldrecord op de 100 meter, maar hij kwam wel verder dan al zijn tijdgenoten!
Het begrip "rusten in de Heer" klinkt voor veel gelovigen nogal tam. Er zijn gelovigen (vooral gelovigen met een gelijkmatig karakter) die van nature een passieve karaktertrek hebben. Zij kunnen hun afwachtende houding beschouwen als "rusten in Christus". Daar moeten we natuurlijk erg mee oppassen. Een van de beste voorbeelden in de Bijbel van "rusten in de Heer" was de apostel Paulus, maar hij was tegelijk de meest actieve van alle apostelen! "Rusten in de Heer" en een actieve levenshouding kunnen uitstekend bij elkaar passen.
Bij het rusten in de Heer kunnen we denken aan de volgende vier aspecten:
| zielsaspect | rustaspect |
| verstand | - we bedenken alleen Gods waarheid
- ons geweten is gerust omdat we een rein en geheiligd leven leiden |
| gevoel | - we vertrouwen op Gods zegen
- ons verlangen gaat uit naar de dingen van God |
| wil | - onze eigen wil is in harmonie
met Gods wil
- ons hart is vol liefdevolle toewijding aan God |
| gedrag | - we leven zoals God het wil
- onze nieuwe natuur is ontwikkeld zodat het karakter van Jezus in ons zichtbaar is |
Innerlijke rust is het gevolg van een geoefend geloof. Natuurlijk kun je die volkomen rust op aarde maar voor een deel ervaren omdat je niet volmaakt bent in je geloofsovergave. Maar naarmate de eerste zes scheppingsdagen hun effect hebben gehad in je leven, bereik je die rust als een mate van geestelijke volwassenheid. Dan hoeft God je niet meer constant bij te sturen, zoals in het begin van je wandel met Christus.
Van alle Israëlieten die de bevrijding uit Egypte hadden meegemaakt, kwamen slechts twee personen in het beloofde land: Jozua en Kaleb. In Hebreeën 4 wordt uitgelegd hoe dit een beeld is van het "in de rust ingaan" van gelovigen. Veel bijbeluitleggers hebben het dan steevast over de rust van het naar de hemel gaan, maar ik denk niet dat dit in de eerste plaats zo bedoeld is. Ik kan me niet voorstellen dat van alle gelovigen slechts twee op de miljoen naar de hemel gaan. Door de verschillende stadia van geestelijke rust te onderscheiden wordt vooral de volgende tekst een stuk duidelijker:
"Want wie tot zijn rust is ingegaan, is ook zelf tot rust gekomen van zijn werken, evenals God van de zijne." (Hebreeën 4:10)
"Rusten in de Heer" betekent vooral: je streven opgeven om in eigen kracht van alles voor God te doen en uit te gaan van wat Jezus aan het kruis heeft gerealiseerd. Wie deze rust kent, hoeft niet constant door God te worden bijgestuurd. Jezus leefde in die rust. Daarom kon God Zich bij zijn doop in de Jordaan bij wijze van spreken niet langer inhouden en zei Hij:
"Deze is mijn Zoon, de geliefde, in wie ik mijn welbehagen heb." (Matteüs 3:17)
God kon rusten in zijn Zoon en rustig het lot van de wereld aan Hem toe te vertrouwen. Een oud lied zegt:
"Hem, in Wie God zelf kon rusten, is het rustpunt ook voor mij."