Het oude testament
Het oude testament is het eerste gedeelte van de bijbel. Binnen het
jodendom wordt dit gedeelte van de bijbel de Tenach genoemd.
De oorspronkelijke taal van het oude testament is Hebreeuws. Een
klein aantal fragmenten van het oude testament is in Aramees geschreven.
Het oude testament wordt soms ook wel de Hebreeuwse bijbel genoemd.
Het oude testament wordt in vijf secties ingedeeld:
- De Wet
- De Geschiedenis (van het volk Israël)
- Wijsheid en Poëzie
- De grote Profeten
- De kleine Profeten
Kerkelijke richtingen die ook de deutero-canonieke boeken
erkennen rekenen deze ook tot een onderdeel van het oude testament.
De Wet
De Wet of Pentateuch bevat de eerste vijf boeken van de bijbel.
Men spreekt ook wel over de vijf boeken van Mozes, omdat hij deze
boeken heeft geschreven en geschonken aan het volk Israël.
De joden spreken over de Thora.
De vijf boeken van Mozes zijn: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri
en Deuteronomium.
Geschiedenis
Geschiedenis omvat de boeken Jozua, Richteren, Ruth, I Samuël, II Samuël,
I Koningen, II Koningen, I Kronieken, II Kronieken, Ezra, Nehemia en Esther.
Deze bevatten de geschiedenis van het volk Israël.
Poëzie en wijsheid
Omvat de boeken Job, Psalmen, Spreuken, Prediker en Hooglied.
Deze bevatten gedichten, spreuken en andere handelingen, bijvoorbeeld, een
liedverzameling in het boek Psalmen en wijsheidsliteratuur zoals
het boek Prediker.
De grote profeten
De boeken Jesaja, Jeremia, Klaagliederen, Ezechiël en Daniël. Deze, alsook de
kleine profeten, bevatten de verhalen van de joodse profeten en hun pogingen
het volk (en de koningen) op het rechte pad te houden in de naleving van de
leefregels uit de Wet.
De kleine profeten
Hosea, Joël, Amos, Obadja, Jona, Micha, Nahum, Habakuk, Zefanja, Haggai,
Zacharia en Maleachi.
|