H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
bijbelstudies van Maarten te Hennepe over grondslagen en toepassing van het christelijke geloof
start inhoud inleiding achtergrond trefwoorden levensvragen reageren cd-rom help

 

Ga naar het vorige studiedeel  Ga naar het begin van dit studiedeel  Ga naar het volgende studiedeel

13.

Rust en vernieuwing


Ga naar het vorige hoofdstuk  Ga naar het begin van dit hoofdstuk  Ga naar het volgende hoofdstuk

2.
Rustdagen

Ga naar de vorige pagina  Niet geactiveerd  Ga naar de volgende pagina

2.
Joodse en christelijke feestdagen

 

Het Oude Testament geeft niet alleen inzettingen voor sabbatten, maar ook voor andere godsdienstige feest- en gedenkdagen. In Leviticus 23 zien we dat er extra dagen waren vastgesteld, waarop men geen dagelijks werk mocht verrichten. Al die bijzondere dagen hadden te maken met Gods heilsplan met het volk Israël. Het loofhuttenfeest bestond zelfs uit een volle week, waarop niet gewerkt werd. We zien dat niet de mensen, maar God zelf de vakantie heeft "uitgevonden". Al die dagen zijn feesttijden ter ere van God (Lev.23:2) en tot welzijn en vreugde van de mens.

NT invulling van Oude Testament feest- en gedenkdagen

God heeft Zijn bedoelingen met de zevende scheppingsdag uitgewerkt in de eerder genoemde inzettingen voor het volk Israël over Sabbatten en feest- en gedenkdagen. We hebben al eerder de globale verschillen besproken tussen het oude en nieuwe verbond (zie hoofdstuk "Verbond" in studiedeel "Nieuw leven"). In het oude verbond ligt de nadruk op het aardse, uiterlijke leven in het land Israël. In het nieuwe verbond gaat het om het geestelijke, innerlijke leven door de Heilige Geest. 

In zijn algemeenheid kunnen we stellen dat het "niet werken" bij oudtestamentische feestdagen kan worden vertaald met "rusten in de Heer". Dat is leven vanuit de zekerheid van Gods genade en beloften. De Sabbatten en de Joodse feest- en gedenkdagen kunnen zo op de volgende manier "vertaald" worden naar nieuwtestamentische concepten:

 

inzettingen in OT en hun betekenis

tradities in NT kerken; hun betekenis en invulling

1. Sabbatdag (7e dag van de week): niet werken (Ex.20:8-11);

2. Sabbatjaar (elk 7e jaar): niet het land bebouwen (Lev.25:1-7);

3. Jubeljaar (elk 49e jaar): land en vrijheid teruggeven (Lev.25:8-17)

- Zondagse samenkomsten (voor onderwijs, aanbidding, ontmoeting)

- Dagelijks rusten in Christus.

- Dankbaar genieten van alle geestelijke zegeningen.

- Aandacht geven aan medegelovigen en andere mensen.
- Levensheiliging, toewijding aan God

Pascha (Ex.12:1-13; Lev.23:5) en feest van ongezuurde broden (Ex.12:14-20; Lev.23:6-8); gebaseerd op de bevrijding uit Egypte

- Op Goede Vrijdag het sterven van Christus gedenken.

- Periodieke avondmaalsvieringen.

- Dagelijks leven vanuit de verlossing van Christus.

Eerstelingenoffer (Lev.23:9-14); offergave van de eerste oogst; het offer aan God toewijden en terug ontvangen voor eigen gebruik

- Op Pasen: gedenken dat Christus als "eersteling" uit de doden is opgestaan.

- Dagelijks leven vanuit het nieuwe leven in Christus

Wekenfeest (Lev.23:15-22); diverse offers om verbondenheid met God te accentueren

- Op Pinksteren de uitstorting van de Heilige Geest gedenken.

- Dagelijks leven vanuit de gemeenschap met de Heilige Geest.

Bazuinenfeest (Lev.23:23-25), later het Israëlische nieuwjaarsfeest (tijd van inkeer evaluatie van afgelopen jaar, denken aan de komst van de Rechter)

- Voor en tijdens het Kerstfeest (inkeer, voorbereiding op de geboorte van Christus).

- Dagelijkse inkeer en leven in de verwachting van Christus’ terugkeer

Grote verzoendag (Lev.16; Lev.23:26-32) vergeving van zonden

Dagelijks leven vanuit de verzoening met God en de vergeving van zonden, die door Christus tot stand is gebracht.

Loofhuttenfeest (Lev.23:33-36) herinnering aan de tocht van het volk Israël door de woestijn

Dagelijks vertrouwen op Gods hulp en zorgzaamheid onder alle omstandigheden.

 

We zien in dit overzicht dat de Christelijke kerken in de loop der eeuwen een aantal tradities hebben ontwikkeld die aansluiten bij oudtestamentische inzettingen over bijzondere dagen. In verschillende landen zijn die tradities heel verschillend uitgewerkt. De vormen kunnen per land sterk verschillen en ook het relatieve belang in de beleving van de gelovigen. Een Australische gelovige haalt het bijvoorbeeld niet in zijn hoofd om op Goede Vrijdag te werken, terwijl dat in Nederland geen punt van discussie is. In verschillende Angelsaksische landen wordt niet of nauwelijks stilgestaan bij Hemelvaartsdag en Pinksteren. 

Hoe gaan we om met tradities?

Kerkmensen kunnen de fout maken door heel nauwgezet op een oudtestamentische manier bezig te zijn met christelijke tradities (zoals zondagsheiliging en de viering van christelijke feestdagen), terwijl de diepere, geestelijke, nieuwtestamentische betekenis van zulke dagen onvoldoende werkelijkheid is in hun dagelijkse leven. 

Strikt genomen hebben nieuwtestamentische gelovigen dergelijke tradities niet nodig om aan Gods bedoelingen te voldoen. Het is opvallend dat Paulus geen enkele aansporing geeft om bijzondere dagen te onderhouden, hoewel hij zich als Jood wel de Joodse tradities in acht blijkt te nemen. 

Toch zou het onverstandig zijn om daarom alle tradities maar af te schaffen. Als ze op de juiste manier worden onderhouden, kunnen ze bijdragen tot de geestelijke groei en de stabiliteit van de gelovigen. Ze werken ook samenbindend. Ik denk wel dat we elkaar daarin de nodige variatieruimte moeten gunnen en elkaar niet te snel moeten veroordelen. Daarom zegt Paulus:

"Deze immers stelt de ene dag boven de andere, gene stelt ze alle gelijk. Ieder zij voor zijn eigen besef ten volle overtuigd. Wie aan een bepaalde dag hecht, doet het om de Here". (Romeinen 14:5-6)

"Laat niemand u blijven oordelen ... op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat, dingen, die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is." (Kolossenzen 2:16-17)

Paulus erkent de waarde van tradities in verband met bijzondere dagen, maar acht ze niet onmisbaar en benadrukt de innerlijke houding van de mens tegenover God en zijn medemens. Dat is nieuwtestamentisch denken.